RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Oorlog is de grootste plaag die de mensheid teistert. Het vernietigt religie, het vernietigt staten, het vernietigt families." -

Maarten Luther




De preek van zondag 20 mei 2012

E-mailadres Afdrukken

 Gemeente van Jezus Christus,

De afgelopen week is duidelijk geworden wie de lijsttrekker van het CDA wordt. Bij Groen Links moet het nog duidelijk worden. Een lijsttrekker via een referendum... tja...

In Handelingen moet ook een post worden vervuld. Dat gebeurt niet via een referendum, maar het lot bepaalt wie de 12e apostel wordt. Een heel andere basis dan een referendum. En daar schuilt een wereld achter. Het gaat hier over de vraag van 'wie/wat je bent'- het zijn... en de vraag van 'individuele keuzes'. Dat zijn verschillende uitgangspunten.

De meesten van ons zullen familie hebben: broers, zussen, ouders, kinderen, ooms, tantes. Misschien heb je veel contact met hen, misschien weinig. Daar zit verschil in. Dat weten wij ook. Soms zijn familiale relaties zo onder druk komen te staan, dat je elkaar steeds minder bent gaan opzoeken. Toch is er iets wat nooit veranderd: je blijft broer, of zus, of kind, of vader, of moeder, of oma of opa. Je zou kunnen zeggen dat het familie-zijn een soort staat is waarin je blijvend verkeert. Een constellatie, waar je niet voor kunt kiezen en die je ook niet kunt afleggen. Je bent het, het behoort tot je wezen. Je bent zus, je bent vader, je bent kind. Als een staat van zijn... een constellatie, kun je zeggen.

Een constellatie voor een leven lang, hoever je ook weggaat. Het ligt voorbij je eigen keuze, maar wel één met veel impact, met een grote reikwijdte.

Omdat je moeder... of zoon bent, ben jij het precies die veel goed kunt doen, maar ook veel kwaad kunt uitrichten. Als jij het laat afweten of kwalijke dingen doet, dan werkt dat sterk door in het leven van je kind of van je vader of moeder. Een verstrekkende reikwijdte.

Overigens: natuurlijk kunnen er ook andere mensen zijn met liefdevolle toewijding: vriendinnen, buurmannen, en ga zo maar door. Maar de familieband is iets heel eigens. Een blijvende band, waarbinnen je oefent dat je hoe verschillend ook, toch bij elkaar hoort. Het zit je in het bloed en je botten.

Nu naar de lezing van vandaag. Die gaat over de eerste volgelingen van Jezus. Ook zij leven met het familiale aspect. Eerst iets over het boek Handelingen der Apostelen waar we uit lazen. Het is geschreven door de evangelist Lucas. Die twee boeken: het evangelie van Lucas én Handelingen horen bij elkaar. En in het evangelie beschrijft Lucas wat Jezus o.a. over zijn eerste volgelingen zegt: "Mijn moeder en mijn broers zijn degenen die naar het woord van God luisteren en ernaar handelen". Daarmee geeft Lucas aan dat zijn moeder Maria en zijn broers volstrekt eensgezind met Jezus zijn, zonder haperingen. Op een heel basale manier.

Het doet denken aan de roeping van de apostel Levi in het Marcusevangelie. In één zin gebeurt het. "Jezus zei tot hem: Volg mij. En hij stond op en volgde hem". (Marcus 2: 14). Dietrich Bonhoeffer werkt dit uit in het boek Navolging: het gaat erom dat een mens zich niet laat leiden door eigen psychologische en sociologische motiveringen. Geen dubben over je keuze. Het enige waar het om gaat, is de roep van Christus en Levi volgt hem. Niet het eigen ik, maar alleen en helemaal de roep van Jezus. Niet mijn psychologie of de uwe. Maar in één adem gehoor geven aan de roep van Jezus. Op de adem van God zelf... dat zijn wij. Zoals Jezus in het evangelie van Johannes zegt: "laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden". De eenheid in God... de eensgezindheid onder elkaar als getuigenis van God in de wereld. En hierin gaat het er echt niet om dat je altijd maar dezelfde mening hebt. Dat is iets anders. Natuurlijk houden wij elkaar scherp met verschillende opvattingen. Maar hier draait het om iets dat dieper gaat.

Het gaat om de laag die in de bijbel tot uitdrukking komt in de doop. Veel mensen worden gedoopt, zoals Jezus was gedoopt. Ze worden, zoals Maria en de broers van Jezus, deelgenoot van de eensgezindheid van het evangelie. Gedoopt met water en de heilige Geest. "Opdat mensen één zijn zoals Christus met God één is", schrijft Johannes. Dat is het wezen van de gedoopte mens, van u en van mij. Gedoopt zijn is je wezen. Zo ben je drager van een ambt: het ambt der gelovige. U en ik. Daarin gaat het over ook ons wezen en niet over uw keuze of mijn keuze. Het gaat over je wezen, het erbij horen, zoals je bij je familie hoort, hoe oud je ook wordt. Nogmaals: niet als makke schapen die nooit van zich laten horen, maar wel beseffend in wiens naam ook de ander gedoopt is.

En daar staan ze dan, lezen we in Handelingen... de elf apostelen, Maria en nog enkele andere vrouwen en 120 mensen. 120 wil zeggen: 12 x 10. Twaalf verwijst naar Israël, alle twaalf verzameld en het verwijst ook naar de 12 discipelen die door Jezus werden geroepen. En tien?... met tien mensen kan een gemeente worden opgezet. Kortom: in de 120 mensen zijn alle mensen verzameld daar in een bovenzaal in Jeruzalem. Allemaal volgelingen, gedoopte mensen. Onze broeders en zusters. Wij verkeren onder hen. Wij staan pal naast hen.

De mensen zijn teruggekeerd van de Olijfberg waar Jezus in de hemel werd opgenomen. Hij is niet meer in hun midden. Ze hebben hem los moeten laten. Vandaar dat deze zondag ook wel Wezenzondag wordt genoemd.

Toch zijn de mensen niet bedrukt. Na de hemelvaart van Jezus hebben ze hem hulde gebracht en naar Jeruzalem teruggegaan. Vurig en eensgezind wijden ze zich aan het gebed. Waar eerst Jezus ons voorging in gebed, zijn wij het nu die zijn gebed overnemen. Het gebed is nodig, omdat het evangelie verder moet gaan.

Petrus neemt het voortouw en hij vat ook meteen de koe bij de hoorns....

... We waren met twaalf apostelen, maar één is er afgevallen: Judas Iskariot. Judas, één van de twaalf door Jezus geroepen leerlingen. Op Jezus' roep had hij 'ja' geantwoord.

Hij had het ambt aanvaard, kun je zeggen. Niet als een eigen keuze, maar aangewezen was ie. Geen eigen keuze waar een mens zich nog aan zou kunnen onttrekken. Dat kon ook Judas niet. Eenmaal discipel/apostel, was er voor hem geen uitweg. In zijn ambtsuitoefening zocht hij de zwartste hoek op. Alleen omdat hij discipel was, kon hij zover reiken. Het ambt kan ten goede uitgeoefend worden, maar ook ten kwade, zoals een moeder goed kan uitrichten, maar ook heel veel kwaad.

Nu Judas dood is, zijn er nog maar Elf apostelen. Zijn plaats moet door een ander worden ingenomen. Immers, de nieuwe gemeente die haar weg zal gaan in de wereld moet goede grond onder de voeten hebben. Uit de 120 moet een nieuwe apostel worden gekozen. Niet naar de keuze van mensen, maar naar Gods besluit. Daarom wordt het lot geworpen. Dat moet niet als een lootje verstaan, zoals wij wel eens lootje trekken om te bepalen wie mag beginnen. Het lot drukt hier uit dat ook bij deze apostel de aanwijzing niet in mensenhanden ligt, maar net zoals bij de andere elf in de hand van God. Daar is het gebed op gericht: dat God zal tonen wie hij tot apostel gekozen heeft. Het is Matthias.

Zo doet de eerste gemeente dat. En wij zijn hun broeders en zusters. Wij werken niet meer met het lot dat moet vallen. We hebben het anders ingericht. Maar nog steeds, en dat kan ook niet anders, is de kerk/de gemeente ingericht op het geloof dat het Christus zelf is, die de gemeente leidt. Nog steeds, en zo is het ook, is de doop een wezenskenmerk van wie haar haar in geloof aanvaarden. Nog steeds is een wezenskenmerk van de gemeente de eenheid/de eensgezindheid. In gebed zoekend naar Gods stem, werkend aan vrede en gerechtigheid. Nog steeds geldt: Volg mij, en hij stond op en volgde hem.

Zo ook wij.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Amen.