RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Onze naaste is ieder mens, in het bijzonder die onze hulp nodig heeft." - Maarten Luther


De Preek van 3e advent 11 december 2011

E-mailadres Afdrukken

Vandaag gaat het weer over de weg.

Eigenlijk gaat het over drie wegen, die samenkomen: de weg van de messias, Jezus Christus, de weg van zijn bode Johannes en de weg van de doop, waar vandaag Raf op wordt gezet, maar waarwij allen gaan of kunnen gaan.

Beginnen wij met de weg van  Johannes. Zijn leven, zijn lot is onverbrekelijk verbonden met dat van Jezus. Johannes belijdt dat eigenlijk al als hij Jezus doopt:  “Ik zou door u gedoopt moeten worden en dan komt u naar mij?”

Maar nu hij gevangen zit en hoort over het optreden van de messias, wil hij het zeker weten: is dat Jezus, over wie iedereen spreekt. En is hij het? Is hij degene die komen zou? Of toch nog niet?

Wie gevangen zit, is op zichzelf teruggeworpen. Die denkt na over alles wat tot nu toe gebeurd is en wat gebeurt, wat nog staat te gebeuren. Johannes denkt ook over Jezus na, omdat hij wil weten wat zijn identiteit betekent voor hemzelf, voor zijn eigen rol en wezen. Heeft hij gepredikt en gedoopt voor een ander, die misschien pas in een verre toekomst komt, of is het deze Jezus, die hij gedoopt heeft en aan wie hij volgens de evangelist Lucas verwant is. Is hij kortom, deelgenoot van het uitkomen van de grote beloften die God aan het volk Israël heeft gedaan? Hij verlangt ernaar dat te weten. Hij wil weten of niet alles zinloos is, of niet alles waar hij in geloofd heeft, toch doodloopt.

En misschien vraagt hij zich wel af: ‘Hoe zit dat nu: als Jezus de Messias, de Christus is, waarom is dan nog niet alles anders? Waarom zit hij, Johannes , dan nog gevangen?’

Het antwoord dat Jezus laat brengen aan Johannes is profetisch en is gevuld met  met verwijzingen naar de Tora en de profeten: Exodus, Jesaja en Maleachi . En ze zijn bedoeld om Johannes te troosten en hem moed en vooral geloof te geven:

Alles wat gebeurt om Jezus heen, sluit aan bij wat reeds lang is voorzegd. Blinden zien, lammen lopen, melaatsen worden gereinigd, doven horen en doden worden opgewekt en aan armen wordt het evangelie verkondigd.  Maar het is er zo, dat niet iedereen erdoor wordt overtuigd. Velen hadden zich de komst vande messias anders voorgesteld: onmiddelijker, programmatischer, politieker, geweldiger en misschien ook wel: gewelddadiger. Velen nemen aanstoot aan hem. Raken - of zullen teleurgesteld raken in de man uit Nazareth. Een steen des aanstoots voor hen, die heel andere verwachtingen koesteren dan Jezus kan of wil waarmaken. “Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt”, zegt Jezus dan ook als besluit van zijn antwoord aan Johannes. Een zaligprijzing.

Hij zegt het zo, omdat hij gelooft dat Johannes als goede verstaander de tekenen zal verstaan. Johannes mag zijn eigen lot verbonden weten met dat van Jezus, tot in zijn gevangenschap en dood toe. Zij beiden zijn verbonden door hun verkondiging van het rijk van God. Dat is niet zinloos, al begrijpt niet iedereen hoe dat rijk er komt, namelijk allereerst door de zachte krachten en niet met het grote geweld van aardse machthebbers of rebellen.

Voor Johannes kan dat, hoe cryptisch ook, genoeg zijn geweest. In het openbaar , als hij tot de mensen spreekt, wordt jezus explicieter. Hij noemt hem meer dan een profeet en zegt: “Hij is degene over wie geschreven staat: Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen.”

Johannes wordt in wat Jezus zegt de bode, de engel, die God belooft ter aankondiging van de vernieuwing in Gods naam. En als de bode, de heraut, de engel eraan komt, dan is degene die hij aankondigt niet ver meer.

Door zo te spreken over Johannes, zegt Jezus wie hij zelf is en wat zijn weg, de weg van de messias, de weg van het koninkrijk van God is. Een weg waarop alles anders is. Niet alleen anders in de zin van onvoorstelbaar, maar ook anders in de zin van tegengesteld: hij is niet de grote machtige koning, zoals de wereld het zich voorstelde en hij is ook niet het toonbeeld van modern leiderschap dat ieders harten vandaag de dag meteen wint. Jezus Christus is geen optelsom van ideale eigenschappen. En zijn weg is niet de weg van grote halen, snel thuis.

Zijn weg is, gemeten naar wat de wereld uit zichzelf zoekt, een verborgen weg. God biedt ons in Christus inderdaad de weg naar zijn rijk, naar zijn toekomst, waarin duidelijk wordt waarom het werkelijk gaat. Maar dat te vatten, dat blijft moeilijk. En dat blijft wennen, ook voor ons. Want ook aan onze verwachtingen wordt nooit helemaal voldaan. Jezus valt ons misschien ook wel eens tegen, omdat hij niet degene is, die alles in een klap anders maakt, die het rijk eens en vooral heeft gevestigd. Daardoor blijven wij ons afvragen: zijn wij nog op de Goede Weg?

Maar hoe kun je hem dan navolgen? Valt Jezus wel na te volgen?

Daartoe is ons in ieder geval de doop gegeven. Want al beleven wij de doop als een eenmalig en onherhaalbaarenkel moment in ons leven, toch is het een moment waarop iets wezenlijks, aan ons geschiedt, iets beslissends. Iets waaruit wij kunnen leven. Ook al zijn het maar drie handenvol water, toch zegt ons het geloof: alles wordt anders, let maar op. Je bent op een weg gezet die voert door iets dat al begonnen is en waarop je tegelijkertijd uitkijkt naar wat nog in het verschiet ligt: het koninkrijk van God. Een weg dus van hoop en perspectief, zelfs dus, als alles tegen zit.

Andrea en Karin hebben ervoor gekozen hun zoon Raf te laten dopen. Zo zetten zij hem op een weg, die gedeeltelijk zal samenvallen met hun eigen weg door het leven en gedeeltelijk ook niet. Want wij weten niet hoe het leven van onze kinderen verlopen zal. We zorgen voor hen, we geven hen liefde en een basis mee, maar hoe het later verder zal gaan, dat weten wij niet. Maar hoe zijn en onze weg door het leven ook zal gaan.

Wij mogen gaan in het teken van Gods liefde, in de naam vande Vader, de zoon en de Heilige Geest.