RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Zelfs als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik toch mijn appelboom planten." - Maarten Luther


Uitleg en verkondiging van 20-02-2011

E-mailadres Afdrukken

Uitleg en verkondiging op 20 februari 2011 bij Exodus 22: 20 t/m 26   en Mattheüs  5: 33-48

Gemeente van Jezus Christus,

Verleden week hoorden we hoe Jezus drie van zijn leerlingen meeneemt, een berg op,  om daar samen te bidden. In de taal van de bijbel betekent een berg een plaats waar je boven het platte vlak van het gewone leven uitkomt, waar je het gewone in een ander licht kunt zien en waar  je je dichter bij God kunt voelen. Vandaag bevinden we ons weer op een berg, met Jezus. Er is een grote groep mensen op Jezus af gekomen, omdat ze naar zijn woorden en nabijheid verlangen. Jezus neemt hen en zijn leerlingen mee, omhoog. Het is niet van belang, hoe hoog deze berg is en waar hij ligt; Jezus wil dat al deze mensen even boven het leven van alledag uit kunnen kijken. Hij kan hun zorgen en vragen niet van hen wegnemen, maar hij kan hen wel leren om er anders naar te kijken, anders over te denken, anders mee om te gaan.. 

De Bergrede, zo worden Jezus’ woorden uit dit deel van Mattheüs genoemd. De Bergrede bevat een aantal uitspraken in heel compacte taal – ik denk dat Jezus het veel uitgebreider heeft verteld dan het hier opgeschreven staat. Over de Bergrede zijn kasten vol boeken geschreven. Het zijn heel bekende woorden, die behalve bewondering en verlangen ook irritatie en wanhoop oproepen. Je vijanden liefhebben, voor hen bidden? Als iemand wat van je afpakt, het niet terugeisen? De andere wang toekeren als je geslagen wordt?  Zo zouden we misschien moeten leven, maar wie kan dat nou? Het is gewoon niet reëel, laten we eerlijk zijn. Je kunt toch beter maar een beetje assertief zijn in het leven, anders lopen ze over je heen. Als je deze woorden serieus zou nemen dan ga je je gewoon schuldig voelen, je kunt er tóch niet aan voldoen.

Toen ik met Elina en Thijs over dit evangelie praatte, zeiden ze: het zijn wel grote woorden om aan ons kind mee te geven, wees volmaakt zoals God volmaakt is…. is dat niet een te zware opdracht?

Het zijn krachtige uitspraken van Jezus, je schrikt er inderdaad van – misschien gaan we ze beter begrijpen als we proberen om even boven ons denken van alledag uit te kijken. We moeten ons maar laten meenemen, de berg op. Met onze zorgen en vragen. Die zijn er. Maar zouden we daar ook ánders over kunnen gaan denken, anders naar kunnen kijken?

Eerst een verhaal:

Ongeveer 150 jaar geleden woonde er in een klein Pools dorp een schoenmaker. De mensen in dat dorp waren arm, zeer arm. Eén paar schoenen hadden ze maar.

De schoenmaker wist dat. “s Avonds haalde hij de schoenen die kapot waren op. ’s Nachts repareerde hij ze en ’s morgens vroeg, voordat iedereen naar z’n werk ging, bracht hij de schoenen terug. Daardoor  kon de schoenmaker  het ochtendgebed niet mee bidden. Iedere dag verzuchtte hij: “wee mij, want ik heb nog niet gebeden.”  Maar  de Eeuwige hoorde zijn verzuchting en ontving het als een kostbaar gebed. Ook de schoenmaker was arm. Maar hij gaf om zijn dorpsgenoten. Hij was een zorgzaam mens. En hij deed  “meer dan het gewone”.

Meer dan het gewone doen betekent dat je nadenkt over de ander, over zijn lot, over zijn bestaan. Het betekent dat je begaan bent met elkaar, dat de ander je niet koud laat.

 

In de Bergrede geeft Jezus nieuwe richtingwijzers, nieuwe oriëntatiepunten voor het leven. Hij hoopt dat mensen op een nieuwe manier gaan kijken en nadenken. Opdat er vrede zal zijn en gerechtigheid. Dat is:  het Koninkrijk der hemelen.  Meer dan het gewone doen , daarover heeft Jezus het.

Wat is gewoon? Gewoon is: balansdenken. Ik help jou als je mij helpt. Voor wat hoort wat. En sla je mij, dan mep ik terug. Oog om oog, vergelding.

Jezus zegt: Als iemand je op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere wang toe. Ik las daarover een uitleg die zegt: als iemand mij slaat en hij raakt mij op de rechterwang, dan kan dat betekenen dat hij niet tegenover mij staat maar me van achteren aanvalt.  Als ik hem mijn linkerwang aanbiedt dan houdt dat in  dat ik me omdraai en mijn gezicht naar hem toekeer, niet om nóg eens geslagen te worden, ook niet om terug te slaan, maar om oog in oog met hem te komen, hem aan te kijken en te vragen: waarom sla je mij?  Dat kan zo verrassend zijn dat de agressie wijkt bij de ander.  Ook dat is meer dan het gewone doen, heel anders reageren dan de ander verwacht en hem zo a.h.w. ontwapenen.

Ook daar is een verhaal over, het is echt gebeurd in een gevangenenkamp in Duitsland, in de 2e WO. Iedere avond kwam een bewaker een barak van gevangenen binnen en iedere avond zocht hij dezelfde man uit om af te ranselen. De andere gevangenen zagen het elke avond machteloos aan. Want wat konden ze beginnen? Totdat één van de medegevangenen de cirkel van angst en terreur doorbrak. Op een avond stapte hij op de bewaker af en zei: als u dan beslist elke avond iemand moet afranselen, neem mij dan eens voor de verandering. De bewaker was helemaal overdonderd, hij rekende vast op de angst van al deze mensen. Na enige aarzeling zei hij: goed, ik zal jou vanavond nemen en niet die ander. En omdat je zo flink bent mag je zelf zeggen hoeveel slagen ik je zal geven. De gevangene antwoordde: dat laat ik aan uw geweten over. Volgende verrassing en verwarring bij de bewaker. Hij zag zichzelf, vooral in de ogen van de gevangenen, als iemand zonder geweten. Hij antwoordde dan ook: Ik heb geen geweten. Waarop de gevangene zei: natuurlijk hebt u een geweten, anders had u mij allang in elkaar geslagen. De bewaker was zo van slag, dat hij zich omdraaide en verdween, en ook de volgende avonden niet terugkwam.  De terreursituatie was doorbroken op een manier die herinnert aan de uitspraak: dwingt iemand je om 1 mijl met hem mij te gaan, ga dan 2 mijl met hem mee. Meer dan het gewone gebeurde hier.

Hebt uw vijanden lief: kan dat?  In de bijbel is liefhebben niet een bepaald gevoel, maar een werkwoord., het heeft met je daden te maken. Gewoon is om je  vijand te haten. Misschien denkt u dat u geen vijanden hebt, maar iedereen heeft wel mensen waar hij een grote hekel aan heeft, waar hij  het liefst met een grote boog omheen loopt. Soms kun je van jezelf schrikken, als je merkt dat je over iemand alleen maar negatieve nare dingen kunt denken en niks goeds. En  het kan ook dat je vol vooroordelen zit ten opzichte van groepen mensen waar je eigenlijk niks van weet. Sommige politieke stromingen proberen dat uit te buiten, zeker als er verkiezingen naderen. Wij en zij. Wij zijn de goeden en zij deugen niet. Vijanddenken.

Meer dan het gewone doen is: je niet mee laten nemen in  vijand-denken, maar beseffen dat ieder mens  een kind van God is. God laat zijn zon opgaan over bozen en over goeden, over rechtvaardigen en over onrechtvaardigen.  In ieder mens zit een vonkje van God. Als je dat gelooft, kun je met andere, nieuwe ogen kijken naar de ander. Dan hoef je die ander niet aardig te vinden, maar je ziet haar of hem wel als een mens als jij, met goede en minder goede eigenschappen, net als jij, maar altijd met een vonkje van God. En als je voor iemand bidt, iemand met wie je het heel moeilijk hebt, dan kijk je na dat gebed toch met andere ogen naar haar of hem. Het is hoe dan ook een mens als jij.

Mozes zegt het in Exodus zo: Je mag een vreemdeling niet slecht behandelen en hem het leven niet moeilijk maken want je hebt zelf als vreemdeling in Egypte gewoond. Hij is als jij.

Over Egypte gesproken, het Egypte van nu: ik moet denken aan de demonstranten op het Taghrirplein, die al in het begin naar de soldaten toegingen , hen omhelsden en zeiden: we zijn broeders, we zijn allemaal Egyptenaren. Daardoor werd het onmogelijk  dat het leger zich tegen de demonstranten zou laten opzetten.

De laatste zin uit het evangelie van vandaag brengt ons misschien het meest in verwarring: Jezus zegt daar: wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.

Volmaakt? Hier is niet bedoeld dat wij mensen perfect, vlekkeloos zouden moeten zijn. Het Hebreeuwse woord dat Jezus hier gebruikt, tamiem, betekent: heel, uit één stuk. Echt, integer, waarachtig, betrouwbaar, bewogen, met ontferming bewogen.

Wees niet dubbelhartig maar een mens uit één stuk, wees betrouwbaar. Zoals Gods liefde voor ons betrouwbaar en echt is. Daarom mag een kind gedoopt worden zonder dat de ouders bevraagd worden op hun geloof. De doop  is een teken van Gods liefde zonder voorwaarden voor ieder mensenkind. Uit dankbaarheid daarover zeggen ouders ná de doop dat ze hun kind graag over deze liefde van God willen vertellen en hem willen voorleven dat hij vanuit deze liefde zelf mag leren leven. Die laatste zin van het evangelie, die mogen we elkaar en vandaag zeker Vincent meegeven: wees een mens uit één stuk, geschapen naar Gods beeld, in zijn gelijkenis. Amen.