RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Hier sta ik. Ik kan niet anders. God help me. Amen." - Maarten Luther


De preek van zondag 22 april 2012

E-mailadres Afdrukken

 Vandaag is het de zondag van de Goede Herder. Allesbepalend is wat Jezus zegt: "Ik ben de Goede Herder". Hij vereenzelvigt zich met wat al eeuwen in Israël rondzingt als het wáre leiderschap. Het betekent een leiderschap dat niet de macht verwerft voor zichzelf en het dan koste wat kost vasthoudt. Het gaat om een gezag dat het heil van allen op het oog heeft.  Wie verloren is zal dan moeten worden gezocht en wie er nu nog niet bij hoort, bij de kudde, zal er eens wel bijhoren. Het leiderschap van de herder gaat voor naar een messiaanse wereld, waarin de wereld wordt, zoals die God altijd voor ogen heeft gestaan. Een rechtvaardige wereld, waarin mensen in vrede kunnen leven, als waren het vredig grazende schapen. Een gedroomde wereld.

Jezus legt zich uit aan de hand van beelden die opkomen uit spalm 23. Beelden van herderschap, leiderschap namens God, Ja, ván God. Waar God heerst, ontbreekt het mij aan niets, omdat ik mag rusten in groene weiden, hoef ik niet te vrezen te worden overgeleverd aan het duister van het donkere dal, nee, weet ik mij, ondanks alles, veilig bij God. Een van onze gemeenteleden schilderde deze drie aspecten van psalm 23 op drie doeken en ze staan hier, om ook onze ogen te bepalen bijdat pastorale beeld. De beelden helpen ons ook naar onszelf te kijken als waren wij schapen. Was ik een schaap, was hij mijn herder, dichtte Karel Eykman in het leid dat wij straks zullen zingen.    We eigen ons dat beeld toe.

Want zo werkt die uitspraak van Jezus toch op ons uit. Hij de Herder, wij de schapen.

Waar herders zijn, zijn immers schapen. Mooie dieren om mee vergeleken te wporden. Ontroerend, vertederend, nuttig ook. Maar schapen hebben ook wel iets passiefs over zich. Ze worden geweid door een herder, ze laten zich door een herdershond opdrijven, ze worden belaagd door wolven. Ze zijn schrikachtig en kwetsbaar en moeten beschermd worden door hun herder. En ze zijn volgzaam. Als ze eenmaal vertrouwen hebben in hun herder, dan blijven ze in zijn of haar buurt.

Wat dat betreft zijn schapen net mensen. Ook kuddedieren, laten we eerlijk zijn. Als het erop aankomt, is het de vraag of wij eigenlijk wel zulke zelfstandige wezens zijn, die in vrijheid  een verantwoorde keuze maken of zomaar ergens achteraan hollen, omdat het mooi klinkt.

In de bijbel wordt vaak zo over de mens gesproken: als een schaap, dat leiding nodig heeft en zoekt en op verschillende manieren krijgen kan. Slechte en goede manieren. Ook in de teksten van vandaag: hier worden mensen gezien als schapen, wezens die gemakkelijk te beinvloeden zijn. Ze volgen zo gemakkelijk iemand anders, zeker als dat een sterke leider is.

Het maakt dus nog al uit wie die leiders zijn. Zijn het de slechte herders, die hun volk als slechte raadgevers naar de verdoemenis leiden, zoals de profeet Ezechiël moets donderpreken? Of zijn het goede herders, zoals God ze beloofd heeft en zoals Jezus zichzelf hier presenteert in Johannes 10? De hele bijbel wijst de juiste richting uit naar wat het leiderschap is waaraaan je je mag toevertrouwen.

Zo bezien lijkt de keuze eenvoudig. Wie kiest nu voor degene die een dwaalweg wijst? Maar schijn bedriegt. Mensen sluiten hun ogen voor gevaren en kwade bedoelingen. En ze laten zich gemakkelijk bedriegen.Wie zich aandient als goede herder, kan, met teveel macht bekleed, een slechte worden. Of hij of zij blijkt van meet af aan een wolf in schaapskleren te zijn geweest.

Toch blijkt uit zowel verleden als heden, dat we vaak kiezen voor degenen die zich presenteren als de goede herder, maar ons toch misleiden. Krachtige leiders, met een duidelijke visie, die ons misschien een prachtige toekomst voorschilderen, maar die mensen uit elkaar drijven, haat en geweld prediken en ons er medeplichtig aan maken en ons zo ook nog ons recht van tegenspreken  afnemen. Als makke schapen loopt de mensheid achter die valse herders aan: Hitler, Stalin en vele andere dictators na hen, politiek en geestelijk leiders en sekteleiders.

Goede herders zijn er ook. Godzijdank voor Martin Luther King en Mahatma Ghandi en anderen. Maar ze zijn schaars. Ook van christelijke zijde.

Hoe onderscheiden we de goede van de slechte herders? Daar komt het op aan. Nu ons kabinet de moeizame onderhandelingen over bezuinigingen heeft moeten staken en demissionair is geworden na de stap van Wilders komen er weer verkiezingen in beeld. Dat betekent dat we ons weer zullen moeten uitspreken wat in onze ogen en op dit moment in ons land de best mogelijke leiders zijn.  We hebben, ook als gelovigen, ons ambt van kiezer weer uit te oefenen.

In Frankrijk staan ze vandaag al voor die stap. In de Verenigde Staten komen de verkiezingen eraan en in de Arabische wereld is het leiderschap al langere tijd in crisis. En een ding weten we nu al: perfect en onbetwist leiderschap bestaat niet in deze wereld. Altijd moeten er compromissen gesloten worden.

Gemakkelijk is het niet, om je uit te spreken over wat goed leiderschap is. Dat is het nooit. Hoe weten we dat we goed zitten met onze keuzes. Hoe maken we moreel en politiek de juiste keuze? Hoe zorgen we dat we de juiste mens op de juiste plek terecht laten komen?

Als het binnen het christendom al zo vaak is fout gegaan, door de combinatie van macht en kerk onder keizer Constantijn, onder paus en Vaticaan, ook onder tal van vormen van protestantisme, hoe kan het christendom dan een juist criterium aanreiken om menselijke macht mee te beoordelen en in de hand te houden?

Zo'n algemeen houvast is er niet. In ieder geval niet een houvast dat ons in staat stelt onder mensen feilloos de juiste leider aan te wijzen en de goede herder zelf te herkennen.

Het enige dat ons wordt gegeven is een mens, die de Goede Herder zelf is. Jezus van Nazareth, die de Christus van God zelf bleek te zijn. In zijn overgave aan de mensen, de schapen van God, blijkt, dat alleen Zijn macht over ons mag gelden. Die macht is een vreemde macht, want op aarde lijkt hij maar weinig te vertellen te hebben. We proberen het wel, met eigen christelijke machtsinstellingen. Maar ook dat zegt meer over hoe mensen met macht omgaan, op zijn gunstigst met mededogen en wijsheid. Maar het blijft mensenwerk.

Christus ontleent zijn macht aan de liefde van God. De liefde van God tot de mensen. Zijn barmhartigheid is het, die de laaghartigheid en de zonde van de mensen, niet het laatste woord laat hebben. Het laatste woord is liefde, voor God. Het laatste woord is Christus. In Hem is alles anders geworden. We mogen vooruitzien naar een werkelijk nieuwe toekomst, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, niet uitgedacht door menselijke utopisten van welke politieke kleur ook, maar door God zelf gegeven. En Christus is er als het ware het onderpand van.

Uit zijn dood aan het kruis, waaraan hij uit liefde voor ons niet heeft willen ontkomen, blijkt dat niet de eerste, maar de laatste vooropgaat, dat niet kracht en geweld, maar zwakheid en weerloosheid de wereld veranderen.

Uit zijn opstanding blijkt, dat hij, het Lam, een Goede Herder is, die de schapen doet aankomen in het land van belofte. Zijn weg voert werkelijk naar het leven, al moest hij het leven ervoor verliezen.

Daarmee is ons toch een houvast gegeven in dit leven hier en nu op aarde, ons samenleven met elkaar, met mensen die wij eigenlijk nauwelijks begrijpen, omdat ze anders denken en geloven dan wij, een houvast in ons complexe leven temidden van moderne politieke verhoudingen. Want deze boodschap heeft ook betekenis voor hoe wij, mensen van de 21 e eeuw kunnen leven. Het is een basis voor ons handelen, voor de ethiek.

Het gedeelte uit de eerste brief van Petrus, die wij lazen als epistellezing, zegt ons heel duidelijk, dat wij in Christus een herder hebben, die onze ziel hoedt, een herder naar wie wij als afgedwaalde schapen kunnen terugkeren. Ook voor de schrijver van deze brief zijn wij schapen. Je zou de vraag kunnen tegenwerpen, of wij hier nog wel serieus worden genomen. Zijn wij in de ogen van God eigenlijk wel mensen met een eigen wil, met een eigen verantwoordelijkheid? Of worden wij ook, als wij Christus volgen, als volgzame, willoze schapen gezien? Hebben alle critici van de godsdienst, ook de christelijke, dan toch gelijk als ze zeggen dat gelovigen niet voor zichzelf denken, maar kritiekloos volgen?

Wij worden juist serieus genomen, zou ik willen zeggen, op basis van I Petrus. De schrijver van deze brief houdt ons voor ogen hoe wij juist met Christus als herder zelf verantwoordelijk kunnen leven. Wij kunnen leven naar het voorbeeld van Christus. Zijn geduldig dragen van onverdiend leed wordt door hem schrijft als voorbeeld voorgehouden. Hij zegt:

"Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. Dat is uw roeping, ook Christus heeft geleden om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem, die geen zonde enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam."

Voor ons klinkt dat lijden voor onze goede daden waarschijnlijk zwaar en extreem in de oren. Maar voor de mensen die de brief ontvingen, was het een reëele dreiging. Het volgen van Christus was niet zonder gevolgen, het deed je opvallen en je kon erom vervolgd worden, tot de dood  toe. En toch lezen ze: het is je roeping om desondanks die goede daden te doen, te leven naar het voorbeeld van Christus, in je leven te getuigen van dezelfde liefde waarvan Christus getuigde.

En dat blijft ook tot óns gesproken. Goddank maken wij hier zelf die vervolging omwille van ons geloof niet mee, al zijn er nog christenen die dat wel beleven. Maar in de kern blijft de boodschap staan: leef je leven naar de liefde van Christus, dien elkaar, je naaste, laat uit je handelen blijken, dat je God dient, dat liefde de bodem is van je bestaan, dat je weet wat het betekent genade en vergeving te ervaren, zodat je het ook aan anderen kunt geven.

Ook in deze tijd is het broodnodig dat de boodschap van Christus' overgave uit liefde verkondigd tot worden, in woord en daad. Overal worden mensen opgeroepen zich van hun meest assertieve, ja zelfs agressieve kant te laten zien. Ook al wordt het in mooie woorden verpakt. Er zijn zelfs mensen die het als verdediging van 'onze christelijke cultuur' opvoeren. Laten we ons er niet door laten verleiden, maar laten we dicht blijven bij Christus, de herder van onze zielen, de Goede Herder, die zelf niet hoonde en dreigde. Laten we zijn voetstappen van vrede volgen.

Dan vatten wij telkens nieuwe kracht, dan hoeven wij niet te vrezen in het donkerste dal, dan komen wij thuis bij God.