RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Geef mij God, geld en goederen, zodat ik mijn naasten van dienst kan zijn." - Maarten Luther


De preek van zondag 25 maart 2012

E-mailadres Afdrukken

Hoe doet God een mens recht?

Ezechiël legt alle nadruk op het belang van bekering, van 'terugkeren van zijn weg', zoals Oussoren vertaalt.

Het volk, dat in Babel in ballingschap verblijft, heeft door Ezechiëls aanhoudende prediking inmiddels enig besef van de eigen schuld gekregen. De ballingen voelen een hevig heimwee naar het moederland, dat als een land van belofte onbereikbaar ver weg ligt. Tempo doeloe, zoiets. Maar volgens Ezechiël valt er aan de zogenaamde goeie oude tijd niets te verheerlijken. Die tijd was helemaal niet zo goed als ze wel dachten, daar in Juda. Daarvoor werd er in die dagen nét iets teveel afgodendienst bedreven, waren er nét iets teveel corrupte leiders en werd er nét iets teveel neergekeken op wie er in de ogen van de kliek niet toe deed en omgekeerd, werd er teveel opgekeken naar wie het zogenaamd 'gemaakt' had. Vergelijk het maar met de jaren dat in onze contreien alels werd uitgedrukt in financieel en materieel succes...

Nee, dat land van belofte, geschonken na de bevrijding uit het angstland Egypte, dat  land dat een land van melk en honing had moeten zijn, dat land was al onherkenbaar veranderd,  ver voordat de Babyloniërs het kwamen verstoren. Omdat de wetten die door God zelf gegeven waren met voeten getreden werden. Wetten bedoeld tot het heil van ieder mens en van alle mensen samen.

Ezechiël is als een uitkijkpost aan het huis van Israël gegeven, wordt hier gezegd. Het is zijn plicht zijn volksgenoten te waarschuwen, van Godswege. Hij moet hij hen tot ommekeer oproepen. Als zo'n gewaarschuwd mens zich dan neite bekeert, gaat hij ten gronde. Doe hij dat wel en ze hij richt zich op een leven zoals God dat wil, dus  vanuit de wetten die horen bij het beloofde land, dan zal hij leven. Op Ezechiël rust een zware verantwoordelijkheid: als hij niet waarschuwt, komt de schuld voor zo iemands ondergang voor zijn rekening.

Wij zijn hier in de taal van het oordeel en de vergelding. Hoe ver lijkt dat niet weg van de psalm die God toch vraagt om ons recht te doen? Psalm 43 vraagt toch: God, doe mij recht, bevrijd mij van het volk dat mij niet eert? En hier valt alle schuld op de mens zelf terug. Om moedeloos van te worden... En toch is dat niet zo. Beschouwt u het maar op lutherse wijze: er is evangelie verborgen in de wet. Juist in het odner ogen komen vande eigen fouten, worden wij Gods uitgestoken hand gewaar. Juist daarin doet Hij ons recht: hij neemt ons serieus en toont ons een weg ten leven.

Wat in ieder geval nodig is, volgens Ezechiël, is, de eigen verantwoordelijkheid te erkennen en ernaar te handelen. Dat is bekering, 'terugkeren van zijn weg'.

Dat betekent tegen de achtergrond van Ezechiël: afwending van de afgoderij, die diep geworteld is in de menselijke samenleving, toen en nu.

Afgoderij is meer dan stenen beelden aanbidden. Afgoderij betekent in de bijbel alle verzet tegen God, als de Ene, de Eeuwige, de God van het heil voor álle mensen. En daar tegenover staat, positief gezegd: de keuze voor het leven. Leven zoals God het bedoeld heeft: goed genoeg voor iedereen, vanuit de humaniteit, de medemenselijkheid. En als niet iedereen het goed genoeg heeft, dan valt er nog zolang te delen, totdat het wel zo is.

De oproep tot bekering, de harde woorden die Ezechiël ook hier weer spreekt, blijken bij nader inzien geen aanzeggen van de dood, maar een oproep ten leven. Ook God wil dat mensen leven en niet sterven, niet tenondergaan aan hun eigen en andermans kwaad. "Zeg tot hen, zowaar ik leef, is de tijding van mijn Heer, de Ene: als ik ooit behagen heb in de dood van een zondaar! – nee, daarin, dat een boosdoener terugkeert van zijn weg en zal leven! –"

Ook op ons doet God een appèl. Zo serieus worden wij blijkbaar genomen. De bijbel beschouwt de mens, zeker de Israëliet, als een bondgenoot. Daarbij horen niet alleen lusten, maar ook lasten. Nemen wij die verantwoordelijkheid, of niet?

Nemen wij die verantwoordelijkheid als gelovigen, die in de wereld om ons heen van alles zien gebeuren dat ingaat tegen die wetten van Gods heil, tegen de medemenselijkheid?  Houden wij het heil van alle mensen en van de mensen in hun afzonderlijke situaties voor ogen? In ons kerkelijk leven, in ons samenleven, in ons handelen als burgers, in ons stemgedrag, als wij - misschien al gauw - ons ambt van kiezer hebben te uit te oefenen?

Of gaan we zitten weeklagen als Israël in ballingschap, wentelend in zelfbeklag of zelfverwijt en geklaag dat het toch zo'n slechte tijd is en dat het vroeger zoveel beter was. Of gaan we om ons heenslaan en wijzen we overal vijanden aan zodat we zelf buiten schot blijven?

Nee toch zeker? Wij leven nu en wij hebben nu te handelen en te hopen vanuit ons geloof en Gods liefde voor ons en voor elk mens.

Maarten Luthers devies was psalm 118, vers 17: " ik zal niet sterven, maar leven en de daden van de Heer verhalen." Non moriam sed vivam et narrabo opera Domini.

Daar gaat het om: dat wij leven, zelfs al weten wij ons in Gods Woord geconfronteerd met een oordeel over het kwaad, ook het kwade dat wij doen. Maar juist zó werkt het evangelie: dat het ons opwekt tot leven, tot een geloof in een nieuw leven, dat niet blijft hangen in onze fouten, dat niet blijft steken in verzet verzet tegen God en zijn bevrijdende liefde. Dat is bekering en dat is het vastgrijpen van de kansen die God ons geeft: vergeving en rechtvaardiging. Zo doet God recht. Hij maakt ons rechtvaardig, vaardig tot het doen van recht. Zo verstaan is ook de boodschap die Ezechiël spreekt blijde boodschap. We hoeven er niet op af te knappen, we zullen ervan ópknappen.