RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Een mens kan God niet alleen met werken dienen, maar zeker ook met vieren en rusten." - Maarten luther


Gelijkenis van de Zaaier

E-mailadres Afdrukken

Gelijkenis van de zaaier, Matteüs 13: 1 – 9 met schilderijen van Vincent van Gogh, gevolgd door een Ciaconne van Johann Pachelbell  als muzikale meditatie

Inleiding op de lezingen:

Vandaag staat als evangelielezing  Jezus’  gelijkenis over de zaaier centraal, overgeleverd  door Matteus.

Naast de woorden die klinken uit Jesaja en het Matteusevangelie en de beelden die de tekst bij ons oproept, willen wij vandaag in de preek en de muzikale meditatie ook beelden laten zien die ons zijn nagelaten door Vincent van Gogh. Ze sluiten niet naadloos aan bij de lezingen, maar we brengen ze ermee in verband. Hopelijk zult u het ervaren als een zinnig verband.

Vincent van Gogh was een schilder, die naast een groot kunstenaar, ook christelijkgevormd was, als zoon bovendien van een predikant.  Er is een tijd geweest dat hij zelf predikant wilde worden. Dat ging niet door: het lukte hem niet, de academische studie theologie te beginnen. Wel werd hij een tijd lang evangelist onder de mijnwerkers in de Belgische Borinagestreek. Hij zag zichzelf dus  als iemand die de boodschap van het evangelie uit wilde dragen.

Maar rond zijn 28e raakte hij steeds meer vervreemd van de kerk en de officiele leer.  Hij besloot hij kunstenaar te worden. Uiteindelijk raakte hij helemaal los van de kerk. Zijn kunstenaarschap en zijn kunst werd zijn geloof, zijn religie. Alles wat hij wilde uitdragen deed hij vanaf toen in zijn kunst. Zijn werk echter blijft doordrenkt van religieuze en ook bijbelse en christelijke thematiek, al is het nooit meteen als zodanig te herkennen. Een zaaier is bij hem een zaaier. De zon en ook zonnebloemen blijven een zon en zonnebloemen. Graan is graan. Maar tegelijkertijd verwijzen zij ook naar Christus en God en naar de mensen die leven met Gods Woord en bezieling, naar opstanding. De natuur is bij Van Gogh een bezielde natuur, durf ik wel te beweren en in de verbeelding van de natuur probeert Van Gogh te reiken naar het transcendente, naar datgene, Diegene? die ons en alles overstijgt.

Vandaag brengen  we een van de schilderijen van de figuur van de / een zaaier dat schilderij en ook enkele andere van zijn werken in verband met de gelijkenis over de zaaier van Jezus. Belangrijk vind ik om vooraf te zeggen, dat ik daarbij mijn eigen interpretaties en associaties volg en niet beweer dat ik precies weet hoe Van Gogh ze bedoelde.

De preek bestaat vandaag niet alleen uit woorden en de muzikale meditatie niet alleen uit klanken. Beide worden begeleid door beelden.

 

Preek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus.

Jezus vertelt een gelijkenis over een zaaier. In zekere zin doelt hij daarmee op zichzelf.

In het hoofdstuk hiervoor lezen we, hoe Jezus het huis verlaat. Hij stapt bewust uit de kring van zijn familie en gaat over naar de menigte van mensen die naar hem komen luisteren en die hem zijn gaan volgen. Het is niet zozeer een radicale breuk, maar wel een beuwste stap. Hij heeft tevoren gezegd: “...ieder die de wil van mijn vader in de hemel doet is mijn broer en mijn zuster”. Jezus is niet gekomen om ‘familieman’ te zijn, eentje van Jozef en Maria, nee hij is gekomen met het oog op heel Israël, op de wereld. De ‘schare’, zo heet dat in de evangelie, ook al vertalen wij dat niet meer zo. Jezus is gekomen om de boodschap van Gods Koninkrijk te zaaien: de wereld moet nieuw worden. Hij is gekomen om zichzelf te zaaien: hij zelf zal als zaad de wereld ingaan, sterven als een graankorrel en toch, nee,  juist, vrucht dragen.

Zo zit hij daar aan de oever van het meer, met de schare luisterend  om zich heen. En hij steekt van wal:

“Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien.”            

Wat doet iemand die zaait? Hij werpt zaad uit met de verwachting dat er een gewas uit voortkomt. Graan bijvoorbeeld, of gerst, of spelt. Om later brood van te bakken. Want mensen hebben brood nodig om van te leven. De wereld heeft brood nodig. De weg van de zaaier leidt hopelijk naar de eettafel. ‘Maar’, zegt Jezus, ‘de mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder  woord dat klinkt uit de mond van God.’

Jezus is de zaaier. Hij zaait Gods Woord, het woord van Gods koninkrijk, van Gods onbegrepene, Gods onzichtbare koningschap over de wereld. Een wereld die van God los lijkt te zijn, maar het toch niet is.

Velen voor Jezus hebben dat Woord gezaaid.  Zoals Jesaja die sprak over het woord dat voortkomt uit Gods mond. Gods Woord is zaad dat gezaaid moet worden en vruchten zal opleveren.

I.

Wat laat Vincent ons zien?

Hij toont ons een zaaier tegen een avondlucht. In de avondzon zaait hij het graan in de akker.

Een avondlucht? En dan zo’n felle gloed. Jazeker:  de avondzon lijkt bij Vincent op de opgaande zon. Even veelbelovend als ochtendzon schildert Vincent deavondzon, om zijn hoop, zijn vertrouwen op een goede oogst uit te drukken.  Wie is die zaaier volgens Vincent? We zien zijn gezicht niet echt goed.

- Hij kan Christus zijn, die Gods Woord van troost en vernieuwing wil zaaien, de wereld nieuw wil maken.

- We kunnen er Christus in elk van ons, in de mensen in herkennen, die de taak van het zaaien op ons nemen: zaaien als beeld voor alles dat ons leven zinvol maakt als een taak, een opdracht te zien en op ons te nemen. Zo worden wij zelf tot ‘Christussen’ / Christusmensen. Mensen die als Christus de opdracht hebben in ons leven Gods liefde door te geven en vrucht te laten worden in de wereld.

- Voor Vincent kan het ook de kunstenaar zijn, die zeker. In de kunst wordt ook iets gezaaid, van een weten van de wereld, van het nieuwe. Of het Gods wereld is voor Vincent, is misschien wat teveel gezegd. Maar hij zaait in de hoop op meer dan het vergankelijke leven. Hij zaait met hoop. De zon is daarvan het symbool:  symbool van leven.

Zo gaat de zaaier voort. Hij nodigt ons uit mee te gaan. Hoe is de weg van het zaad vanaf hier?

 

 

 

II

“Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg,

en er kwamen vogels die het opaten.”                 

Zo gaat het dus verder: we zijn nog maar nauwelijks op weg gegaan met ons zaad en we hebben de boodschap van de verneuwing nog niet tot kunnen laten doordringen, of het wordt allemaal al weggepikt. Als druppels regen die verdampen voor ze de grond raken. Zo kan het gaan in ons leven.

Toch is het meer dan tragiek. Je kunt het ook weg láten roven. Jezus is ook zeer kritisch ten opzichte van onze wijze van leven, van verstaan. Zo moet het niet, daarvoor is het zaad, het Evangelie van Gods Rijk te kostbaar.

Vincent heeft dat ook gezien in zijn leven. In zijn schilderij ‘Korenveld met kraaien’, uit 1890 heeft hij naar eigen zeggen “triestheid en extreme eenzaamheid”  willen uitdrukken. Een dreigende lucht met een nauwelijks zichtbare zon. Overal grauwe vogels. Wat blijft er over van wat waardevol is? Het is allemaal weerloos, inderdaad.

 

 

 

III

“Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen. Toen de zon opkwam verschroeide het en omdat het geen wortel had, droogde het uit.”      

Hoe diep gaat ons vertrouwen? Hoe vasthoudend is ons geloof? Laten we niet te hard oordelen over mensen die het betreft, ook niet over onszelf. Het kan gaan om mensen in de verdrukking, in de beproeving. Je weet maar nooit wat er overeind blijft van je geloof in moeilijke, soms onmenselijke situaties. Of, minder dramatisch: alles gaat stroef en is weerbarstig en we zitten onszelf in de weg. Maar ook hier schuilt een opdracht: Jezus roept ons als het ware op, niet op te geven, maar vol te houden. Het is de moeite waard.

Vincent kon als geen ander de rotsachtige grond uitbeelden. De Provence was hem lief, hij moet het er prachtig hebben gevonden. Maar hij moet er toch ook de weerbarstigheid van zijn eigen leven in herkend hebben, van alles wat maar niet wil lukken, van wat maar niet wil wortelen. Ook dat herkennen wij toch? In en buiten ons geloof?

 

 

 

 

IV

“Weer een ander deel viel tussen de distels en toen die opschoten, verstikten ze het zaaigoed.”

Die distels: ze staan hier voor alles dat Gods bedoelingen verdringt. Het kan mooi zijn, want distels zijn ook mooi, maar ze hebben één nare eigenschap: de stekels.

Zo moet de kerk weerwoord geven aan onmenselijkheid en aan de misschien nog veel meer alomtegenwoordige vervlakking, verkilling en verzakelijking. Er is zoveel dat onze aandacht vraagt, dat het zaad verstikken kan. Er zijn zoveel stemmen die hard schreeuwen, zoveel dat onze aandacht opeist. Maar is het ’t allemaal wel waard om beluisterd en gehoorzaamd te worden? Echt luisteren kost tijd. En diegenen die écht gehoord willen worden, weten dat ook en zij nemen de tijd. Zo ook God.

 

 

 

 

V

“Maar er viel ook wat zaad in goede grond en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.”

De goede grond. Daar is het om te doen. Hier komt alles terecht. Alles valt hier in goede aarde: het zaad, Gods woord, de menselijke inspanning, ons geloofsvertrouwen. Hier gaat om het horen en begrijpen, zegt Jezus. Niet zomaar aanhoren, hóren: doordrongen raken van de bedoelingen van het Woord. Eén worden met het Woord, de daad bij het woord voegen. Waar hangt dat vanaf? Bij alle vorige voorbeelden ging er iets mis bij de mensen, bij ons, toch? En hier dan? Doen we hier ineens iets helemaal goed? Is het welslagen van de oogst het  loon voor de noeste arbeid? Hoeveel misoogsten overkomen je niet evenzeer als het geluk je overkomt, ook in de figuurlijke zin: in je werk, op school, in je liefdesleven. Is dit niet veel meer het domein van de genade: je ervaart het als een gave, als het werk van God, dat het goed is, zoals het is. Het gelukkigst word je misschien niet eens van wat je allemaal voor resultaat hebt van wat je goed hebt gedaan, maar van hóe je iets hebt gedaan of aangepakt. Hier is Vincent overtuigend: een veld vol korenschoven. Goudgeel koren: overvloedig opgetast in, opnieuw, de avondzon. De avondzon? Ja, dit is nóg het einde niet. De korenschoven worden naar de molenaar gebracht, van het meel wordt brood gemaakt. En er wordt genoeg graan achtergehouden om weer te dienen als zaaigoed voor een volgende oogst. Het gaat uiteindelijk om de kiemkracht van het zaad. Al deze overvloed is meer dan aards welvaren. De gouden rand die dit landschap is, is een glimp van de eeuwigheid, van het Godsrijk, de nieuwe wereld zelf. Vincent is hier misschien nog wel het meest gelovig van al. Wat heeft hij gezien? Het was in het jaar voor zijn dood. Het is een mooie gedachte, dat hij zich getroost heeft geweten, daar in het ziekenhuis van St Paul de Vence.

VI

Is het nu voorbij?      

Nee, de clou komt nog. Jezus zegt:

“Laat wie oren heeft, goed luisteren!”

Wat moeten wij verstaan. Evangelisch gezien gaat het er altijd meer om wat God doet, dan wat wijzelf doen. Gods daden zijn tot meer heil dan onze daden. Het klinkt streng, maar het is een blijde boodschap. Je zou zo maar kunnen blijven hangen bij de vogels, de rostbodems, de distels.

Maar mensen kunnen tot goede aarde worden. Dat wil God ons geven.

Dat evangelie, dat God het wil doen en in ons wil werken, dat hij van ons goede aarde wil maken, horen we nog het duidelijkst bij Jesaja, als hij Gods Woord spreekt:

“Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert, zonder eerst de aarde te doordrenken, ... zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied.”

Zo kunnen we léven. Niet alleen reikhalzend uitziend naar vernieuwing, niet steeds koortsachtig werkend. Maar ook erop vertrouwend dat God het wil doen.

Vincent moet ook iets van dat vertrouwen gevoeld hebben. De ontspanning die hij schilderde is weldadig. Rusten in het besef dat de overvloedige oogst binnen is?

 

 

Wij mogen geloven dat we goede grond zijn. God wil dat geven, in elke situatie van ons leven.

Dat geloof kan ons in de grootste crises van ons leven, in de diepste diepten van de geschiedenis tot steun zijn. Weinig mensen hebben indrukwekkender getuigd van de zin van het leven midden in een als volstrekt zinloos ervaren wereldgeschiedenis dan Etty Hillesum deed.

Zij schreef op 2 oktober 1942, op haar onderduikadres, in de nacht dat hier in Zwolle vele Joodse medeburgers bijeengedreven werden in de gymzaal van het gymnasium Celeanum om weggevoerd te worden ter vernietiging:

“”Vruchten en bloemen dragen op elke grond waar men geplant is, zou dat niet de bedoeling zijn?”

Amen