RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Zelfs als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik toch mijn appelboom planten." - Maarten Luther


De preek van Kerstochtend

E-mailadres Afdrukken

Kerstmis is het feest van het licht.

Al ver voordat de oude midwinterfeesten gekerstend werden, vierde men dat de dagen weer gaan lengen en het licht terrein wint op het donker.

Dat is iets wat iedereen kan meebeleven, ook als je niet christelijk of anderszins gelovig bent. Licht wint het van het donker.

Het is geen wonder dat de kerk aansloot bij deze feesten die overal in Europa werden gevierd, toen zij een vaste datum zocht om de geboorte van Jezus te vieren. 25 december zou het worden, de datum van het feest van de ‘onoverwinnelijke zon’. Een beetje heidendom kan het feest van de menswording wel aan, dacht men toen. Ook christenen hielden en houden immers van de warme gezelligheid van kaarsen en haardvuur, van kerstbomen en groene kransen. Geen probleem.

Alle voor iedereen herkenbare vrolijke lichtsymboliek ten spijt, sluit dit alles niet helemaal naadloos aan bij waar het de boodschappers van het kerstevangelie om gaat. Want hoe levensnoodzakelijk het licht ook is, de zon is niet goddelijk en wij zijn geen zonaanbidders- althans niet in religieuze zin.

Het Evangelie spreekt anders over het licht dan de natuur en cultuur laten zien. Want in het Evangelie gaat aan het licht nog één ding vooraf en dat is het Woord, dat God uitspreekt over de wereld.

 

Zoals de evangelist Lucas vertelt over de geboorte van Jezus als het kind van Maria, dat in een kribbe wordt gelegd, zo spreekt Johannes van de geboorte van het Woord. Bij Johannes komt Christus in de wereld als Gods Woord.

 

‘‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord wás God’’.

 

Het voorwoord van het Johannesevangelie is een hymne, een lofzang op God, die rijmt op het voorwoord van Genesis. In het begin...’ echoot Johannes.

En niet voor niets: want ook Johannes wil een scheppingsverhaal schrijven. Een verhaal van herschepping. En waar Genesis het licht voorop laat gaan, wijst Johannes als het ware nog een fase eerder aan, hij wijst naar het spreken van God dat aan alles vooraf gaat en altijd aan alles vooraf zál gaan. Hij zegt ermee: vٌóór alles moet het ons mensen gaan om wat God tot ons zegt met zijn Woord, zijn bedoelingen. Een woord met evenveel zeggingskracht als daadkracht. Een scheppend woord. Pas als dat Woord klinkt, dan pas is er iets om het duister mee te lijf te gaan, het  terug te dringen en de wereld leefbaar te maken. Pas dan kan het echt licht worden.

 

“In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.”

 

Het Woord en het licht hangen samen. Ze komen samen in één mens. Het Woord is mens geworden en die mens is het ware licht. Zo zegt Johannes principieel hetzelfde als Lucas en ook Mattheüs: in één mens in het bijzonder, Jezus van Nazareth, komt Gods bedoeling aan het licht.

Net als de schrijver van Genesis gaat het Johannes immers om Gods levende Woord: een woord vol kracht en bemoediging, vol daadkracht, dat scheiding maakt tussen licht en donker. Een woord van God. En tegelijkertijd: het komt ons zo dichtbij, als geen mens ons kan komen.

 

“Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid...”, zegt Johannes.

 

God woont niet in de wereld om er thuis te zijn als wij, alsof we hem in iedere boom zouden kunnen vinden of aanbidden. Het Woord woont bij ons, zoals God in het tabernakel woonde bij Israël, toen het door de woestijn trok: God is met ons onderweg. Het wonen van God, van zijn Woord ook, zou je kamperen kunnen noemen.

 

Zo komt God ons in Christus nabij. Hij weet hoe het is om als mens op aarde te leven. En Hij is bij ons als licht in de duisternis. Hij weet hoe vol onzekerheid het aards bestaan is, hoe mensen altijd onderweg zijn en hoe vaak zij geen vaste grond onder de voeten voelen. God is bij ons als een woord dat zegt tot alle duister dat onze ziel benauwt: ’tot hier en niet verder’.

Gods Woord en Gods licht zijn zowel troostend en helend als onthullend en oordelend: het klinkt en schijnt als een woord en een licht dat spreekt en straalt naast zovele andere woorden en lichten, die om onze aandacht roepen en die onze ogen en harten verblinden. Er  is wat je noemt veel concurrentie voor de boodschap van Kerstmis. Je zou erdoor kunnen wanhopen of bij kunnen afhaken: want waar zit de échte macht? Hoe kunnen we nog geloven in de overmacht van Gods Woord en Gods licht, als er in deze wereld en ook in onszelf zoveel misgaat, als wij een zuigkracht moeten weerstaan die veel harder aan ons trekt dan Gods liefde lijkt te doen?

 

Johannes zegt: ”Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen”.

 

Eén ding is sterker dan duisternis en dat is het licht. Door Gods Woord spreekt God zich uit tegen de duisternis. Met die kracht die het licht is, verzet God zich in Christus tegen alle kwaad dat op overheersing gericht is. Een zwakke kracht, zo lijkt het. Maar licht, al is het zwak, is van veraf te zien. Daardoor wordt het donker doorbroken. Al is er maar één lichtpuntje aan een horizon die verder donker is, dan is het toch niet meer helemaal donker. Zo kondigt de nieuwe dag zich aan.

 

Het licht dat God ons in Christus geeft is als licht in de duisternis. Zo zwak als het lijkt te schijnen, is het toch een baken voor de wereld en, hoe langzaam ook, het zwelt onstuitbaar aan tot een nieuwe dag om te schijnen over een land waar alles anders, nieuw zal zijn. God herschept de wereld tot vreugde.

 

Inderdaad: Kerstmis is het feest van het licht. Laten wij het vrolijk vieren.