RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"

Ons leven is een leven midden in de dood. En toch blijft ook midden in de dood de hoop op het leven aanwezig.

" - Maarten Luther


Uitleg en verkondiging van 26-06-2011

E-mailadres Afdrukken

‘U gaat nu genieten van een heerlijk driegangen diner’, zei de ober. We zaten afgelopen maandag op de landelijke conferentie van studentenpastores als collega’s in een hotel annex conferentiecentrum. 

‘U gaat’.  ‘Nou, serveer het eerst maar uit’, zei ik, ‘dan kijken wij wel of het lekker is, dat bepalen we zelf wel.’ ‘Ja maar Bert’, zei mijn buurman aan tafel, ‘zo zeggen ze dat tegenwoordig’. ‘Dat weet ik wel’, zei ik, ‘maar wat zeggen ze dan eigenlijk?’ ‘Ach joh, die riedel hebben ze gewoon uit het hoofd geleerd, dat moet van de baas.’ Het was heerlijk, daar gaat het niet om. Maar alsof je mensen en wat ze lekker vinden op die manier kunt manipuleren.

 ’s Morgens was het ook al raak. Kom ik aan, maandagmorgen tien uur, verder niemand in het hotel, alleen een groepje studentenpastores. ‘Wat kan ik voor u doen’, vraagt de man van de receptie. ‘Ik kom voor het studentenpastoraat’. ‘Ogenblikje’, zegt hij, loopt naar de computer en tikt het in: ‘hm, eens even kijken, juist ja, klopt, u mag mij volgen.’ Ik volg de man en na twee stappen zie ik door de openstaande tuindeur mijn collega’s in de tuin zitten. Moest hij opzoeken in de computer.

Het was allemaal van een gelikte professionaliteit! Je reinste protocol! De man draaide gewoon zijn instructie af. Dan ben je geen persoon maar een ding. De gast is materiaal geworden. Het leeft niet meer.  Maar mensen zijn geen robots.  

Op Windesheim leren we studenten nadenken over zin en betekenis: wat ze doen verbinden met wie ze zijn, hun beroep aan de persoon, de roeping in het beroep.  Ze zijn er heel enthousiast over. Als ik vraag ‘wat is nu je roeping’, snappen ze daar eerst niks van. Dat woord kennen ze niet. Ze zijn het nog nergens tegengekomen. Maar als ze het snappen vinden ze het een geweldige vraag. Pas zei iemand: ik ben nu vierdejaars maar ik heb het gevoel dat het hier voor het eerst echt ergens over gaat.

Ze zijn het beu om alleen maar competenties en vaardigheden te leren, kunstjes, techniekjes, trucjes waar je dingen mee kunt beheersen, protocollen en procedures. Ze willen weten wat het met hun leven te maken heeft, hun persoon, hun levensopdracht. Ze willen wat van hun leven maken, niet alleen een instrumentje zijn in een productieproces. Ze willen meer zijn dan dertien in een dozijn en voor jou tien anderen. Ze willen van binnenuit betrokken zijn, iemand die er met hart en ziel bij is.

De vragen die daarover gaan zijn er in de moderne wereld van na de oorlog steeds meer uitgefilterd. Dus dat is al ongeveer zeventig jaar! De vragen die er toe doen, die leven zinvol maken, die je mens maken? Daar was een hele tijd geen ruimte voor. Het ging alleen om productie en rendement. Wat doe jij? Wat verkoop jij? Daar zijn ze mee doodgegooid. Dat is dodelijk. Je komt niet tot leven.  Maar de wal keert het schip. Steeds meer studenten ontdekken dat. Ze willen wat van hun leven maken. Ze willen weten wat ze doen en waar ze het voor doen.

Dus dat lukt goed. Maar je moet er veel voor doen. En ook zorgen dat die ruimte er blijft. Die moet je soms voor de poorten van de hel wegslepen. Want het kan zomaar zijn – en het gebeurt ook – dat ze het vervolgens weer allemaal in een format willen hebben.  Maar dat biedt nu net geen ruimte voor het leven erin, zeg maar na Pinksteren: voor de Geest. Er is een spontane dynamiek. Er kan zomaar iets onvoorspelbaars gebeuren of ergens vandaan komen dat maakt dat het kwartje valt, dat mensen ineens gaan zien waar het over gaat. En aangestoken worden en anders gaan kijken, naar zichzelf, de mensen en de wereld. Dan gaat het leven. Juist dat kun je niet vangen in de dode letter van schema’s en protocollen.       

Er heerst, net als in veel grote organisaties en de hele samenleving, een dodelijke systeemdwang, zei ik onlangs tegen Zwolse collega’s die op Windesheim op bezoek waren. Alles moet in regels passen, protocollen en procedures. Maar het gevaar is groot dat je daarmee alles plat slaat. Alle leven eruit slaat, de lucht, de adem. Dan word je een robot. Het was vlak na Pasen. Wij weten van opstaan, zei ik, van de Tora: kies het leven. Het besef dat dat ergens over gaat moet je soms voor de poorten van de hel wegslepen. Dat kom je op allerlei manieren tegen, in het ziekenhuis, bij de overheid. Er zijn talloze voorbeelden van. Je bent niemand meer, er zijn alleen procedures. Dat is natuurlijk waar die mensen zo woedend om zijn die nu het PGB wordt afgepakt. Of hun pensioen. Die niet meer kosjer of halal mogen slachten. Het is de wereld waar wij in leven en het mee moeten doen, zeg ik vaak.

Er wordt wat afgemopperd. Mensen voelen zich een kat in een vreemd pakhuis, ‘n vreemde in eigen tijd. Ze hebben een ander klokje horen luiden, over leven in plaats van dood. Over iemand zijn, met een naam, in plaats van een ding. Het klokje van de Tora in plaats van het geklingel in de stad. Maar het is onze stád, onze ballingschap. Maar in de vervreemding kun je beter een kaars aansteken dan de duisternis vervloeken. Bidt voor de stad want in haar vrede zal ook voor u de vrede gelegen zijn. 

Vrede is niet los verkrijgbaar, vrede in jezelf ook niet. Je moet het zoeken in het publieke domein van de plek waar je leeft. Je dacht dat het alleen in het veilige Jeruzalem kon waar de tempel stond, maar het kan ook in de stad die van God los is. Je moet anders kijken en andere woorden gebruiken, maar je moet hetzelfde doen: bidden voor de stad, het beste zoeken, niet verwensen.

Je bent gedoopt. Ik geef in de cursus Theologische Vorming voor Gemeenteleden het vak liturgie. De deelnemers snappen vaak het verband niet tussen de doop en de dood. Waarom wordt er bij uitstek in de Paasnacht gedoopt? Dat weten ze niet. Omdat Jezus voor onze zonden gestorven is? Nee, Hij is in de Paasnacht opgestaan. En bij ouders hoef je in een doopgesprek al helemaal niet aan te komen met de dood. Daar willen ze liever even niet aan denken als ze net een kindje hebben. Maar als je het doet vinden ze het prachtig.

Dan vertel ik over Romeinen 6, dat wie in Christus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn. Dat dit bij de doop niet altijd gezegd wordt maar dat het precies aangeeft wat de doop voor een teken is. Je verdrinkt. Er gebeurt wat in die hele godvergeten wereld van dodelijke systemen alleen maar met je gebeuren kan: gebrek aan adem, omkomen. Maar dat je niet angstig moet zijn omdat als je er met Christus in ondergaat, je er met Hem uit zult opstaan. Daar is de doop een teken van.

Al is het een wolk van een baby, dit is de wereld waar het kind in geboren is. Het moet er in leven en doorheen. Je wilt het beste voor je kind. Maar het beste is toch niet dat het de wereld van die gelikte professionaliteit als het echte leven gaat zien? Dat zou het slechtste zijn. Daar gaat het dood aan. En dat wil je niet. Dus je hoopt dat het die wereld leert herkennen en benoemen als dood. En er met Christus aan zal sterven en uit opstaan. Dat het zijn leven er niet in wil vinden om het vervolgens te verliezen, maar het wil verliezen om het te vinden.

Het zijn lastige dingen om uit te leggen. Je moet er niet heel lief over doen. Als Jezus zegt wat volgen is, komt hij niet met zoete lievigheid en happiness. De weg van het koninkrijk is niet comfortabel, hij zit vol scheuren en barsten. Het verdeelt tot op het bot. Er voor kiezen loopt overal doorheen, door jezelf, je relaties. Bidden om vrede voor de stad gaat als een zwaard door alles heen.

Maar misschien geeft iemand je onderweg een beker koud water. Zijn loon zal groot zijn.