RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Vergeving is Gods gebod." - Maarten Luther


De preek van zondag 15 juli 2012

E-mailadres Afdrukken

 Jezus zendt zijn leerlingen twee aan twee uit. Ze mogen niets meenemen behalve een stok, sandalen aan de voeten en de kleren die ze aan hun lijf dragen. En ze krijgen de macht om demonen uit te drijven. Bij gastvrije mensen kunnen ze gerust blijven, "Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden, ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben."

-          Twee aan twee, dat doet denken aan: twee is beter dan een en herinnert ook aan wat Mozes leert: het getuigenis van twee is betrouwbaarder dan dat van slechts een persoon. En het laat zien, dat ze niet op eigen gezag spreken, maar namens een opdrachtgever. Ze zijn boodschappers namens Hem die hen gezonden heeft.

-          Het schoeisel, de kleding aan het lijf en de staf, dat doet alles denken aan de paasmaaltijd bij de uittocht uit Egypte, die in grote haast gegeten wordt, aan het begin van de bevrijdingstocht.

-          En dat ze zo weinig meenemen, zegt ons ook, dat ze niet ver gaan, niet verder althans, dan een voetreis je kan brengen. De twaalf blijven binnen de grenzen van het volk Israel met twaalf stammen, denken we dan. De uitzending naar de heidenen, de volken, die moet nog komen. Eerst Israel.

-          En die macht over demonen, dat exorcisme, daarin zit een verzetskracht in: ze zijn geroepen mensen te verlossen van alles dat hen van een echt vrij en menselijk leven afhoudt, van wat hen bezet houdt. En misschien is het ook wel verzet tegen al die stemmen, die het evangelie willen overschreeuwen en oproepen tot iets veel indrukwekkenders.

-          Bij gastvrije mensen zullen ze als zwervers te gast zijn en genieten van wat hen wordt gegeven, maar ze zullen niets zelf organiseren. Bij alles wat ze zelf te beidne hebebn, zullen ze ontvankelijk zijn voor wat mensen hen willen geven.

Tot zover voldoet de opdracht nog aan wat wij ons kunnen voorstellen bij wat de apostelen te doen staat. Het staat allemaal in dienst van de prediking van het evangelie als blijde boodschap. De leerlingen worden mensen van de weg.

Maar dan dat relaas over dat stof en die afwijzende woorden. Dat klinkt een stuk minder sympathiek. En gaat het niet in tegen de vrijheid die mensen hebben om wel of niet te geloven?

Jesaja helpt ons dit verhaal te begrijpen. Wat we bij hem lazen werpt een licht op wat Jezus zegt over het afschudden van stof van je voeten, dat toch niet erg vriendelijk op ons overkomt. Jesaja zegt:

"Jeruzalem, heilige stad, nooit meer zul je worden betreden door wie onbesneden is of onrein. Klop het stof van je af en sta op, Jeruzalem, neem plaats op de troon.  De ketenen om je hals zijn losgemaakt, gevangen vrouwe Sion"

Tegen deze achtergrond komt dat afwijzende gebaar, hoe afwijzend het ook blijft klinken, in het licht te staan van de geschiedenis van bevrijding, die God met Israel en de wereld gaat en wil gaan. Zoals Jesaja preekt over de bevrijding uit de ballingschap, die het volk als stof  van zich af mag schudden, het stof van de verwoeste stad, en zoals de onvrijheid als slavenkettingen van hun nek genomen worden, zo is ook de prediking van de twaalf leerlingen een heilsprediking, die oproept tot het je toekeren tot een nieuw leven met God. Wat dat is waar het in de prediking van Jezus om gaat en dus ook waar het zijn leerlingen om moet gaan:  bevrijding uit ballingschap, uit alles wat je weghoudt bij God en zijn toekomst die hij je gunt, vandaan. Het gaat om de verkondiging van het Rijk van God, dat je eigenlijk meteen ook vertalen kunt met: het koningschap van God. God regeert en niet de kwade machten - de demonen - de chaos of de dood.

Dat evangelie moet gepreekt worden in deze wereld, waar de ene groep de baas speelt over de andere groep, waarin de machtige zijn macht misbruikt ten koste van de machteloze, die zo ten gronde gaat. Gods koningschap betekent: God staat uiteindelijk boven onze menselijke machtsverhoudingen, al blazen wij ons nog zo op en lijken wij nog zo groot. Tegen alles wat in de wereld macht lijkt te hebben en dus aantrekkingskracht heeft in, preekt Jezus net als de profeten Gods macht en koningschap, dat het uiteindelijk zal winnen. Daarom valt Jezus in het verhaal van Marcus ook steeds met de deur in huis en gebeurt alles met een grote haast en snelheid. Het is de haast van de bevrijding, waarom het dus ook in het verhaal over de uittocht van Egypte gaat. Het evangelie is een dringend woord.

En de strenge woorden die Jezus uit Jesaja ophaalt, om demonstratief het stof van je voeten te stampen, als mensen niet naar je willen luisteren, is dan niet zozeer het verongelijkte gebaar van betweters, maar de kritiek die het evangelie zelf op ons uitoefent, als wij het woord van bevrijding weigeren, dat God ons aanzegt en dat juist hoop en uitzicht biedt. Zo staat het bij Jesaja 51, vers 13 en 14: "Hoe kun je de Heer vergeten, die je gemaakt heeft, die de hemel heeft uitgespannen en de aarde heeft gegrondvest? Hoe kun je je zo laten beheersen door angst voor de toorn van je belagers, voor hun pogingen je te vernietigen?"

De belijdenis dat Gods regeert is bevrijdend voor iedereen die er ontvankelijk voor is, maar laat geen ruimte voor andere heersers. Vandaar die macht over demonen, waarmee de leerlingen begiftigd worden.

En dan wij. Wij horen dit verhaal in een situatie van kerk-zijn in het Nederland van 2012. Vol zorg over de toekomst: war staan wij en hoe gaan wij? We kunnen ons erop blind staren en we zouden erin vast kunnen lopen. Maar horen wij het evangelie als net zoiets dringends als het door Jezus gepreekt wordt?

We hebben in elk geval de keuze. Want het geloof kan niet worden opgelegd of afgedwongen. Niet met argumenten of overtuigende woorden en zeker niet met geweld, ook al heeft de kerk in haar geschiedenis alles geprobeerd. Er valt niets af te dwingen. Het enige dat ons te doen staat is ons zelf openstellen voor het geloof dat God ons geeft, dat wij niet zelf kunnen maken. En wat ons te doen staat? Trouw blijven, dat in elk geval. Doorgaan met vieren, verkondigen, elkaar bemoedigen, spreken over hoe wij zullen leven vanuit ons geloof en dat laten zien. Over de leerlingen wordt tenslotte gezegd, dat ze niet alleen demonen uitdreven, maar ook zieken met olie zalfden en hen genazen. Hoe wonderlijk dat laatste ook op ons overkomt, toch komt het er vooral op aan, dat de leerlingen er zijn voor de mensen met kwetsuren, die naar heelheid verlangen. Het komt uiteindelijk aan op zorgzaamheid in alles wat we doen, het gaat om de zachte krachten. Daar valt voor iedere kerk, ook de onze, genoeg werk te doen. Laten we dus onze ogen en oren openhouden voor mensen in nood, niet alleen ver weg, maar juist ook dichtbij. Stichting de Regenboog doet er al veel werk, maar kan het niet alleen af.

God Rijk zal ooit helemaal aanbreken, maar wij mogen in de tussentijd leven alsof wij er al burgers van zijn.