RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Mooie muziek is de kunst van de profeten. Het kan onze ziel rustig maken. Muziek is een van de meest prachtige en heerlijke cadeau's die God ons heeft gegeven." - Maarten Luther


Overweging Museumviering zondag 30 oktober 2011

E-mailadres Afdrukken

Overweging 1: Meer licht

Meer licht. De titel van een van de tentoonstellingen in dit museum. Afgeleid van wat naar verluidt de laatste woorden waren van de grote Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe. Op zijn sterfbed zou hij dit hebben gezegd. Woorden die spreken van ruimte en licht waar menselijkerwijs nu juist de duisternis en de benauwdheid intreden.

Combinatie ‘Meer licht’ en ‘Moderne Devotie’

Prachtig hoe Museum de Fundatie gekozen heeft voor dit thema en vooral om een beroep te doen op de verbeelding van hedendaags kunstenaars om ons het licht en ook wel ‘het sublieme’, voor ogen te stellen. Dit in combinatie met de tentoonstelling van handschriften, beelden, schilderijen en houtsneden uit de tijd van de Moderne Devotie. Ook een beweging waarin het ging om licht. Nog middenin wat door sommigen nog altijd als de ‘duistere Middeleeuwen’ wordt beschouwd, leerden Geert Grote en Thomas van Kempen en hun navolgers dat de wereld niet zo duister is dat wij het licht van God niet kunnen zien. Gods licht ís er. Het is aan de mens om zijn eigen blindheid weg te nemen, die hem verhindert dat licht te zien. Dat we dat licht niet zien, komt, zegt Thomas, doordat ons ‘ik’ in de weg staat.

Wij namelijk verblind door onze hang naar het materiële en naar zekerheden. Dat moeten we loslaten. Pas dan wordt onze blindheid weggenomen en komt er plaats voor het licht van God en kunnen wij God ervaren. Aldus Thomas. Het klinkt gemakkelijker dan het is, natuurlijk. Maak je maar eens los van het materialisme dat de wereld in zijn greep heeft, met als voorlopig dieptepunt de economisch-politieke - en financieel-bancaire crisis, waar we middenin zitten. Zet je maar eens schrap tegen alle menselijke hang naar macht en egotripperij, waarde wereld vol van is. De dappere poging van de Occupybeweging, hoe weinig duidelijk en praktisch ook, is me daarom dierbaar. Ook zij leggen zich niet zomaar neer bij wat buiten onze macht lijkt.

Thomas zegt: dat ‘ik’ moet uit de weg. Dat wil zeggen: wij moeten niet meer alles vanuit onszelf bekijken. Daar zijn we ook niet voor geschapen. De blikrichting die ons gegeven is, is die naar buiten, naar de ander. Die maken wij ons opnieuw eigen door Christus te ‘imiteren’. Imitatio betekent bij Thomas niet alleen navolging, na doen. Het betekent ook: voorstellen, uitdrukken. De Moderne Devotie roept ons dus op, om in onze eigen levens met onze naasten uitdrukking te geven aan Christus. De Moderne Devoten nodigen ons uit om Christus ‘uit te beelden. Een beetje, eigenlijk, zoals een ster ook niet zelf de zon is en uit zichzelf licht geeft, maar het licht van de zon weerkaatst. Wij zijn geschapen naar Gods beeld, die bovendien zijn Zoon in deze wereld zond om hem mens te laten worden en die vanuit die wereld tot nieuwe mens werd, de eersteling van een nieuwe schepping. We mogen geloven, dat we Christus ook daarin mogen volgen: naar dat nieuwe leven. Niet zozeer een hemels leven, een leven tussen de sterren, een leven als een ster – dat kun je hier en nu al proberen te bereiken in alle tv-programma’s zoals idols en the voice of Holland - nee, een leven dat daarin nieuw is, dat het zich laat beschijnen door God, door Zijn licht en daarmee iets laat zien van Gods wereld. En wereld die helemaal nieuw is en eeuwig. Een wereld buiten de beperkingen en corruptie door het kwaad, het onrecht en de kleinering. Een gave wereld, naar Gods bedoeling, naar Gods Woord. “In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Zo opent Johannes zijn evangelie. Als een scheppingsverhaal. Vandaag hoorden we Jezus dat over zichzelf zeggen, dat Hij dat woord en dat licht is “In het woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.” En later dus  zegt hij, in hoofdstuk 8: “Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft”. God geeft ons het licht in Christus. Voor nu en tot in eeuwigheid.

 

Het kunstwerk

Ik wil u uitnodigen naar boven te kijken, naar het kunstwerk dat boven ons hangt.

Daar, aan de stalen constructie, hangt een installatie van de hand van Spencer Finch. ‘Orion’ heet het en het is uit dit jaar, 2011.

In gekleurde tl-buizen is het een verbeelding van de zeven helderste steren uit het sterrenbeeld Orion. Bijna allemaal stralen ze met een blauwig licht, helder en bijna identiek, maar één ster springt eruit, de ster genaamd ‘Betelgeuze’. Deze ster glanst rood-geel, bijna goud. Tussen de koudere schittering van die andere sterren valt zij juist op door haar warmere gloed en andere intensiteit. En dat terwijl ze misschien juist wat minder helder straalt dan zij. Betelgeuze is ten opzichte van die andere sterren dan ook ouder en, volgens astronomen, stervend. Maar door haar afwijkende kleur en intensiteit lijkt het wel, alsof zij juist méér licht uitsraalt dan die andere sterren. ‘Meer licht’ zei Goethe, toen hij stervende was. Meer licht zag hij.

Kan dat zo zijn, dat in het sterven nog iets van een opleving waar te nemen is? Het is wel tegensgesteld aan wat wij over het algemeen ervaren als we worden geconfronteerd met de dood, of het nu met die van dierbaren is of die van onszelf. Toch komt het wel voor dat sommigen bij het sterven ineens een schittering van geest laten zien, die we allang niet eeer voor mogelijk hadden gehouden. Iemand zegt heel duidelijk nog een laatste woord ten afscheid en tot troost of weet nog helder te verwoorden wat hem of haar van het hart moet. Een woord van liefde, van spijt of juist van vergeving. Of bij de nadering van de dood valt alle angst weg en maakt ruimte voor wat ik alleen maar kan benoemen als licht, alsof zij weten dat er op hen gewacht wordt. Ja, het kan zo zijn, dat mensen sterven als een stervende ster: alsof ze zelf licht uitstralen.

Maar we mogen de dood niet te mooi maken. Niet iedereen sterft de dood van een ster. En dan nog, ook als dat wel zo zou zijn, is de dood een bitter ding en een hard gelag.

Hoe schitterend ook, zelfs de sterren moeten dus sterven. Het is niet alleen opgaan, blinken, maar ook: verzinken. Wat is nog eeuwig, als zelfs de sterren niet eeuwig leven? Zo bezien, met de ster Betelgeuze op het netvlies, niets, in deze wereld.

Natuurlijk hebben wij mee rmogelijkheden tot medische zorg en leven wij gemiddeld langer dan de mensen in de tijd vande Moderne Devotie. Maar ook nu waart de dood nog altijd rond. Ver weg, in oorlogen en conflicten en dichtbij, in alle ziekte en ook zinloos geweld.

Hoe leef je, in het besef eens, vroeg of laat te moeten sterven? Het is voor velen een motivatie, kunst te maken. Elk kunstwerk is een bewijs van bestaan en een klien overwinning op de dood. En het kunstwerk zelf wijst verder dan zichzelf. Het tilt je even op, het brengt je even van je stuk. Maar het wijst ons ook op iets dat ons allen overstijgt. Het wijst ons op leven.

Het besef dat wij sterfelijk zijn, hoeft ons nog niet lam te leggen. De Moderne Devotie kwam juist in de tijd van de pest, van de zwarte dood, tot haar intensivering van het christelijk leven, tot haar ideaal van de navolging en dus ook de uitbeelding van Christus. Ze lieten zich niet lamslaan door de dood, terwijl ze het lijden toch ook in alle heftigheid lieten zien. Dat zien we ook in de zaal met het werk uit die kring. We gaan er straks heen.

 

Overweging 2

We staan voor een altaarkast, een bruikleen uit de collectie van het Zutphens museum. Het is een vroeg vijftiende eeuwse altaarkast, waarvan we hier de binnenkant zien.

Wat we zien is de bewening van de gekruisigde Jezus door de drie Marias – zijn moeder, Maria Magdalena, Maria Salome – of is het Maria van Klopas ? - en de leerling van wie Jezus hield, volgens de traditie Johannes zelf.  Het is niet helemaal duidelijk naar welke evangelist deze verbeelding verwijst. Misschien zijn hier verschillende beschrijvingen door elkaar gehaald. Maar als we de voorkant van de altaarkast erbij betrekken, lijkt alles op Johannes te wijzen. Op de voorkant namelijk, staat de scene afgebeeld dat Maria van Magdala de opgestane Jezus ontmoet. Ze ziet hem aan voor de tuinman. Als ze hem herkent, nadat Hij haar bij haar naam heeft genoemd, wil ze hem aanraken. Maar dat mag niet: “Houd me niet vast” zegt Jezus tegen haar: “Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader”. Maar daarover straks nog iets.

De binnenkant van deze enorme altaarkast confronteert ons met het lijden van Jezus en met dat kruis, het martelwerktuig waaraan hij stierf. De Moderne Devotie en ook de kunstenaars uit die tijd zetten dat lijden voluit op de voorgrond. Het roept op tot identificatie met dat lijden van Jezus en vanuit hem met álle mensen die lijden. Levensgrote figuren die voor ons staan en de lijdende Christus bewenen. Althans, zo is het ooit gemaakt. “Dat moet jullie ook zo doen”, lijkt de schilder ons te willen zeggen. Maar ... het bijzondere van deze altaarkast zoals hij nu nog is, is nu juist, dat het kruis en zeker het lichaam, het corpus, dat daarop ooit te zien is geweest, ontbreekt.

Waar het is dat weet ik niet. Waarschijnlijk ooit weggenomen, misschien wel met het oog op privé-devotie. Nog altijd is het kruis te zien, natuurlijk, maar als eenvoudige vorm, als leeg kruis, als iets dat lijkt te ontbreken terwijl het nog steeds aanwezig is. En dat het nu een leeg kruis is, opent voor mij ook een nieuwe blikrichting. Het wijst ons op meer dan het lijden alleen, ja het wijst ons nu als het ware terug naarde voorkant van de kast, naar de opstanding. Ooit heeft de kunstenaar juist alle nadruk willen leggen op het lijden van Jezus, waarschijnlijk met de bedoeling het vrome gemoed op te wekken. De kast stond tijdens de mis natuurlijk open en dan viel alle licht op de bewening van de lijdende Jezus. Maar nu het corpus ontbreekt en eigenlijk niet meer dan een afdruk van een kruis te zien is, krijgt ineens de opstanding weer meer ruimte.

We blijven niet bij het lijden. We gaan ook verder. We kijken ook uit naar het leven. Er zo naar te kijken, is ook iets luthers, denk ik. Zeker, ook Luther had een theologie van het kruis. Hij beleed dat God zich in Christus’ kruisdood op raadselachtige, verborgen wijze liet kennen. Het lijden, zowel dat van Christus als dat van alle mensen, blijft een duister raadsel. Maar nog wezenlijker dan dat is, dat door dat lijden heen het licht van Pasen gloort. God is bij ons temidden van het lijden. Maar hij wil niet dat wij lijden. Dat lijden hoeven wij niet uit te beelden. Het lijden komt hoe dan ook op het pad en het valt niet mooier te maken dan het is: lijden. Het valt zeker niet te verheerlijken. Alsjeblieft niet. Maar dankzij Pasen is er ruimte voor hoop. God laat de wereld niet over aan de duisternis. De duisternis heeft het licht niet in zijn macht gekregen, zegt Johannes De opstanding van Christus getuigt van hoop op een nieuwe wereld, waarvan alle mensen eens deel uit zullen maken. Het is voorgoed begonnen in Christus. Hij is de nieuwe mens. Niet grijpbaar, niet vast te houden, maar wel na te volgen, uit te beelden. Wij christenen zijn geroepen Jezus na te volgen, inderdaad. Wij worden gevraagd hem in onze eigen leven uit te beelden. Maar niet alleen in onze bereidheid ons kruis op te nemen. Er hoort ook bij, dat wij vreugde uitstralen om het nieuwe dat God brengt. Om het licht dat in de wereld gekomen is. “Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft”.

God laat ons niet in het duister. Wij hoeven niet bij de dood te blijven. Als een ster mogen we ons koesteren in het licht van God. Wij zijn geroepen Gods licht te weerkaatsen. Zo stroomt Gods liefde vanuit ons weer verder. Wij komen in beweging. Ook al weten wij dat we zullen sterven. Wij zijn geroepen om te leven.                                                                                                  Amen