RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Hier sta ik. Ik kan niet anders. God help me. Amen." - Maarten Luther


De Preek van zondag 5 februari 2012

E-mailadres Afdrukken

Preek zondag 5 februari 2012

 “Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uittrok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken.”

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus

Het evangelie van vandaag begint op het marktplein, op de plaats dus waar naast allerlei producten ook arbeid te koop is of beter, te huur wordt aangeboden. Het marktplein was in de antieke wereld en ook Palestina de ontmoetingsplek bij uitstek. Het was ook wat arbeidsbureau en uitzendbureau en de sociale media nu voor ons zijn. Bij die dagloners, wachtend op het marktplein waarover Jezus spreekt, krijg ik het beeld van de mensen die werkloos zijn geworden, hier in ons land en nog meer in andere Europese landen. Hopend op een tijdelijke baan of staand in de rij van de sociale dienst. De grootste zorg van veel mensen is niet meer: verdien ik goed, zoals een paar jaar geleden misschien de vraag nog was, maar: krijg ik nog wel werk, hoe zorg ik voor mijn gezin, waar leven we straks van, als we door onze reserves heen zijn. Krijg ik mijn huis ooit verkocht, nu ik de hypotheek niet meer kan betalen...

We zitten met dat beeld van het antieke marktplein middenin de sociaal-economische realiteit. Die van toen en die van nu. De keiharde realiteit van toen was: wie niet werkt, heeft niets te eten en zijn gezin ook niet. De realiteit van nu heb ik zojuist proberen te schetsen, hoewel misschien wel erg somber. Maar u zult toch de vraag wel herkennen: waar gaat het naar toe met onze economie, nu die op niet op een stabiele basis maar op een veel lossere bodem gebouwd blijkt te zijn? En hoe zal het verder gaan met de groeiende groep mensen die in de economie rake klappen krijgen, nu een echte oplossing niet zo snel gegeven is.

Het Westen wordt opnieuw geconfronteerd met crisis, voor langere tijd. Een onzekerheid die voor grote delen van de wereld nooit anders is geweest, maar wij waanden ons lange tijd onaantastbaar.

Je mag hopen dat onze regering en de mensen die op posities zitten waar zij het voor het zeggen hebben, werkelijk verstandige en op de toekomst gerichte en duurzame beslissingen nemen met het oog op het welzijn van allen. Want als een ding uit deze mondiale crisis overduidelijk wordt is het, dat alles met alles samenhangt in deze wereld, in de  economie, in de politiek en in de ecologie. Dat wisten we allang, maar we deden alsof dat niet zo was. Globalisering was allemaal mooi, zolang wij er rijker van werden. Nu ook wij getroffen worden door neergang, is onze impuls misschien: laten we ons terugtrekken, veilig achter onze grenzen. Maar dat kan natuurlijk niet: we moeten met andere landen, overal ter wereld zoeken naar oplossingen. We zitten samen in hetzelfde schuitje. Lastig, maar het is niet anders.

Maar dat is allemaal economie van de koude grond, om het zo te zeggen. In de kerk gaat het in de eerste plaats om de verkondiging van het evangelie. Maar juist dat evangelie roept dus vandaag dat economische denken op. Opgeroepen wordt een in onze ogen misschien jaloersmakende eenvoud van leven: je werkte een dag en dan had je genoeg voor die dag en nog wat meer en dan werkte je verder. Maar die eenvoud is bedrieglijk. Want dat werk moest je eerst nog maar zien te bemachtigen. Voor jou tien anderen. Het kwam vaak voor dat mensen huiswaarts keerden, zonder ingehuurd te zijn. En dan had je niks. Eenvoudig, misschien maar in elk geval: keihard. Zonder sociale zekerheid, allen wat helpende familie of buren, kon je dat nooit lang volhouden. Wie wil daarnaar terug?

Als die op de valreep ingehuurde werknemers bij de uitbetaling als eersten een heel dagloon van een denarie ontvangen, dan toont de werkgever zich van een ongekende royaliteit. Hij erkent daarmee, dat zij, die daar op werk stonden te wachten geheel en al afhankelijk waren van iemand die hen dat werk en dus leefgeld kon geven. Het mogen werken is daarmee in de contekst van die tijd erkend als wat het was: de enige manier om in je levensonderhoud te voorzien. De landheer toont zich daarmee een goed mens. Zo goed als God, lees je door de regels heen.

Jezus zegt: zoals met die wijnboer is het ook met het koninkrijk van God. Het evangelie wil ons duidelijk maken, dat het hier voor alles gaat om de goedheid van God, die alle mensen toevalt. Bij God gaat het niet om loon naar werken, om hoe meer je je inspant, hoe meer je verdient. De prestatie staat niet op de eerste plaats. Nee, het gaat erom te beseffen dat het werken in de wijngaard op zichzélf al een gave van God is. Dat het loon niet zozeer zit in wat er aan het einde van de werkdag ontvangen wordt, maar om het feit dat wij gevraagd zijn mee te werken. Tot het koninkrijk van God zijn allen geroepen. Want net als die ene denarie voor een zo’n man en zijn gezn van levensbelang was, zo is dat Rijk van God voor ons allen van levensbelang. Daarin gaat het immers om het deel uitmaken van Gods toekomst, deel uitmaken van een wijze van in de wereld staan, die totaal anders is dan de wijze waarop wij als mensen de wereld vormgeven en, laten we wel wezen, mísvormen.

De wijngaard zelf is een beeld van Gods goedheid, van zijn Rijk, van de vreugde die hij aan alle mensen gunt: een nieuwe wereld, naar de maatstaven die hij zijn schepping gunt. In de wijngaard groeien de vruchten van de vreugde. In alle eeuwen, op alle plaatsen hebben mensen genoten van de wijn als de drank waarmee je het leven viert. En de wijngaard is daarom een proeftuin voor aardse levensvreugde. Ook al is het hard werken, werken in de wijngaard doe je met vreugde. Je weet waarvoor je het doet!

De wijngaard is ook een proeftuin voor de messiaanse vreugde. Wat er in die tuin groeit wijst vooruit naar de grote vernieuwing die er namens God eens zal komen, de komst van zijn rijk. Daarom ook drinken wij wijn aan het Heilig Avondmaal: het is de drank van de opstanding, druivensap dat door het gistingsproces is heen gegaan... In de wijngaard uit deze gelijkenis, groeit dan ook het nieuwe rijk zélf. Het rijp zijn van de druiven is het teken van de grote wereldoogst: Gods rijk is aanstaande. De druiven moeten worden binnengehaald, zodat de wijn kan worden geperst. Daarom gaat het immers, om die wijn. Er is haast geboden met het schenken van de nieuwe wijn, met het koninkrijk van God. Jezus is gekomen, zou je kunnen zeggen, als een landheer, die namens God alle mensen komt uitnodigen mee te werken aan zijn rijk, aan de vernieuwing.

De werkers van het elfde uur staan voor de mensheid, die mag leven van Gods genade. Niet omdat zij nog zoveel zullen presteren in dat ene uur dat ze nog werken, krijgen ze hetzelfde loon als de mensen die al sinds de vroege ochtend ploeteren. Maar om in hun nood en afhankelijkheid Gods goedheid te ervaren, goedheid die geen extra luxe is, maar even levensnoodzakelijk als het dagloon waarover Jezus spreekt, al beseffen wij mensen dat vaak niet.

Het evangelie geeft ons niet een kant en klaar economisch model ter oplossing van onze vele crises. Maar het geeft ons wel een blikrichting, vanuit het geloof in God’s goedheid en genade voor alle mensen. Volgens het evangelie is het al veel langer en fundamenteler crisis in deze wereld, dan de actualiteit ons doet geloven. De wereld is, vanuit het evanglei gezien, zelfs nooit anders geweest dan in crisis.

Het elfde uur staat voor de kans die wij krijgen van God, om mee te werken met God, om toe te groeien naar de vernieuwing. Dat is goed nieuws. Het is evangelie. Maar laten wij ons dan ook realiseren dat het betekent dat wij leven van de genade, dat wij pas echt tot ons recht komen als wij beseffen dat wat werkelijk belangrijk is in het leven, de liefde van God en de geborgenheid bij elkaar, ons geschónken worden.

Dat te bedenken mag ons ontspanning geven, juist als de complexiteit van alles ons duizelt. Ten diepste hangt het heil van de wereld niet van ons af, van christenen of welke groep of mens dan ook af.

Het heil is in handen van God die iedereen in Christus deel geeft aan de vreugde van de vernieuwing van de wereld. Maar dat mag aan ons leven af te zien zijn. Ook aan ons economisch leven. Laten wij het onze doen om zo toe te leven naar Gods Rijk dat wij nu reeds leven vanuit het vertrouwen op wat God geeft: meer dan genoeg voor alle mensen, zoveel, dat er altijd te delen valt met wie kansloos lijken op de marktpleinen van deze harde wereld. In ons dagelijks leven als christen vallen steeds keuzes te maken. Laten we daarbij altijd voor ogen houden, dat wat wij hebben in de eerste plaats gegeven is doro God en dus bedoeld is om te delen met anderen, in onze omgeving, in de kerk, in de hele wereld. Want in Gods wereld hangt alles met alles samen.