RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Oorlog is de grootste plaag die de mensheid teistert. Het vernietigt religie, het vernietigt staten, het vernietigt families." -

Maarten Luther




Borst

E-mailadres Afdrukken

Ze was mooi. En dan bedoel ik niet haar borsten. Maar wie ze was. Ze werkte in een verpleeghuis. Maar ze kon niet overweg met zeven zorgminuten per patiënt. Daar kwam ze mee in conflict. Het zijn mensen, zei ze, voor wie het vaak moeilijk is. Die willen wel eens even praten, een beetje aandacht, troost. Zo wil ik er voor hen zijn. Als persoon.

Ze had haar levensloopverhaal verteld. Ze kon geven: aandacht, betrokkenheid, liefde. Een rijke bron, een overlopende beek. Zo puur en menselijk. Maar geen spoor van enige godsdienstige achtergrond. Alleen opa was vroeger katholiek geweest, dacht ze. Hoe kom je aan dat engagement, vroeg ik. Waar heb je dat vandaan? Hoe bedoelt u, vroeg ze. Nou, dat je zo betrokken praat. Dat je zo naar mensen kijkt? Ze keek me een beetje verbaasd aan. Heb ik dat dan, zei ze lachend? Ze was het zich niet bewust. Zo had ze nog nooit naar zichzelf gekeken. En ze ontroerde bij dat woord. Zo had iemand het nog nooit aan haar gevraagd.

Waar gaat het nu om in het Evangelie? Om het koninkrijk. Dat het dichtbij is. Maar wat is dat? Er is in Israël als het over God ging nooit iets anders belangrijk geweest dan dat mensen er beter van werden. Het ritueel, de godsdienstige plichtpleging? Het zal allemaal wel. Maar het gaat er om dat het heil van God mensen bereikt. Dat het bij hen aankomt. Daar gaat het om. Dat vindt Jezus ook. Het koninkrijk is dichtbij. Daar gaat het om.

Maar dat dééd dat meisje. Het koninkrijk. Zo natuurlijk, vanzelfsprekend, dat ze het zelf niet eens wist. Daar hoefde van haar niks christelijks bij gezegd te worden. En dat vond ik ook. Ik had geen behoefte er een religieus sausje overheen te gieten of het nog eens in christelijke taal te zeggen. Als er gebeurd was wat in haar gebeurd was, dan is alles gebeurd wat gebeuren moet, alles waarom het Evangelie er is.

Een dochter des vredes, om met Lukas te spreken. Wat moet er gebeuren? Wat moeten die mensen die worden uitgezonden doen? Mensen helpen ontdekken dat het koninkrijk dichtbij is. Het was er al, bij dit meisje. Ze ontdekte dat bij haar was, wat ik in mijn woorden het koninkrijk noemde, dat ze dat al in zich had. Al noemde zij het niet zo, dat vond ze niet nodig, het wás er gewoon. Een mooie meid, niet om haar borsten. Ze was om een andere reden mooi. Zoals Jeruzalem mooi is. Als een moederborst.

De moederborst is oerbeeld in alle culturen, ook in de bijbel. Sommige mensen hebben veel aandacht nodig. Ze komen de hele tijd naar je toe. Dan is er dit, dan dat. Een pastor is eigenlijk een moederborst, zei iemand ooit tegen mij, ze willen de hele tijd aan je hangen. Zoals een moeder zorgt. Zoals het kind de moederborst zoekt, zoekt de volwassen mens een stroom van levenskracht, voeding, troost.

Jesaja gebruikt het beeld voor Jeruzalem. Het ging niet goed met de stad. De mensen zitten in Babel. De stad is kinderloos, zonder toekomst. Reden om te treuren. Maar het geloof op betere tijden is niet weg. Treuren wordt jubelen. Op een dag zullen de volken met geschenken naar Jeruzalem stromen, als een rivier, een overvolle beek. En vervolgens kan dan iedereen van die rijkdom komen drinken, alsof de stad één grote moederborst is. De stad zonder kinderen zal er uitzien als een stad vol kinderen waar moeders kinderen op de heup ronddragen en op schoot wiegen. In plaats van kinderloos en toekomstloos. Zo ziet God er ook uit: als een moeder. Het koninkrijk is dichtbij.

Met die boodschap stuurt Jezus zeventig mensen weg. Lukas vertelt het op een typische joodse manier. Het gaat er om dat het heil van God aankomt. Waar? Bij welke mensen? Niet alleen bij Israël maar bij de hele wereld. Niet alleen bij de mensen in de dorpen en steden toen en daar, maar bij alle mensen in alle plaatsen in de hele wereldgeschiedenis. Hij had een hoofdstuk eerder al verteld dat Jezus twaalf uitzond. Dat slaat op Israël. Nu vertelt hij dat Jezus zeventig uitzendt of twee en zeventig.  Dat slaat op de volken. Israël heeft twaalf stammen, de wereld zeventig volken. Het is alsof Lukas wil zeggen: het heil van God is niet alleen voor Israël maar voor alle volken. Simeon had gezongen over een ‘licht tot openbaring van de volken’. Daar waren er zeventig van. Alleen door een schrijffoutje waren het er in de Griekse bijbel twee en zeventig geworden. Daarom staat twee tussen haakjes.

Daarna zond de Heer er zeventig uit. Twee aan twee. Zoals je iemand mee neemt als je iets belangrijks moet. Twee horen meer dan één en als twee hetzelfde zeggen is het zo. Vóór zich uit. Naar de plaatsen waar hij zelf komen zou. Héél merkwaardig. Ze waren geroepen om te volgen en nu gaat hij hen volgen. Volgelingen worden voorgangers. Ze moeten langs huizen en steden. Het koninkrijk is niet alleen voor de privéwereld maar ook voor het publieke domein. En er is haast bij. Ze moeten niets meenemen, dat houdt alleen maar op. Mensen die smachten kunnen niet wachten. En niet groeten, dat kost te veel tijd. Groeten was een tijdrovende ceremonie. En geen spullen, geen geld, geen rugzak, geen extra schoenen. Ik denk ook: geen dingen die je allemaal wilt, geen strategische plannen of verborgen agenda’s. Het gaat om het koninkrijk, niet om andere dingen, niet om mensen ergens van te overtuigen of lid te maken van een club. Alleen dat ze zien dat het koninkrijk dichtbij is.

Het gaat niet om onze doelen, maar om de oogst. De mensenoogst. We lezen Lukas na Pinksteren. Op Pasen is de oogst begonnen. Met een eersteling. Met Pinksteren volgden er velen. En nu zijn we op weg naar de grote dag van oogsten. Als God alles zal zijn en in allen.

Als gezant ben je weerloos op weg. De wolven willen je opvreten. Het komt er dus erg op aan of ergens welkom bent. Er zijn mensen die je toelaten en niet, die het koninkrijk toelaten en niet. Er zijn zonen en dochters des vredes. Ze laten je toe. Dat is een kwestie van gastvrijheid. Dat begrijp ik eruit, omdat het ineens over Sodom gaat.

Niet de seks of de homoseksualiteit maar de gastvrijheid was daar het probleem. Je laat iemand in jouw gemeenschap toe of niet. Maar als je het doet, moet je het goed doen. Een gast is kwetsbaar, hij is op jouw bescherming aangewezen. Het probleem in Sodom was, dat ze dat niet deden. Lot wel, maar de andere mannen niet. De gastvrijheid wordt geschonden. Dat is zo’n hoog goed in Israël, hoger dan je eigen dochters. Lot laat liever zijn dochters gebruiken, dan dat hij de gastvrijheid schendt. Dat kunnen wij ons niet voorstellen. Maar als God een gast op je weg stuurt, is het misschien wel een engel. Als je hem schendt, zou je God schenden. Als het dus zo erg afloopt met Sodom, is dat niet om de seks maar om de gastvrijheid. Zo is het ook met de zeventig. Het zijn engelen van God, gezanten van het koninkrijk.

Het verhaal geeft antwoord op wat zending is en hoe dat moet. Het gaat niet om ons, wat wij bedenken, kwijt willen, hoe wij het willen hebben, onze doelen, belangen. Het gaat om het koninkrijk, de oogst, de mensen die het zoeken, om God die de mensen zoekt.

Dat er werkers zijn in de oogst, daar bidden wij om.

Bert Koetsier.