RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Onze naaste is ieder mens, in het bijzonder die onze hulp nodig heeft." - Maarten Luther


Komen tot nieuw leven

E-mailadres Afdrukken

Zojuist hoorden we Lucas vertellen over de dodenopwekking van de zoon van de weduwe uit Naïn. Het is een van verhalen waaruit blijkt dat Jezus op heel bijzondere wijze ingrijpt als hij in contact komt met ziekte, lijden of dood.

Zo bijzonder dat het wel erg ver van onze werkelijkheid lijkt af te staan. Graag wil ik vandaag met u onderzoeken of dat ook echt zo is. Misschien heeft het ons wel meer te zeggen dan het in eerste instantie lijkt.

Wat moeten of kunnen wij met opwekking uit de dood? Wij weten maar al te goed dat ook wij mensen verliezen aan de dood maar ze niet terug krijgen zoals de weduwe in het verhaal haar zoon terug krijgt. Wij ervaren geen ingrijpen waardoor we weer verder kunnen met onze geliefden.

Moeten we het verhaal dan maar overslaan, afdoen als illustratie van  de grootsheid van Jezus, waar wij verder niks mee kunnen?

Sommige mensen gaan in hun denken hierover helemaal de andere kant op: ze gaan er van uit dat als we maar meer geloof en vertrouwen zouden hebben, dat het dan bij ons ook zou kunnen. Deze mensen nemen het zichzelf kwalijk dat ze niet genezen, ze zijn niet positief genoeg, hebben niet voldoende vertrouwen, gooien niet radicaal genoeg het roer in hun leven om zeggen ze zelf of zeggen anderen over hen. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar wat mij betreft zijn dit hele enge gedachten. Het lijkt zo bijna of er een maat bestaat waaraan je zou kunnen afmeten hoe het met iemands geloof gesteld is. Ziek of stervend betekent te weinig geloof. Mensen zetten zichzelf of de ander er mee klem en Gods genade en mee-lijden met de schepping en wat daarin mis gaat, telt niet mee.

Als we op deze manier naar het verhaal uit Lucas kijken raken we verstrikt in allerlei  vooronderstellingen en interpretaties die niet stroken met de evangelische opdracht tot liefde, ontferming en barmhartigheid. Dan lopen we vast.

Maar we kunnen het verhaal ook op een andere manier serieus nemen waardoor het wel waarde voor ons kan krijgen. Als een boodschap over ontferming, over het Leven dat de dood overwint, als een voorbeeld van vrij mogen worden van dwang en pijn, van verwachtingen en regels.

Laten we eens kijken wat precies beschreven is: er zijn twee stoeten die elkaar tegenkomen in de poort. Naar Joods gebruik heeft een stoet met een overledene voorrang. Maar er gebeurt iets vreemds: de levende, Jezus, gaat niet op zij. Hij verstoort de normale gang van zaken, hij doorbreekt de regel en de angst voor onreinheid.

De enige zoon van een weduwe is gestorven. Dat maakt het nog erger dan het al is: het is vreselijk voor de jongen, maar voor de moeder is het, naast het gemis,  een ramp: ze is met het sterven van haar zoon haar oudedagsvoorziening kwijt, heeft geen ondersteuning als ze ouder wordt.

Jezus spreekt haar uit zichzelf aan, ze vraagt niet om hulp. Als de Heer haar ziet, staat er, raakt alles in hem over haar bewogen en hij zegt: ween niet! Hij gaat er op af, raakt de baar waar haar gestorven zoon op ligt aan . En zegt: Sta op. Volgens de Joodse wetten wordt hí’j daarmee onrein, Jezus doet hier iets dat tegendraads is, niet gewoon, hij gaat in tegen de geschreven en ongeschreven wetten van die tijd. Hij keert het om:  niet hij wordt onrein, maar de onreine dode wordt weer rein, Jezus wordt met ontferming bewogen en geeft de moeder haar zoon terug zodat die zich verder over haar kan ontfermen.

De mensen zeggen: een groot profeet is bij ons opgewekt, en God ziet naar zijn gemeente om! Daarmee wordt de koppeling gemaakt naar de verhalen uit het Eerste Testament waarin profeten als opdracht hadden op te roepen tot ontferming . Het herinnert ons aan het verhaal van Elia en het kind van de weduwe van Sarefat: God laat zijn mensen niet in de steek.  Het opwekkingsverhaal in het Evangelie staat voluit in die traditie.

In de vertaling van Pieter Oussoren die we vandaag lazen staat het verhaal in de tegenwoordige tijd. Het gebeurt, actief, het gaat niet over eens, ooit, toen. Zo worden we door de manier van vertalen sterk betrokken in het verhaal, ook wij kunnen ons laten raken en inspireren, en ook wij kunnen het dode in onszelf of de ander aanraken en daarmee de ban van het doodse verbreken.

Als wij ons richten op Gods Liefde en ontferming  komt er leven, bij de jongeling in Naïn, bij zijn moeder, bij de schare die er om heen staat én bij ons zelf. We worden aangeraakt door het verhaal, door het leven dat ontstaat  En door die aanraking, doordat we zelf ervaren hoe het leven  opnieuw kan opbloeien kunnen we dat ook doorgeven. Vertrouwen op God maakt mensen vrij -  voor zichzelf en voor elkaar.

 

Een verhaal over ontferming, over nieuw leven waar eerst dood was. En dood hoeven we dan niet letterlijk te nemen in de zin van gestorven. Er kan immers zoveel doods zijn tijdens ons leven, in onze gedachten, gevoelens, in ons beleven van de wereld om ons heen, in onze verhoudingen met andere mensen.

 

Vaak zitten we zo vast aan ideeën en bepaalde uitgangspunten dat we ons er aan vastklampen terwijl ze  ons tegelijk enorm beperken. Ik weet niet of u het herkent, maar doet u nog wel eens iets waarmee u anderen en uzelf verrast? Waarmee u verwachtingen of regels doorbreekt?

Laten zien dat je heel enthousiast over iets bent kan overdreven over komen, ze kunnen de draak met je steken.

Over je gekwetstheid heenstappen en toch als eerste weer contact op nemen met een vriend of vriendin met wie je woorden had, niet doen, je laat toch niet over je lopen en jij hoeft toch niet altijd door het stof. Zo vasthouden aan je eigen gelijk dat praten met de ander en leren van elkaar, komen tot een compromis, er bij voorbaat niet in zit. En dus ook niet open staan voor de pijn bij de ander, niet echt luisteren, niet echt zien. Zo gaat het vaak, we zijn bang nooit meer serieus genomen te worden, als mietje te worden gezien, te dichtbij te komen of nog kwetsbaarder te worden dan we ons al voelen. Dat soort gedachten blokkeren ons.

 

Een van de laatste Sirereclames gaat er over hoe je om moet gaan met aardige mensen;  dat is toch eigenlijk te erg. Dat we dat kennelijk zo weinig meer meemaken dat we niet meer weten hoe dat moet. Als je aardig en attent bent doorbreek je kennelijk de verwachting dat er wel weer bot en naar gereageerd zal worden. Ieder gaat toch voor zich, aandacht voor de ander is verdacht, aardige mensen moeten vast iets van je.

En aan de andere kant, hoe open durven we nog te zijn als het niet goed met ons gaat? Mogen we om hulp vragen, om echte aandacht, om een luisterend oor? Of denken we: voor wat hoort wat, dan kan dat in ieder geval niet mis gaan.

Een intense vriendschap bloedt door misverstanden over en weer dood. Er is geen contact meer behalve de verplichte kerstkaart, die ieder maar weggooit, want ach, dit stelt toch niks voor. Er is geen beweging meer in de relatie, het is stil en doods geworden. Een jonge weduwe merkt dat 3 maanden na het sterven van haar man van haar verwacht wordt dat ze weer gewoon mee doet, ze stikt bijna in haar verdriet en eenzaamheid.

Wat zou er gebeuren als we ons in dit soort situaties zouden laten aanraken door De Levende? Door Jezus die zich ontfermt over de zieken, de weduwe met haar overleden zoon, over mensen die er niet bij horen in hun eigen ogen of in die van een ander, en die ons leert liefdevol met onszelf en met elkaar om te gaan?

Dan krijgen we ruimte om in beweging te komen, ons open te stellen voor de diepere behoeftes van onszelf en van de ander, ons te richten op hoe we verder kunnen in plaats van blijven steken in de hardheid van angst, eergevoel, trots, dwangmatig vastklampen aan regels en vooroordelen. Dan kunnen er weer onverwachte  verrassende en goede dingen gebeuren, die troosten, het leven een gouden randje geven, die ons iets laten zien van hoe het op zijn best zou kunnen tussen mensen, hoe het in Gods Koninkrijk zou zijn.

Gods liefde maakt vrij, vrij van vooroordelen, van beklemming, van angsten, van teveel bezig zijn met onze eigen veiligheid en onze kwetsbaarheid, van verstarring en doodsheid. Aangeraakt worden door de Levende, met ontferming bewogen worden, elkaar en onszelf kunnen zien in het licht van Gods Liefde en dat vertalen in wat we doen, dat we dat mogen ervaren. Dat we zo tot nieuw leven mogen komen, hier en nu

Amen.

E. Verhagen