RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Onze Heer heeft de belofte van de wederopstanding niet alleen in boeken geschreven, maar in elk blad van de lente." - Maarten Luther


Overdenking van Eeuwigheidszondag 20 november 2011

E-mailadres Afdrukken

“Komt, gezegenden van mijn Vader!

Beërft het koninkrijk dat bereid is voor u van de grondlegging der wereld af.”

Dit vers, door de cantorij als motet gezongen, springt er vandaag uit. Zelfs bij alles wat wij met onze moderne oren alleen als oordeel van God kunnen verstaan is dít hetgene waarom het Jezus te doen is: dat er een nieuwe wereld komt, waarin Gods koningschap ongehinderd regeert en waarbij een mensenwereld hoort, die aan de wetten van dat Rijk beantwoordt: rechtvaardigheid en barmhartigheid. Een wereld waarin wat God betreft ieder welkom is die snapt waarom het daar gaat.

Alleen God komt om dat te beoordelen. Mensen, met hun harde oordelen en eisen, gaan er in ieder geval níet over.

Toch laat God ons niet helemaal in het duister tasten: hij doet immers hier en nu een appèl op ons? Hij laat ons weten welke levenswijze toemomst, ja eeuwigheidswaarde heeft. Daarover zegt Jezus:

“Ik verzeker jullie, alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan”. Of niet, dat ook en daar wordt het voor ons een moeilijke tekst. Maar ik lees dat als een waarschuwende tegenhanger van datgene waarover Jezus begint te spreken God wil immers dat iedereen in dat land van schapen en hun herder te wonen komt.

 

Daarom geeft God in Christus een erfdeel in het Rijk, dat in de boeken van Mozes het ‘beloofde land’ heet. Dat Rijk, waarvan hier sprake is , dat is er al lang, zegt Jezus. En het is voor iedereen bedoeld. Het wordt ons geschonken. Daarom kunnen we ernaar toeleven, vanuit de wetten van dat Rijk, waarmee God regeert: liefde en barmhartigheid. Maar wij kunnen het verliezen. Wij verlezien het Rijk, als we de eenheid tussen hier en nu en het rijk dat al begonnen is en dat nog komen zal uit het oog verliezen, als we denken, het doet er niet toe hoe wij leven.

De werken der barmhartigheid, zoals we ze zijn gaan noemen, worden hier niet genoemd als checklist, voor God om te bepalen of wij bij de bokken of schapen zullen horen. Het is catechese voor ons gezamenlijk leven. Ze helpen ons in te prenten dat in hoe wij met elkaar omgaan, hetzelfde principe voorop moet staan als voor God nu en in de eeuwigheid geldt: de liefde.

 

Christus is onder ons. Hij is incognito. Hij komt op ons toe in gestalten van ieder die lijdt, van ieder die onaanzienlijk is, niet om aan te zien, maar die toch meetelt en die, al is het maar voor korte duur, aangewezen is op de genade van zijn naasten. Zo is Christus dus ook tegenwoordig, in wat door iemand zo prachtig ‘het sacrament van de naaste’ is genoemd. En wij weten: het gaat er niet om te onderscheiden wie onze naaste is, maar hoe wij zelf naaste zijn voor wie op ons is aangewezen.

 

Wij zijn elkaars naasten. In elkaar herkennen wij Christus. Dat te beseffen en ernaar te handelen geeft het leven zin. Zo moeten we de wereld proberen in te richten, ook deze wereld, hier en u, met zijn economische en sociaal-maatschappelijke verhoudingen. Vanuit het Evangelie horen we een ernstige oproep tot solidariteit. Maar daarnaast geldt: wij zijn godzijdank aangewezen op Góds genade. En die is groot. God wil de wereld niet naar de ondergang helpen. Hij wil haar redden.

 

En waar mensen elkaar liefde en barmhartigheid betonen, daar zijn wij er zeker van, dat wij Christus ontmoeten. Christus, de koning van het rijk waartoe wij allen zijn uitgenodigd.

En alles en allen doen mee: levenden en gestorvenen. Want voor God is er alleen de Eeuwigheid.