RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God als vriend te hebben is fijner dan alle vriendschap van de wereld." - Maarten Luther


Vandaag Zondag "Verheugt u"

E-mailadres Afdrukken

Het evangelie van deze zondag waar Jezus 5000 mensen op de been zet, zette  in met psalm 122, zingen over de stad van de vrede en tegelijk zijn er de berichten van nu: Jeruzalem stad van terreur en angst. En bij zoveel mensen zakt de grond onder de voeten weg. En er is zoveel meer wat een feestgewoel in de weg zit, zoveel bitterheid en teleurstelling. Gevoelens dat de vrede mislukt.

 

We lazen uit Exodus.

En we treffen daar een teleurgesteld en verbitterd volk aan.

Teleurgesteld en verbitterd over hun God,

die het er naar hun gevoel bij laat zitten.

 

Tot nu toe is de bevrijdingsgeschiedenis op een fiasco uitgelopen.

De slavenarbeid is zwaarder geworden en de farao piekert er niet over

zijn dwangar¬beiders met hun rare ideen over godsdienst de woestijn in te laten

gaan om daar hun sabbat te vieren.

 

 

Met grote felheid keert het volk zich tegen Mozes, de spreekbuis van God,

met het verwijt:

"gij hebt de farao een zwaard in de hand gegeven om ons te doden"

 

 

En ook Mozes is vol teleurstelling en verbittering:

 

"Here God, waarom brengt u onheil over dit volk,Æ

waarom hebt U mij gezonden?1

Sinds ik bij de farao ben geweest behandelt hij dit volk kwaadaardig

Waarom overkomt ons dit allemaal?

 

Exodus is een verhaal voor mensen die in het leven teleurstelling,

mislukking en verbittering ervaren,

een verhaal voor allen die met open ogen in de wereld staan en de verschrikking

van terreur en geweld en onderdrukking zien. Een wereld waarin je zomaar te

horen kunt krijgen: u kunt wel gaan.

Wat overkomt een mens niet allemaal.

We gaan terug naar het verhaal uit Exodus waar de bevrijdingsgeschiedenis van

Israel op een fiasco is uitgelopen.

 

Hoe zit het met die macht van God?

 

We lezen:

 

"Voorts sprak God tot Mozes, Ik ben de Here,

Ik ben aan Abraham , Izaak en Jacob verschenen als de Almachtige,

maar met mijn naam Here ben ik hun niet bekend geweest"

Opletten:

We horen hier 2 namen van God.

1."Ik ben de Almachtige", zoals Hij is verschenen aan Abraham,

toen hij zijn verbond oprichtte.

De God van de belofte.

Zo hebben ze Hem gekend.

Als de God die oppermachtig was om steeds weer opnieuw toekomst te geven.

 

Dat was mooi.

Maar wat zien ze nu van die Almacht van God?!

Nu, nu ze hier als slaven leven in het angstland Egypte?

 

En wat zien wij nu, met de berichten uti de wereld en al die pijn in het leven?

Hoe zit het met die Almacht van God?

 

 

In de bijbel komt die naam niet zo veel voor.

Het is niet meer dan een bijnaam,

die je moet verstaan vanuit de Naam waar het werkelijk om gaat,

vanuit de naam die centraal is.

 

En dat is de Naam die nu bekend wordt gemaakt aan het volk:

"Ik ben de Here". Tot  4 x toe klinkt deze Naam in dit hoofdstuk

 

Zoals Hij zich openbaarde aan Mozes.

Zoals Hij centraal zal staan in de gehele geloofsgeschiedenis van Israel

"Ik ben de Here uw God die u uitgeleid hebt uit het diensthuis Egypte".

In die naam wordt verteld

de Here zijn belofte aan Abraham gestand zal doen.

Hoe

Hij de Almachtige is,

Alle godsdiensten zeggen immers van hun God

dat Hij de Redder is en dat Hij  almachtig is,

maar het bijzondere van de God van Israel

Hij de almachtige is

nl. als de God die met zijn slaven in de diepte zit

en die erbij is waar het volk wordt geslagen en vernederd.

Hij die het gekerm hoort en zal uitleiden.

 

En het volk van God onderweg,

de teleurgestelden, de verbitterden en die leven met mislukking

moeten het met die Naam doen.

 

Vaak heeft men gedacht in IsraÀ-

(hun hele geschiedenis van vervolging en onderdrukking door)

zoals in Egypte onder de farao met zijn "Arbeit macht frei" theologie

wat op de toegangspoort van de kampen stond

hoe zullen wij,

 

een troep van slaven en vervolgden en verdrukten,

murw onder dwangarbeid ooit weer een vrij volk worden?

 

Een vraag die naar onze situatie gemakkelijk te vertalen is

met alles wat op ons afkomt.

 

 

Hoe zullen we verder

als je leeft temidden van terreur en het schoolplein niet meer veilig is voor kinde–ren;

als je ze je niet (meeer) nodig hebben en je daarom niet meer weet waarom je

tegen je kinderen moet zeggen dat ze hun best moeten doen op school

als je bij voorduur leeft met de mogelijkheid van ziekte en dood

 

 

Israel hield het vol door de feesten te vieren.

Het is de grootste tegenstrijdigheid die je kunt bedenken:

feest vieren in de woestijn,

zingen van de stad van de vrede met de terreur voor ogen.

 

Ze vierden Pasen midden in de onderdrukking.

 

 

Op de avond waarop het Paasfeest wordt gevierd staan in de joodse liturgie 4

bekers wijn op tafel.

Die hebben betrekking op de verzen  5 en 6 uit Exodus 6.

Ik lees daar: IK BEN DE HEER en dan wordt die Naam uitgewerkt:

Ik zal jullie uitleiden van onder de dwangarbeid van Egypte.

Ik zal jullie redden van de slavendienst.

Ik zal jullie verlossen met uitgestrekte arm.

Ik zal jullie Mij tot volk nemen en jullie tot God zijn.

 

4 Keer klinkt de belofte van God.

4 Keer zal op de vrijheid worden gedronken,

En bij de 4e keer wordt er gezegd: "Volgend jaar in Jeruzalem!

Zo heeft Israel op grond van de belofte

de eeuwen door het geloof in die nieuwe stad van vrede en recht vastgehouden.

Geloven in bevrijding vraagt veel uithoudingsvermogen.

Je zou  de zaak weleens wat sneller door willen zetten.

Laat God nou toch  eens zijn macht gebruiken.

We willen de zaak toch weleens opgelost hebben.

 

Het evangelie is daar een prachti¬ge illustratie van.

Daar deelt Jezus 5 broden en 2 vissen. Dat is er voor handen.

Maar wat betekent dat voor zove¬len.

Er waren er 5000 op die plaats.

Heel Israel is daar verte¬genwoor¬digd.

En Jezus deelt zijn broodjes met vis zomaar uit.

 

Wat had Jezus zijn macht mooi kunnen gebrui¬ken.

Wat zou er mooier zijn dan die macht in te zetten voor de goede zaak,

voor een christelijk wereld, voor brood op de plank voor ieder¬een.

 

Maar Jezus zet die macht niet door.

Hij vlucht als ze hem willen grijpen om hem koning te maken.

 

Zo'n opleiding had Jezus niet gehad.

Hij deelde en vluchtte weg het gebergte in.

Naar die plaats van de geheimen.

Die plaats waar Mozes hoorde:

 

"Ik ben de Here uw God die uw uit het land Egypte hebt bevrijdt".

"Ik die er zal zijn."

Niet als een Farao  als een legeroverste zal hij zich een weg banen, maar als een Herder zal hij zijn kudde leiden naar grazige weiden.

 

Hij trekt mee op: "Ik zal er zijn", is zijn naam.

En pas nadat deze Naam tot en met is uitgelegd

vanaf Ex. 3 al  krijgen ook de Israelieten weer namen.

Ze worden genoemd in Ex. 6.

Wat merkwaardig op het eerste gezicht staat die lijst namen er tussen.

Aan tafel werd dat overgeslagen.

 

De bedoeling ervan is:

Onze geschiedenis begint pas werkelijk als een levende geschiedenis die namen,

naam mag hebben, als  de Naam van God eerst tot in den treure is gespeld.

 

En in die geschiedenis hebben teleurgestelde, verbitterde mensen

mensen die  zoveel mislukking meezeulen in hun leven steeds weer tegen elkaar

gezegd: Tot volgend jaar in Jeruzalem.

Het is strijdig  met de alledaagse ervaring ...... maar toch!

Want er is in de joodse liturgie nog een vijfde beker  en die wijst naar de belofte

volle toekomst.

 

Ds. R. Nieuwkoop