RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God is dan het dichtst nabij als Hij het verste weg schijnt te zijn." - Maarten Luther


De preek van zondag 16 oktober 2011

E-mailadres Afdrukken

Een storm.Jan_Toorop_Heer_red_ons_wij_vergaan_De_storm_op_het_meer

Hevige rukwinden,

golven met schuimkoppen op het groene water,

draaikolken,

de hemel grijs,

de oever niet meer te zien.

Het schip is een speelbal geworden, het zeil is aan flarden.

De elementen hebben het voor het zeggen.

De mens is hier nietig geworden, misplaatst in een omgeving waar hij niet thuishoort.

Vaag horen we het geredder van de opvarenden aan boord, hun paniekerige geschreeuw. Het wordt overstemd door het geraas van het water. Hun angstig roepen en hun in machteloze paniek uitgestrekte handen, het is allemaal kansloos in dit natuurgeweld. Ze zullen ten onder gaan. Vergaan zoals eens Jona.

Hun kreten zijn een noodkreet, smeekgebed vanuit de diepte, waarin ze al bijna zijn verdwenen. Ze roepen het uit. Maar niet ongericht. Ze roepen tot Jezus, hun meester. Hij moet hen redden. Kan hij dat? Als Hij het niet doet, wie dan? Hij moet hen redden.

Maar Jezus slaapt.

Ze maken hem wakker: “Heer, red ons toch, we vergaan!”

Jezus wordt wakker. Hij ís er.

En hoe. Jan Toorop schildert hem als een baken in de kolkende zee, als een rustpunt voor de ogen temidden van alle bewegingen – golflijnen noemt Toorop ze - in het aquarel. Jezus is geheel en al in rust. Hij zit rechtop.

Alleen bij hem is het veilig. Absurd, als je je indenkt hoe het is in een storm. Maar vanuit wat Matteus vertelt en wat Toorop hier laat zien, ís het zo: bij Jezus is alles rust. Waar elders de storm huishoudt en alles opzweept, heerst er een volkomen rust rondom de gestalte aan de achtersteven, de gestalte aan het roer. Jezus is hier als een kapitein die alles onder controle lijkt te hebben.

Toorop schildert het moment vlak voordat Jezus opstaat. Hij zit hier nog. Maar toch heeft zijn houding al iets van iemand die rechtop stáát. Toorop heeft hem zozeer rechtop gezet, dat het wel lijkt alsof hij er een lineaal bij gehouden heeft. Zo werkt de figuur van Jezus visueel als een middelpunt , ook al zit hij wat symmetrie betreft niet in het midden van het beeld. Jezus lijkt zo het oog van de storm. Temidden van alle tumult straalt hij rust uit.

De leerlingen zitten aan de andere kant van het schip, aan de boeg. Jezus lijkt voor hen nog onbereikbaar ver weg. Waar zij staan worden ze al overspoeld door de golven die over het schip slaan.

Toch is er één die bij Jezus zit. Als enige. Met zijn hoofd op Jezus’schouder klampt hij zich aan Jezus vast. Is hij degene die Jezus wakker gemaakt heeft? Weet hij zich al veilig, omdat hij bij Jezus is? In elk geval is het zijn angst die hem zich aan Jezus doet vastklampen.

Jan Toorop vangt hier zowel de paniek  -“Heer, red ons, we vergaan” - als het beslissende moment waarop Jezus wakker is geworden en tot hen zegt: “Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?”.

In dat verwijt ligt eigenlijk de redding al besloten. Het moment hierna zal Jezus opstaan. Opstaan. Je kan eroverheen lezen. Dan lees je dat Jezus rechtop gaat staan of wakker wordt. Maar ik geloof dat Matteus meer bedoelt dan dat. Jezus staat op, dat wil zeggen: hij zegeviert over alle machten en krachten die levensbedreigend zijn, hij staat op tegen de macht van de dood. Ja hij staat op uit de dood. De woeste golven, de hevige wind, de kolkende zee, het verwijst allemaal naar de doodsnood, ja naar de dood zelf. Dit is een opstandingsverhaal.

Toorop zegt met zijn aquarel als het ware: Jezus redt uit de dood. Hij staat op temidden van alle stormen en winden die aan ons rukken in ons leven en ons de diepte in zuigen. Hij is machtiger dan dat alles bij elkaar. Hij bestraft de wind en de zee, ja, de dood legt hij het zwijgen op. Hij kan alles tot stilte brengen.

Die figuur in het rood bij Jezus, dat is misschien een leerling, maar wij kunnen er ook ons zelf in zien. Volgens mij nodigt Toorop ons uit om die plaats zelf in te nemen. Om ons aan Jezus te hechten. Om het bij hem te zoeken, in onze nood. Want vroeg of laat of nu reeds, stormt het ook in ons leven. In de wereld is er voortdurend ergens een storm. Wij mensen hebben onze angsten, ons diep verdriet, onze conflicten en we kennen het gevoel alleen gelaten te zijn, overgeleverd aan gebeurtenissen waarover wij niets te zeggen hebben, waarin onze stem niet gehoord wordt.

We kunnen ons verloren voelen. Maar we gáán niet verloren.

In Christus geeft God een tegenkracht tegen al die machten die ons omlaaghalen. Hoe groot ze ook zijn, toch krijgen ze niet het laatste woord. Het laatste Woord is aan God. In Christus spreekt God de wind en de zee bestraffend toe. In Christus stilt God de storm. Door hem weten wij wat het enige is dat telt: de liefde. Ten diepste mogen wij ons bemind weten.

Als we dat geloven, valt er te leven, zelfs temidden van de grootste stormen. Dan staan we met Hem op uit de diepte en gaan gaan we met Hem door het leven naar het leven.

Gebeden

Positie Koptische christenen en in Egypte en christenen in het Midden-Oosten

Overstromingen in Thailand