RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Hier sta ik. Ik kan niet anders. God help me. Amen." - Maarten Luther


De Preek van zondag 4 september 2011

E-mailadres Afdrukken

Preek zondag 4 september 2011

Een van de redenen waarom  het voor ons als moderne mensen zo lastig is om bijbelteksten te verstaan zoals ze ooit bedoeld zijn, is naar mijn overtuiging, dat de joodse cultuur waarin Jezus leefde zo anders is dan de onze. Ze legde het zwaartepunt van het leven bij de gemeenschap en niet bij het individu, zoals wij in het Westen doen, sinds we de afzonderlijke mens, het ik, steeds meer centraal zijn gaan stellen. Wij zijn steeds individualistischer geworden.

En dan kunnen we daarover wel klagen en het tij proberen te keren, op de preekstoel, of vanuit een krantencolumn of vanuit het spreekgestoelte in de Tweede kamer, maar wij kunnen nooit onszelf helemaal losmaken van hoe onze westerse samenleving nu eenmaal is: geïndividualiseerd. Of we nu willen of niet, we zíjn individualistischer dan de mens lange tijd was. En nu, in onze tijd, nog wel het meest Niet, dat we geen behoefte aan anderen hebben, of dat we het belang van gemeenschapszin niet meer inzien, maar wij zijn als westerlingen eerst onszelf en daarna pas weten we ons verbonden met de rest: de familie, de samenleving, noem maar op. Dat maakt ons niet meteen tot egoïsten, maar het zegt vooral hoe we naar de wereld kijken: door onze eigen zelfbewuste ogen en niet meer in de eerste plaats  met de blik van de gemeenschap, het collectief.

De wereld uit de tijd van Jezus of ook hedendaagse culturen waarin de gemeenschap centraal staat, hoeven we trouwens niet te idealiseren of romantiseren. Het alleen maar denken uit de gemeenschap heeft natuurlijk evenzeer slachtoffers gemaakt. Het individualsime heeft zich ook ontwikeld als een heilzame tegenkracht tegen bijvoorbeeld de macht van de clan. Het besef dat jij er als mens toe doet, is onmisbaar om echt mens te kunnen zijn. Een ook daarvoor zijn in de bijbel en in het evangelie aanzetten te vinden.

Maar toch, het bijbelse denken en redeneren en geloven vanuit de gemeenschap staat vaak sterk in tegenstelling tot het moderne denken vanuit het individu. Het bijbelse ‘ons’, staat tegenover het moderne ‘ik’.

Dus als ik als moderne man uit 1971, lid van een van de eerste generaties die al sinds de geboorte alles had wat zijn hartje begeerde, - of niet eens begeerde, want het was er gewoon-  en van een van de eerste generaties die in bijna alles een enorme vrijheid heeft gekregen om helemaal zelf mijn leven te leiden zoals ík dat wil, asl ik dan zo’n stuk lees uit Matteus 18, dan is mijn eerste gedachte:

Wat vervelend, wat moralistisch, dat je iemand ter verantwoording zou moeten roepen, je moet elkaar toch de ruimte geven en anderen toch niet aanspreken op wat anderen fout doet? Vrijheid blijheid, alsjeblieft. Neem elkaar alsjeblieft niet de maat. En als het echt de spuigaten uitloopt met het gedrag van die ander, dan haal ik de politie of de rechter er wel bij. Het is natuurlijk gechargeerd gesteld, maar ik denk wel, dat een van de redenen dat onze samenleving zo verhard en zo gejuridiseerd is en zo consumptief aankijkt tegen de vrijheid van meningsuiting,  gelegen is in de doorgeschoten individualisme. Zo dreigt het op zich positieve besef dat je er als persoon toedoet, dat er een persoonlijke integriteit van ieder mens bestaat, te verworden tot een soort van karikatuur. Wat een eenzaamheid komt daar niet uit voort.

Als je Jezus’ woorden probeert te plaatsen in de contekst van zijn tijd, van heel zijn evangelie ook, dan is het al snel duidelijk, dat het hier helemaal niet gaat om een moralistische behoefte om zondaars in het gareel te krijgen. Jezus denkt hier geheel vanuit de kwaliteit ervan de gemeenschap. En omdat Matteüs het navertelt, hoor je er ook in meeklinken, dat de kerk al ontstaan is, een nieuwe gemeenschap van mensen die Jezus willen volgen op de door hem ingeslagen weg, die naar het Rijk van God voert.

De gemeenschap, de verbondenheid van mensen met elkaar staat voorop. Daarom gaat het hier ook om broeders en zusters: in de gemeenschap van Christus is de relatie tussen de gemeenteleden te vergelijken met de intieme verbondenheid tussen familieleden. De term broeders en zusters laat zien, hoezeer wij en onze levens, met elkaar verweven zijn. Hoezeer ook met God verbonden zijn, die ons als een vader of een moeder is. Ook al zouden we willen – families zijn immers lang niet altijd gemakkelijke gemeenschappen - we kunnen niet helemaal los van elkaar.

En in die gemeenschap gaat het erom, dat die ander, met wie je moet samenleven, is zoals jij bent. Net als jij is hij of zij aangewezen op de liefde van God, op de goede wil van zijn medemensen. Bijbels en evangelisch bezien zijn mensen elkaars naasten. Geen mensen die pas iets met elkaar te maken krijgen als zij dat willen en er bewust voor kiezen. Naasten ben je, bijbels gezien, omdat je elkaar gegeven bent. Omdat het leven ons is gegeven  in samenhang, in gemeenschap met andere mensen. Gegeven is door God. Eigenlijk klinkt in al Jezus’ woorden zijn dubbelgebod, ontleend aan Leviticus, door:

“Heb de Heer uw God lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand en uw naaste als u zelf”.

Mensen zijn elkaars medemens. De naaste is als jij. Al Gods geboden, al Gods aanmoedigingen tot goed leven, stoelen op empathie, het vermogen in te voelen wat een ander beleeft. Bij alles hebben wij ons af te vragen: en wat als jij in de schoenen van die ander stond? Wie niet inziet dat hij zelf ook fouten, soms heel grote, maakt, kan die van een ander niet vergeven.

Ik ben ervan overtuigd dat het eerder in die geest is dat we Jezus’ woorden moeten begrijpen, dan in vanuit een situatie waarin een zondaar klemgezet wordt en uiteindelijk wordt geëxcommuniceerd. Het gaat Jezus er juist om, dat degene die mij wat heeft aangedaan het verkeerde dat hij heeft gedaan kan goed maken. Als het goed is, maakt hij gebruik van die kans die hij krijgt en hoeft niemand ervan te weten. Pas als dat niet werkt, halen we er iemand anders bij. En dan niet meteen de sterke arm van de politie of de rechter, maar eerst een of twee ander vertrouwelingen, die kijk hebben op de zaak. Ook dat gaat nog buiten medeweten van de hele goegemeente om. Pas als de boosdoener dan nog niet wil luisteren en blijkbaar zelf niet meer bij de gemeenschap wil horen,  moet je hem behandelen alsof hij inderdaad niet meer bij de gemeenschap hoort. Het blijven strenge woorden, maar nogmaals, ze zijn gesproken met een sterke gemeenschapszin, waarin goede verhoudingen belangrijjker zijn dan persoonlijke genoegdoening.  Een mens mag zijn recht halen, we hoeven onrecht dat ons wordt aangedaan niet onweersproken te laten en we kunnen niet alles door de vingers zien, maar zelfs als we dat recht zoeken, moeten we zo lang mogelijk die ander als medemens zien.

De wereld van vandaag snakt naar meer medemenselijkheid, meer empathie en naar goede vormen van gemeenschapszin. Want we leven in een wereld waarin naast de altijd al aanwezige conflicten tussen groepen en volken, ook steeds meer mensen als eilandjes van elkaar lijken weg te drijven. In de samenleving en ook in de kerk. Er zijn ontelbaar veel korte lontjes in binnen- en buitenland en ze zijn verbonden met evezovele kruitvaten, die weinig nodig hebben om te ontploffen. Het gaat met een hoop vertoon van macht en kracht. Een heilloze weg.

Jezus wijst een andere weg. Hij leeft ons voor vanuit de kracht van de ware gemeenschap, een gemeenschap die hij onder mensen wil stichten. Een gemeenschap tussen mensen en met hem, een gemeenschap met God zelf.

Hij zegt: “waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik ik hun midden”.

Laten we daarop vertrouwen, dan heeft ons leven en heeft de wereld toekomst.