RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Geef mij God, geld en goederen, zodat ik mijn naasten van dienst kan zijn." - Maarten Luther


Preek van zondag 8 januari 2012

E-mailadres Afdrukken

Hoewel het twee dagen na Driekoningen is, vieren wij het feest vandaag ook in de eredienst. ‘Driekoningen’, heet het feest in de volksmond. Maar hoe zit dat nu, het evangelie van Matteüs spreekt toch over ‘wijzen’ (NBG) en in de NBV over ‘magiërs’? 

Een van de redenen waarom ze ook koningen heten, is, dat de wijzen niet zozeer zichzelf vertegenwoordigen, maar vooral de volken waarbij zij horen. Niet-joodse volken. En een volk vertegenwoordigen, wie doet dat in persona duidelijker dan een koning of koningin? Een koning of koningin is, als het goed is, zo verbonden met zijn of haar volk, dat zij zich daarvan altijd bewust is. Zoals een burgemeester eerste burger is van zijn of haar stad, zo is een vorst of vorstin dat van zijn of haar land. De koning is alle burgers in één, als dat moet. Zien wij beelden van onze koningin op officieel staatsbezoek, dan lopen wij als het ware allemaal met haar mee. Zíj vertegenwoordigt óns.

 

Dat is bij die wijzen dus ook het geval. Matteüs voert ze ten tonele om in persoon duidelijk te maken, dat de tijd waarover Jesaja sprak is gekomen: Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel … en: … uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud. Zij verkondigen de roemrijke daden van de Heer.

 

Matteüs verwijst indirect naar deze profetie van Jesaja, als hij die magiërs uit het Oosten opvoert. In hun bijna koninklijke gestalten staan ze voor de volken waar ze bijhoren. In hun persoon brengen hun volken het kind hulde en geven ze goud, wierook en mirre. Koninklijke geschenken voor een kind dat zij als koning der Joden beschouwen. Matteüs zegt: dit kind is het waarop de hele wereld wacht.

 

En dat terwiijl de enige echte koning in het verhaal, Herodes, helemaal niet zo op het kind lijkt te zitten te wachten. Hij doet wel alsof: ‘ik wil dat kind ook eer bewijzen. Laat me weten waar het is.’ Maar het is niet moeilijk om hem, vanuit Matteüs’ blik, te doorzien.  Zijn belangstelling is angst.

 

Het is de reflex van de machthebber die die we overal ter wereld zien, in de grote, verschrikkelijke vorm van dictatuur en in de kleine, maar toch nog altijd verwoestende manieren waarin de ene mens de ander in zijn macht wil krijgen en houden. Wat hebben we er in het vorige jaar weel veel gezien: leiders van bedenkeleijke tot foute regimes die koste wat kost in het zadel wilden blijven zitten. Soms lukte en lukt dat, soms niet.

 

Maar de wijze koning, de wijze leider neemt een voorbeeld aand emagiërs uit het Oosten: zij volgen het spoor van de verwachting op iets buiten hen zelf, op iets dat hen en ons allen te boven gaat en waarvoor zij tegelijkertijd diepe eerbied koesteren én waarvan zij grote verwachtingen hebben. Dan doen ze niet uit eigen wijsheid, maar uit geloof. Zij volgende ster, dat wilz eggen: ze verstaan de profetie van jesaj echt: Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties. Maar over jou schijnt de Heer, zijn luister is boven jou zichtbaar. Volken laten zich leiden door jouw licht…

 

Deze mensen zijn dit licht op het spoor gekomen. Het is Gods licht, dat ze komen aanschouwen. Het licht, waarin alles duidelijk wordt, het licht waarin de geschiedenis zijn betekenis, zijn zin laat zien, waarin eens en voor altijd duidelijk wordt wat echte koninklijke macht is: de majesteit van God zelf, het geschieden van Góds wil. En Gods wil doorbreekt de menselijke zucht naar roem, naar eer, naar zelfhandhaving ten koste van anderen en stelt er iets voor in de plaats dat in de ogen van de wereld dwaasheid is: de kwetsbaarheid van een kind. Liefde, Gods liefde in vlees en bloed.

 

Misschien, suggereert Matteüs, moet je om dat te begrijpen wel van verre, uit het Oosten komen:  daarvandaan waar de zon opkomt, waar het licht vandaan komt, dus. Het is veelzeggend dat Mattheus hier de buitenstaanders het eerst tot geloof laat komen. Wie van ver komt, ziet vaak scherper dan wie het van huis uit heeft meegekregen. Van zulke buitenstaanders met inzicht wemelt het in de bijbelse verhalen. Meer nog waarschijnlijk dan de ‘mensen van bij ons’, ons soort mensen of mensen die onze tradities kennen, die vanouds bekend zijn met hoe bij ons ‘alles altijd al’ gegaan is’, wagen zij de sprong in het onbekende, volgen zij de stem die roept. Gaan zij onbewust de weg van het geloof. En dat is misschien wel: je vanuit een vreemde onrust toevertrouwen aan iets dat je nog enkel als verlangen, maar nog niet als werkelijkheid ervaart. Het is de weg vande buietnstaander allereerst: de weg van Abraham en Mozes, van Mirjam en Ruth. De weg van de overgave.

 

Alleen al vanuit de bijbel, vanuit het evangelie ook, is het zaak, de buitenstaander, de buitenlander, de andersdenkende, in de gaten te houden, erbij te betrekken, te horen. Je weet immers maar nooit wat voor licht ons kan opgaan als we haar of hem echt willen horen en eerbiedigen. Dat is in deze tijd geen populaire boodschap, maar de kerk is er niet om populair te zijn of te doen. Ze is er om van waarheid en liefde te getuigen: Gods waarheid en de liefde van God voor elk mens.

 

De meesten van ons zijn waarschijnlijk niet in die mate buitenstaander. In dit land en ook in de kerk voelen de meesten van ons zich waarschijnlijk aardig stevig geworteld. En dat heeft iets moois: vanuit het besef dat je geworteld ben in een geloofstraditie, luthers of anders, sta je hopelijk wat steviger in je schoenen als het er in je leven echt op aankomt. En ook in deze tijd, waarin het niet gemakkelijk of vanzelfsprekend meer is om christen te zijn en kerklid, helpt die worteling ons wellicht. Maar wat als die vertrouwde, de vanouds bekende en beproefde weg juist niet meer de goede richting wijst? Wat dan?

 

Ook als alles anders wordt, en dat wordt het natuurlijk, dat weten wij, dan nog is er een weg om te gaan. In het evangelie volgens Matteüs wijzen de magiërs die weg. Het is geen gebaande weg, maar een weg van volgen en zo ook zelf zoeken. Die weg van Christus leidt soms met een grote boog om de gevestigde orde heen. Je moet er soms voor omlopen, en nog een heel eind ook.

 

Maar ze brengt ons wel terecht: ze brengt ons bij Christus, bij Gods koningschap in deze wereld vol van duister. In die wereld kwamen de magiërs Gods licht op het spoor. Het licht van liefde en vrede. Dat licht schijnt sindsdien en het is aan ons te geloven, dat het sterker en sterker wordt en uiteindelijk alles overwint.