RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Onze naaste is ieder mens, in het bijzonder die onze hulp nodig heeft." - Maarten Luther


Waar woont het woord

E-mailadres Afdrukken

Koning Salomo bouwt een tempel. Ik zeg het verkeerd. Hij bouwt een huis, het huis van en voor God. Geen tempel, want dat klinkt te plechtig. Alsof God in een paleis zou willen wonen.

Schriftlezingen:

1 Kon. 8: 1-13 en 27 – 30
Joh. 1: 1-5, 11 – 14

Koning Salomo bouwt het huis van God. Een huis waar de Eeuwige woont bij de mensen.

Drie hoofdstukken lang wordt er over dit bouwen geschreven. Belangrijk voor de schrijver dit huis van God.

Salomo bouwt voor God een woonplek, een huis in Jeruzalem.

En dat terwijl de Eeuwige gezegd had tegen Mozes: ik woon niet op een vaste plek. Mijn huis is als een tent, die steeds wordt verplaatst, elke dag ergens anders, Ik trek met jullie mee.

Want jullie kunnen Mij niet opsluiten in een gebouw, in een tempel. Jullie kunnen Mij niet vastleggen tussen muren.

Zo komen we op het spoor van 2 gedachten over de tempel.

1e De tempel, het huis van God dat Salomo mag bouwen is een plaats waar mensen naar toe kunnen gaan om te zingen en te bidden en om te vieren dat God aanwezig wil zijn bij mensen, onder hen wil wonen.

2e Maar ook: het is verkeerd om God vast te pinnen in een gebouw. Het is gevaarlijk, zegt de Schrift, als je denkt: dit is de plek van God. Dit is een bolwerk van God, hier klinkt de heilige  waarheid. Hier is het alleenrecht van het spreken over God.

Twee gedachten: 1e de kerk is een vierplek; het is goed om samen te komen, om te bidden en te zingen en om te horen wat de Schrift ons zegt. We hebben het nodig om steeds weer te leren, om onze levenswijze te toetsen aan Gods Woord.

Maar 2e de kerk kan ook een bolwerk worden, dat zegt: hier is God. Wij weten wat God zegt. Wij weten hoe we moeten leven. wij kennen de waarheid. Deze kerk vertegenwoordigt de openbaring van het geheim van God.

Dan zou de kerk een plechtig gebouw geworden zijn zonder openheid en zonder barmhartigheid.

Salomo bouwt een huis waar God zal wonen bij de mensen.

En het mooie is dat Salomo zelf beseft dat geen enkel gebouw God kan bevatten.

Salomo zegt het zo: zou God op aarde wonen? Zie zelfs de hemelen zouden U niet kunnen bevatten, hoeveel minder dit huis dat ik heb gebouwd.

De koning weet dat God te groot is om op één vaste plek  te wonen. En toch gelooft Salomo:  Gods huis is de wereld, de Eeuwige wil op de aarde met de mensen  geschiedenis maken.  De aarde is de plaats waar mensen wonen en daar wil God wonen. Bij de mens die Gods medewerker en beelddrager is.

God woont bij de mensen. Voor dat “wonen van God”  kent Israël een prachtig woord: Sjechienah.

Sjechienah betekent: God is aanwezig, op verborgen wijze aanwezig. Verhuld in de stilte, in een wolk, in de adem, de Geest, de inspiratie.

God is aanwezig. Niet in een tempel, niet in een kerk.

Een gebouw is een hulpmiddel, een plek om je te laten gezeggen door  de Sjechienah, de Eeuwige die woont onder mensen.  De kerk is een hulp om ons te binnen te brengen  wie we zijn en waartoe we op aarde zijn.

In de kerk leren we. We zijn nooit uitgeleerd.  In de kerk zingen we; nooit zal het lied verstommen.

De gebeden zullen omhoog stijgen; de nood van de wereld wordt de kerk binnen gebracht; en ook de nood van onze zielen: de vragen en de pijn.

Sjechienah: God woont op de aarde, is aanwezig bij en onder mensen.

Vanaf het allereerste begin hebben mensen dat geloofd. En tegelijk ook weer in twijfel getrokken. Immers, in ieder mens zitten die 2 polen: geloof en twijfel, vertrouwen en onzekerheid.

God woont onder de mensen. Dat is een groot wonder. Hoe kun je over dat wonder spreken? Hoe vertel je over Gods wonen, over Zijn aanwezigheid op aarde? Hoe schrijf je dat op?

De evangelist Johannes zegt het zó: “ in den beginnen wat het Woord; het Woord was bij God en het Woord was God.”

Het Woord is God.

Waar woont het Woord? Ik lees een  gedeelte voor uit een gedicht van Martin Walton:

Er is een woord, het woord dat er is vanaf het begin.

Het woord dat zei: “Licht” en licht was er.

Het woord dat zei: “Goed” en goed was het.

Het woord dat zei: “Leef” en leven was er.

Het woord dat zei: “Rust” en rust was er.

Dat woord vanaf het begin, dat woord van schepping waardoor alles  geworden is,

Dat woord van wijsheid van voor alle tijden, dat woord van toen en nu opnieuw,

Dat woord van toekomst, dat woord is komen wonen in ons midden.

Waar woont dat woord? Het woord is bij ons komen wonen, komen wonen in een lichaam, lichaam van vlees en bloed, met huid en haar, met hart en handen, met een gezicht, ogen en een mond.

Het woord is lichaam geworden en is onder ons komen wonen.

Het woord is weerloos geworden en is onder ons komen woelen.

Het woord is kwetsbaar geworden en is onder ons komen voelen.

Waarom wil een woord in kwetsbaarheid wonen?

Waarom wil een woord weten wat weerloosheid is?

Waarom riskeert een woord pijn en lijden, verloren zijn en vluchtelingbestaan?

Waarom komt een woord zo menselijk nabij?

God woont onder de mensen in kwetsbaarheid. Dat is het grootste, allermooiste wonder. Wij zouden het niet kunnen bedenken dat God hier woont, bij kleine mensen. Mensen met hun zoeken en vragen, in een wereld met goed, maar ook met zoveel kwaad.

De schrijver Johannes heeft dat opgemerkt en daarover schrijft hij:

God kwam tot het zijne  en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.

Dat is het raadsel van het mens-zijn: God kwam tot de zijnen, maar zij hebben Hem niet aangenomen. Zijn liefde en genade hebben ze weg gelegd, niet aangenomen. Ze hielden de deur voor Hem dicht en plaatsten zich zo buiten het licht  van God.

Ja? Kan dat? Kunnen wij ons buiten het licht van God plaatsen?

Sjechienah. God woont op de aarde, onder mensen in hun kwetsbaarheid, mensen met hun geloof en twijfel.

Waar woont God? Waar woont het woord?

Onder mensen; mensen vlakbij, in onze straat woont God.

Zien wij God daar? Zien wij in onze buren het licht van Gods aangezicht?

Kunnen wij in onszelf, in onze kwetsbaarheid, iets zien oplichten van Zijn liefde?

Kunnen wij ons hart openzetten voor Gods Sjechienah, Zijn woord van troost, Zijn genadige aanwezigheid? Durven wij het te geloven: God woont op de aarde, in de weerloosheid van mensen?

Ik eindig met nog een klein gedeelte uit het gedicht van Martin Walton:

Dit woord is onder ons komen wonen in een lichaam, met een gezicht, met een naam bij de geboorte gegeven: Jezus.

Deze mens naar Gods hart, laat God oplichten in ons midden, zodat met dit kind de aarde een huis mag zijn, waar mensen in vrede wonen en God in ons midden.  Amen