RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Zelfs als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik toch mijn appelboom planten." - Maarten Luther


De preek van zondag 1 juli 2012

E-mailadres Afdrukken

Marcus voert twee vrouwen op. De ene is volwassen, de ander staat op de drempel van volwassenheid. En beide zijn in nood. De ene vrouw al 12 jaar lang, lijdend aan een ernstig verstoorde menstruatie en daardoor totaal naar de randen van de maatschappij gedrukt. En dat, terwijl ze ooit rijk moet zijn geweest. Er staat immers: ze had haar hele vermogen uitgegeven aan behandelingen, waarbij ze geen baat had gehad. Al 12 jaar is ze onrein. Ze mag niemand nog aanraken, laat staan een man en niemand mag haar aanraken. Ze is een paria geworden, met niets meer  te verliezen. Maar ze heeft gehoord over Jezus en nu is hij haar enige hoop. Ze hoopt hem in het voorbijgaan aan te raken: "Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik gered worden." Ze gaat in tegen alle regels van haar geloof, tegen die van haar gemeenschap als ze dat doet, ook al doet ze het ongemerkt. Juist in haar wanhoop wordt haar geloof geboren en zet ze de stappen, die naar haar genezing en redding leiden. 'De brutaliteit' moeten de gelovigen om haar heen misschien wel hebben gedacht. Maar bij geloof gaat het niet maar om braaf afwachten of de regels navolgen. Het gaat erom, dat wij handelen naar de hoop die in ons is.

En dat meisje is in acute nood: ze ligt op sterven. Haar vader komt Jezus smeken of hij haar leven wil redden: "kom haar de handen opleggen om te zorgen dat zij in leven blijft."

Er heerst een grote spanning in het verhaal: je voelt de nood, vooral om het meisje en we zijn, waarschijnlijk met de omstanders, bang, dat Jezus niet op tijd zal zijn. De genezing van de vrouw dreigt het meisje fataal te worden. Als het maar niet te laat is, denk je met hen.

En het lijkt te laat, inderdaad. Het meisje sterft, alles lijkt vergeefs.

Maar Jezus zegt tot de vader: "Wees niet bang, maar blijf geloven." Hij weerstaat de dood en de mensen die zich bij de harde, dode feiten hebben neergelegd. Zijn vasthoudendheid stoot op hoongelach.

Maar, godzijdank, béide vrouwen worden gered. En beide keren speelt het geloof de doorslaggevende rol. Het kan geen toeval zij, dat Marcus hierop het verhaal over zijn optreden in Nazareth laat volgen, waar hij juist weinig kan verrichten, omdat hij verbaasd staat over het ongeloof van zijn verwanten en de mensen bij wie hij is opgegroeid.

Het heil is concreet en om het te laten gebeuren wordt van mensen geloof gevraagd. Geloof dan te verstaan als: vertrouwen in God, in de kracht die van hem uitgaat, waar wij als mensen op aangewezen zijn. In de nood wordt dat geloof aangeboord en misschien wel, wakker gemaakt. Het gaat er hier niet in de eerste plaats hóe wij geloven. Die vrouw en Jairus klampen zich aan Jezus vast. Ze geloven omdat ze niet anders kunnen. Jezus wijst het niet toe. Integendeel, voor hem is het voluit geloof. Hij stelt vooraf geen voorwaarden en ook niet naderhand. Alleen dát ze geloven, telt, niet hóe.

Toch wordt het voor ons hier moeilijk.

Hoe zit het met dat verband tussen geloof en genezing? En wie van ons heeft ooit gehoord van een gestorvene die tot leven wordt gewekt?

Er is geen recept van te maken, waardoor wij kunnen wat Jezus hier doet of waardoor God opnieuw doet wat toen gebeurde: genezing op geloof.

Wat ertoen ook gebeurd is, wat Jezus toen ook gedaan heeft, dient als vooruitwijzing naar Gods toekomst. Het is een teken van zijn Rijk, waarin aan mensen in de marge recht wordt gedaan, en waarin de dood niet meer zal zijn. Wij mogen ons leven richten naar de hoop, dat niet de dood, maar het leven het uiteindelijk voor het zeggen zal hebben en onze levenskeuzes richting  moet geven. Niet, dat wij allemaal zelf anderen door handoplegging kunnen genezen – die gevallen bestaan misschien, maar toch niet bij velen -, laat staan dat wij anderen uit de dood kunnen opwekken. Maar overal waar wij de dood ontmoeten middenin het leven en dat gebeurt overal waar de hoop geen ruimte krijgt, overal waar mensen in de knel zitten en worden gehouden, overal waar wij ons neerleggen bij wat naar ons besef nu eenmaal zo is: de macht aan de economisering, waardoor de waarde een uitgeput wingewest is geworden en de mensen zich bijna gedwongen voelen, niet anders kunnen dan haar verder uitputten. Ook dat is de macht van de dood.

Hiertegenover zet Jezus de macht van het leven, de kracht van vruchtbaarheid. Marcus brengt hier vruchtbaarheid als thema naar voren: de vruchtbaarheid van de vrouw, die verstoord is door de bloedvloeiingen en die van het meisje, die niet tot ontwikkeling kan komen. Marcus borduurt met dit verhaal voort op dit thema, dat al begon met de gelijkenissen over het zaad in de verschillende bodems.

Bijbels gezien gaat het daarom ook hier om het vertrouwen op Gods woord en ernaar leven. Geloven is dan: zozeer waarde hechten aan de betrouwbaarheid van al wat God zegt, doet en belooft, dat dit ons leven richting geeft, juist in de praktijk van alledag, gericht op de toekomst.

Die vrouw en Jairus hadden dat geloof, juist vanuit hun wanhopige situaties. Dat geloof is vaak te vinden bij de mensen in marge, aan de onderkant en in nood. Het is alles wat ze hebben. Niet alleen uit armoede, ook omdat zij in hun situatie pas leren wat werkelijk van waarde is.

Zou het ons niet ook daarom moeten gaan. Om dat geloof?

En dat hoeven we niet zelf te maken, we kunnen het niet zelf maken. Wij mogen God ervoor aanklampen, om vragen, bidden. Hij wil het osn geven. Zozeer zelfs, dat hij tot leven wekt wat bij ons, mensen, dood is of dood lijkt. Wat in ons ligt te slapen, zoals het dochtertje van Jairus, wordt wakker geroepen. Het vruchteloze wordt vruchtbaar gemaakt Mensen worden opgeroepen om vruchtbare akker te zijn voor de boodschap van hoop die God in Jezus verkondigt. Waar geloof is, kan het evangelie wortel schieten en vrucht dragen.

Zo zijn die twee vrouwen ook beelden voor onszelf, voor hoe wij kunnen leven uit geloof: als mensen die het allerbelangrijkste wat er is, namelijk dat wij in de nood op God vertrouwen en, geconfronteerd met de nood van anderen, zelf handelen uit dat geloof.  Laten we daarbij de mensne in de marge, Juist mensen als die vrouw, die niets te verliezen hebben, maar alles te winnen, de mensen in de marge, moeten we daarbij in de gaten houden. Zij wijzen ons de weg van het geloof.