RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Hier sta ik. Ik kan niet anders. God help me. Amen." - Maarten Luther


Uitleg en verkondiging van 05-06-2011

E-mailadres Afdrukken

Een gebed kan je in je eentje doen of met grote groepen tegelijk. In de afgelopen kerstperiode baden 40.000 jongeren in Rotterdam bij de Taizé-ontmoeting tegelijk hun stil gebed. Het kan gezegd, gezongen, geschreeuwd en gefluisterd worden.

Er is een enorme variatie in wat onder bidden wordt verstaan. Kunnen we iets noemen dat voor alle gebeden geldt? Zeker, bidden is de vertrouwelijke omgang met God, een soort gesprek. Het gaat er van uit dat er een relatie is met wie we aanbidden: er is een beweging van God naar ons en van ons naar God toe. Door het gebed maken we God deelgenoot van ons leven, van onze vragen, onze vreugde en ons verdriet.

In de evangelielezing vandaag hebben we een heel bijzonder gebed gehoord: het hogepriesterlijk gebed van Jezus, uitgesproken als afsluiting van de afscheidsgesprekken die Jezus voert met zijn leerlingen, vlak voor zijn gevangenneming. Het wordt het hogepriesterlijk gebed genoemd omdat Jezus in dit gebed als middelaar optreedt tussen God en de mensen. Hij doet een voorbede, vraagt God zich te ontfermen over hemzelf, over de leerlingen en over de andere gelovigen die door de verkondiging in hem geloven. Zo geldt dit gebed ook ons, raakt het ons.

Het bijbel gedeelte dat we lazen staat voor vandaag op het leesrooster en ik weet niet hoe het u vergaat, maar soms begrijp ik in eerste instantie weinig van de opbouw daarvan. Donderdag was het Hemelvaartsdag, we gaan op weg naar Pinksteren. En juist nu staat een gedeelte uit het Nieuwe Testament op het rooster van voor Pasen. Vreemd, of toch niet? Het is vandaag Wezenzondag. In Jezus tijd de leerlingen en wij nú zijn achtergelaten, Jezus is weg, er is afscheid genomen, we voelen ons verweesd, eenzaam en verlaten. Misschien is er wel een parallel tussen de gevoelens vlak voor Jezus’ kruisiging en na zijn hemelvaart? Een behoefte aan zichtbaar blijven, aan doorgaande aanwezigheid ook al is dat niet lijfelijk? Aan steun en vertrouwen, bescherming, aan onderlinge eenheid, weten van de waarheid.

Dat is precies wat Jezus hier verwoordt in zijn gebed. Hij weet dat hij al niet meer in de wereld is, naar God gaat. Tijdens zijn rondgaan in de wereld heeft hij mensen in contact gebracht met de liefde en waarheid van God, straks kan hij dat niet zelf meer doen. Daarom vraagt hij God om de mensen die wel in de wereld blijven te beschermen. Hen door de waarheid te heiligen.

Hij heeft het eeuwige leven geschonken aan de mensen die door God met hem verbonden zijn en nu hij gaat er  tussenuit, de verbinding wordt direct gelegd tussen de God en de mensen: alles wat van mij is, is van U en alles wat van U is, is van mij. Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld.

Jezus bidt tot God: bewaar hen door Uw naam, de naam die U ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn, zoals wij één zijn. Deze zin wordt vaak gebruikt in aansporingen om tot eenheid onder christenen te komen, maar er is ook een andere uitleg mogelijk.

Eén zijn van God en Jezus betekent dat Jezus helemaal vervuld is van God, van Gods bedoelingen en liefde. En hij geeft aan dat hij wil dat wij ook één zijn, één met God en met hem. In vers 22 herhaalt hij het nog eens weer: “Ik heb hen laten delen in de grootheid die U mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en U in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn  en zal de wereld begrijpen dat U mij hebt gezonden en dat U hen liefhad zoals U mij liefhad”.

Een betekent niet samenvallen met, niet te onderscheiden van elkaar. God, Jezus en de leerlingen blijven zichzelf, verdwijnen niet in elkaar. Maar Jezus en zijn volgelingen worden wel gevuld met God. Zodat zij één zijn zoals wij één zijn, bidt Jezus tot God. Hij is één met God en hij vraagt God zijn volgelingen dit ook te laten ervaren: zodat de liefde waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.

Daar gaat het om, dat ieder die Jezus volgt weet van de liefde van God, van de boodschap dat ieder geliefd is bij God.

Mensen uit één stuk, zonder twijfel over wat werkelijk de bedoeling is, zonder twijfel over de waarheid. Het is immers Gods waarheid.

Dat klinkt gemakkelijker dan het is. Niet omdat we niet zouden kunnen weten wat Gods waarheid is, Jezus heeft ons rijkelijk voorzien van verhalen en met zijn leven laten zien welke kant we op moeten. Maar er op vertrouwen dat God ons liefheeft zoals Hij Jezus liefhad. Lukt ons dat?

Leven vanuit het weten dat er onvoorwaardelijk van ons gehouden wordt, dat is zo simpel niet. Stel dat we dat zouden kunnen, dan zouden we geen angst hebben voor afwijzing, voor falen, voor wat ons door andere mensen kan worden aangedaan. Dan krijgt kritiek op ons doen en laten een andere lading, het wordt misschien iets om van te leren, maar haalt ons niet onderuit. Dan durven we te dromen van hoe het allemaal beter zou kunnen. Als we ons werkelijk over geven aan Gods liefde voor ons en voor de wereld gaan we niet meer op zij voor tegenwerking als we proberen ons kleine steentje bij te dragen.

In de epistellezing van vandaag zijn de opdrachten die Petrus aan de gemeentes in Klein-Azië geeft helder: Heb elkaar voor alles lief, wees gastvrij, gebruik je gave om anderen te helpen, laat Gods woorden doorklinken in wat je zegt.

Als we dat allemaal willen doen moeten we aan veel mitsen en maren in onszelf voorbij gaan. Zeker in onze maatschappij waarin het niet meer vanzelfsprekend is om keuzes te maken die in gaan tegen het eigenbelang val je op als je de ander meer ruimte geeft dan jezelf. Gastvrijheid is aardig, maar zoals het in vroeger tijden helemaal ingebed was in de cultuur om een ander met alle egards te ontvangen in je huis en hof, zo gaat dat tegenwoordig niet meer. Natuurlijk heeft dat deels ook goede gronden, al te goed is buurmans gek, maar in wezen heeft het, denk ik, ook te maken met angst. Angst om te verliezen, angst om als naïef of niet van deze wereld gezien te worden. Angst die we los kunnen laten als we ons helemaal laten vullen met Gods Geest?

Jezus zegt aan het eind van zijn gebed: Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar ik ken U, en zij weten dat U mij hebt gezonden. Ik heb hun Uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee U mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.

Duidelijker kan het niet, God heeft ons lief. Wij horen er bij, wij mogen weten dat Gods liefde in ons is.

Zoals u misschien weet werk ik veel met mensen die niet lang meer te leven hebben. Het valt me op dat bij het naderen van de dood vaak een innerlijke rust over hen komt. In de weken voor het sterven is er soms de worsteling van het moeilijk kunnen aanvaarden van het afscheid moeten nemen, van het definitieve van de dood. En dan ineens kan er een kanteling komen, overgave aan wat niet anders is dan het is.  Het is alsof ze dan weer mensen uit één stuk worden, niet meer verscheurd door gedachten en gevoelens over dat het anders zou moeten zijn. Ze zijn verdrietig, natuurlijk, maar het gevecht is voorbij.

Gelovige mensen geven dan aan dat ze vertrouwen ervaren, dat ze niet anders kunnen vallen dan in Gods hand. Dat ze zich geborgen weten, in leven en in sterven. Ze ervaren Gods Liefde als werkelijk aanwezig, zonder twijfel.

In ons drukke leven, met alles wat we moeten en waaraan we willen voldoen zijn we dit gevoel vaak kwijt. Dan ervaren we dat we falen als iets niet lukt, dat we tekort schieten als we moe zijn of ziek worden. Het gevoel één te zijn met God en te mogen zijn wie we zijn en hoe we zijn is soms ver weg.

Jezus bidt en laat zijn leerlingen deelgenoot zijn van zijn gebed. Ze mogen er bij zijn, bij de intimiteit van zijn gesprek met God. Sterker nog, hij bidt ook voor hen, ze worden betrokken in de verbondenheid van Jezus met God. Dat is niet zomaar wat. Als iemand voor je bidt is dat, zoals ik een predikante eens zo prachtig hoorde verwoorden, een optilmoment. Jij en je situatie worden opgetild, naar God toe gebracht, komen in een heilige ruimte. Jezus brengt hier de leerlingen bij de bron van zijn eigen geloof en van zijn leven. Daar zijn ze geborgen, zijn ze weer mensen uit één stuk.

In het algemeen wordt het Onze Vader aangehaald als het gebed van Jezus en dat de moeder aller gebeden is. En dat is natuurlijk zo. Maar ook het hogepriesterlijk gebed van Jezus heeft ons veel te zeggen. De taal is niet simpel, het is een lange en ingewikkelde tekst. Jezus bidt voor zichzelf, voor zijn leerlingen en voor ons tot God, dat staat misschien iets verder van ons af. Er zit een slag tussen. Maar juist dat maakt dit gebed ook zo kernachtig: Jezus vat samen wat zijn en onze relatie met God is, dat er een onlosmakelijk verbond is tussen God, Jezus en de mensen.

Zo zijn we niet verweesd, maar kinderen van de levende God, die ons in zijn Liefde bewaart.

     Amen