RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Vergeving is Gods gebod." - Maarten Luther


De preek van Witte donderdag

E-mailadres Afdrukken

 Uitgerekend vandaag, op de avond dat wij de laatste Pesachmaaltijd van Jezus met zijn leerlingen gedenken en hem vieren als  de instelling van het Heilig Avondmaal, uitgerekend op deze Witte Donderdag, die naar een hoogfeest neigt, lezen wij naast het evangelie van maaltijd en voetwassing  ook de klassieke lutherse epistellezing uit I Korinthe 11. Daarin bekritiseert Paulus scherp de gang van zaken tijdens de maaltijd van de Heer in de gemeente van Korinthe. En daarin vallen harde woorden, vooral jegens de Korinthiërs, die partijen vormen en geen eenheid beleven, ook niet, juist niet aan de tafel des Heren.

Maar de woorden die ons tot op de dag van vandaag schrik aan jagen zijn die over het op onwaardige wijze eten van het brood en drinken uit de beker van de Heer. Paulus roept op tot zelfonderzoek voordat men aan de tafel van de Heer gaat. Wie niet beseft dat het hier gaat om het lichaam van de Heer, roept zijn veroordeling over zich af.

Harde woorden, die extra hard aankomen bij ons, mensen van zoveel later tijd dan Paulus, waarbij alle kans bestaat dat wij dit misverstaan. En wij hebben, als kerk, deze woorden vaak misverstaan. Deze tekst is in de loop van de kerkgeschiedenis tot een stok geworden om mensen mee van de tafel van de Heer weg te houden. Wie zich verwaardigde naar voren te lopen, gaf blijk van hoogmoed en niet van heilsverlangen. Want  we waren in de kerk gaan denken, dat Paulus hier van ons vraagt precies te doorgronden wat het betekent dat wij in brood en wijn te maken hebben met het lichaam van de Heer. Wie wist dat zo zeker, dat ? Maar, het gaat Bovendien was het beladen geraakt door het woord oordeel. En waar oordeel is, is schuld en zonde. En dus ging men liever maar niet aan het avondmaal.

Dat is vooral in de gereformeerde gezindtes lang zo geweest en misschien is het nog wel aan de hand.  Daarmee is de avondmaalsbeleving voor velen voorgoed gestempeld geraakt door wel of niet waar geloven, door zondebesef en schuldgevoel, en door theologische haarkloverijen waarin het zou gaan om hoe goed wij alles begrepen hebben. Of niet, natuurlijk. Maar als het erom gaat wat er in het Avondmaal gebeurt, zullen wij het wel nooit helemaal kunnen vatten.

Maar Witte Donderdag is de dag waarop alles wat er te zeggen valt over de maaltijd van de Heer des te duidelijker in het licht kom te staan van wat Jezus zelf heeft gedaan en gezegd. Juist nu kan duidelijk worden waarom het dan wél gaat in wat Paulus zegt en hoezeer dat samenhangt met wat Jezus doet, aan tafel met zijn leerlingen, als hij hun voeten wast.

Paulus'kritiek gaat het erom, dat mensen aan de tafel van de Heer enkel en alleen aan zichzelf denken. Ze namen blijkbaar zelf  hun eten mee, om dat vervolgens min of meer gelijktijdig met de andere aanwezigen op te eten. Maar er waren natuurlijk ook mensen die helemaal niets mee konden nemen. Voor wie die maaltijd niet louter symbolisch was, maar ook voedzaam moest zijn. Het kan heel goed zijn, dat Paulus hier slaven en hun meesters op het oog heeft. Hij predikt hun gelijkheid in het geloof, maar dat hebben vooral de rijken maar moeilijk gevonden. Zij vonden het misschien wel een nobele gedachte, maar om ernaar te handelen, dat was moeilijk. En samen eten, dat was een vorm van grote menselijke intimiteit. Dat deed je alleen onder gelijken. Datdie slaven nu ook hun gelijken zouden zijn, nu ze bij de kerk van Christus horen, dat gaat er bij hen nauwelijks in.

Paulus keert zich hier in zijn strengheid tegen de rijken, die de armen schofferen. Omdat ze egoïstisch handelen ten opzichte van hun broeders en zusters en omdat ze daardoor ook lichaam en bloed van Christus te schande maken. De sociale contrasten vallen zo des te emer op, terwijl hun geloof toch spreekt van breken en delen.

Christus heeft zich niet gegeven om verdeeldheid te veroorzaken of in stand te houden, maar om eenheid te brengen, om hoog en laag met elkaar tot een nieuwe manier van omgaan met ekaar te brengemn. Om nieuwe mensen te worden. Daarvan moet de maaltijd getuigen. De maaltijd des Heren moet bijdragen aan meer eenheid, meer verbondenheid, aan breken en delen met en voor elkaar.

Zo moet dat nog altijd zijn, ook voor ons. Zelfs nu wij de maaltijd van de Heer in gestyleerde vorm tot ons nemen in een stukje brood en een slokje wijn. Want met samen eten en drinken, delen we meer dan geestelijke verbondenheid. We zeggen ermee: zoals de Heer instaat voor ons, zo staan wij in voor elkaar. De kerk wordt brekend en delend opgebouwd en van daaruit wordt er verder gedeeld. De gemeenschap van de kerk, de communio, wordt opgebouwd vanuit de communie, de gemeenschap van brood en wijn. Ja, veel sterker nog: in de kerk gaat het bij alles om gemeenschap, gemeenschap met Christus, gemeenschap van mensen die bij elkaar horen en gemeenschap rond de tafel. En niet, om maar te blijven hangen in die gemeenschap. Wij worden ook naar buiten gestuurd, om verder te delen, om de boodschap van breken en delen uit te dragen in de wereld, waarin de verschillen en de contrasten vaak onoverbrugbaar lijken te zijn. Waarin men vreemd opkijkt van iets, dat je zomaar krijgt, zonder dat je er iets voor hoeft te doen. Uit genade.

Aan de tafel van de HeerHier wordt de verbinding gelegd tussen liturgie en geloofshandelen. Daarom is de maaltijd van de Heer principieel een zaak van de diaconie. Het gaat vanaf de tafel bezien om diensbaarheid, dienstbetoon.

Maar niet vanuit een soort heilig moeten. Het begint allemaal bij wat Christus ons geeft, om zijn gave, zijn zelfgave, waarin hij niets dan liefde toont. Dat te begrijpen, eerst toe te laten, dat wij eerst ontvángen, voordat wij zelf iets kunnen géven, daar begint het mee. Dat klinkt zo vertrouwd, maar we moeten het steeds weer leren:

"O, nee, zei Petrus, mijn voeten zult u niet wassen, nooit!"

Maar Jezus antwoordt hem: "Als ik ze niet mag wassen, dan kun je niet bij mij horen".

Wij horen pas bij Christus, wij hebben pas deel aan de gemeenschap met Hem, ervaren pas wat communie betekent, als wij aanvaarden wat het betekent, dat hij ons eerst dient. Danken wij de Heer om zijn weg van overgave, die naar het leven leidt.