RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Zorg, dat ik niet alleen kan bidden met de mond. Help mij dat ik kan bidden uit het diepst van mijn hart." - Maarten Luther


De preek van Israëlzondag 7 oktober 2012

E-mailadres Afdrukken

PREEK 'WET EN EVANGELIE', 7 oktober 2012, ELG Zwolle

Lieve mensen,

Vandaag is het niet alleen de 18e zondag na Trinitatis, maar ook de dag die door onze protestantse kerk is geoormerkt als Israëlzondag, waarop we stil staan bij de vraag wat de onopgeefbare verbondenheid van de kerk met Israël betekent.

Uit de lezingen van vandaag had u al begrepen misschien dat het ook over Wet en Evangelie gaat; het thema waarvoor ik in deze dienst, die een wat meer lerend karakter heeft, bij u ben uitgenodigd.

Best wel, tricky om het uitgerekend op deze Israëlzondag over 'Wet en Evangelie'  te hebben. Want Wet en Evangelie  dat is toch de bekende tegenstelling tussen aan de ene kant: de Wet, zeg maar allerlei legalisme, van hangen aan (om niet te zeggen je ophangen aan) allerlei wetten en regels om zo je bestemming te bereiken, of religieus gezegd: om er voor God mee door te kunnen. En aan de andere kant het Evangelie als het loslaten van wetten en voorschriften, om zo bij wijze van geschenk tot je doel te komen en er voor God te mogen zijn. Die laatste benadering wordt dan door de christelijke kerk geclaimd, en dan vooral door het protestantse smaldeel, dat vindt dat wetticisme juist bij andere religies wordt gevonden of bij diegenen die van het rechte christelijke spoor zijn afgeweken.

En laten we het maar duidelijk zegen: vooral lutheranen waren er goed in om de godsdienstige kaart zo in te kleuren. Evangelisch dat is evangelisch-luthers en wettisch dat zijn de aanhangers van een strenge calvinistische of ook katholieke moraal, ja en niet te vergeten de Joden, de kampioenen van de wetsaanhang. Wet, wet en nog eens wet.  We hebben het toch gelezen vanmorgen in Deutronomium: doe en je zult leven; prent je de regels in en schrijf ze op je deurpost, of bind ze op je hand op of je hoofd, zoals je vandaag de dag nog bij vrome joden kunt zien.

Ook als het al zo zou liggen, dat de oud-testamentische en joodse religie een godsdienst van wetticisme zou zijn, zijn het dan de lutheranen die daar zo nodig op moeten wijzen? Hebben zij niet teveel boter op hun hoofd om juist op dit punt geloofwaardig te zijn? Komt uit zo'n idee van het christendom dat vanwege zijn evangelisch karakter de joodse wetsreligie ver de baas is, niet de arrogantie voort waarmee de joden aan de kant zijn gezet en om te voorkomen dat ze zich al te zeer manifesteren en naar de rand van de samenleving zijn gedrongen?

Nee, het zal waar zijn dat je niet zo maar een lijn kunt trekken van die evangelische anti-wetsfocus van de lutheranen naar de jodenvervolging van de vorige eeuw, maar om nou ook eens in dat opzicht eerlijk te zijn over Maarten Luther, moet je wel toegeven dat we alleen al hierdoor zoveel krediet verloren hebben dat we beter onze mond kunnen houden over joods wetticisme en zo.

Ja, je kunt het misschien allemaal verklaren, hoe Luther uit een soort teleurstelling zich van de joden heeft afgekeerd. Hij had in het begin echt gedacht dat de joden zich massaal tot het protestantisme zouden bekeren, als ze eenmaal van de roomse dwaling waren verlost. Toen dat uitbleef, ontstond er   zoiets als de agressie van de afgewezen minnaar. Je ziet dan bij hem het gezicht van oude en nieuwe tegenstanders in elkaar vloeien: rooms en joods allebei moralisme tot op het bot; al is joods dan net een graadje erger. Fout, fout en nog eens fout; laten we daar kort en duidelijk over zijn. En het helpt ook niet als je erop wijst dat Erasmus, onze grote, immer geprezen vaderlandse humanist er ook wat van kon tegenover de joden. Wat verkeerd is, blijft verkeerd, ook al gebeurt het in commissie.

Kunnen we dan ook maar niet beter dat hele schema van wet en evangelie, als misschien dan niet direct antisemitisch, maar wel het gevaar daartoe in zich bergend, terzijde schuiven? Of zullen we nog een keer proberen te reconstrueren waar daar nu precies achter zit en waarom Luther en de lutheranen daar zo'n waarde aan hechten. En laten we dat ons dan niet gemakkelijk maken met een soort luthers kerkelijk onderonsje, maar juist het aan de orde stellen op deze Israëlzondag, met de ogen van wie zich met zo'n schema afgewezen voelen, in onze rug.  Het is wel link, maar zullen we het toch maar proberen?

Luther groeide op met het bekende onderscheid tussen 'letter' en 'geest', u weet wel: naar het woord van Paulus: 'de letter doodt, maar de geest maakt levend'. Dat betekende eigenlijk al vanaf de oude kerk, dat je op zoek moest naar de hogere betekenis van de bijbelse boodschap, die dus niet ging over materiële, aardse zaken en al helemaal niet die van het vlees, maar over het spirituele, hogere, geestelijke. De kerk was ook helemaal daarop ingericht. Aan die geestelijke dimensie kon je alleen toekomen als je je losmaakte van de wereld; in het klooster, of met behulp van wat heel toepasselijk de 'geestelijkheid' wordt genoemd. Gewone mensen - verstrikt in lagere, aardse aangelegenheden - kwamen daar maar moeilijk aan toe, maar de kerk had wel wat manieren achter de hand waarin je wat verder op de ladder kon stijgen naar een wat meer hemelse bestemming. Hoe drukkend dat aan de ene kant ook was met een kerk die zich overal mee bemoeide, aan de andere kant werd mensen wel een kans gegeven om zin aan hun leven te verlenen of om te gaan met hun tekortkomingen.

Dat was de benadering van het geloof die Luther aantrof en waar hij vervolgens ook helemaal doorheen is gezakt. En daarbij ging het hem niet alleen om de kwalijke rol van de kerk en de geestelijkheid, maar vooral om onze invulling van dat schema 'letter – geest', alsof wij uit onszelf wel zouden weten wat 'letter' is en wat 'geest' is en ook hoe je zo effectief mogelijk van het ene naar het andere komt. Daar haakt Luther af.

Hij ruilt dat schema letter-geest dan ook in voor het schema 'wet en evangelie', als het ritme van wat God met ons doet, namelijk afbreken en opbouwen. Luther citeert in dat verband steeds weer de woorden uit het loflied van Hanna: de Heer doodt en maakt levend. Dat is om zo te zeggen het diepste effect van wet en evangelie. Als we dat willen begrijpen dan moeten we letten op de dynamiek van het Woord van God die Luther ontdekt heeft en die hij wil doorgeven. Het woord van God is geen brok openbaring dat uit de hemel neervalt en waar je 'ja' of 'nee' tegen kunt zeggen: take or leave it, slikken of stikken, maar het is een beweging waarmee je ergens vandaan wordt gehaald en ergens naartoe wordt gebracht. Weggehaald uit een vergeefs bestaan dat altijd met zichzelf overhoop ligt, vastgepind op je verleden en geblokkeerd voor de toekomst, een leven waarin je noch aan jezelf noch aan een ander, om maar te zwijgen over God, toekomt ; Dat is wet. En een  beweging waarin je gebracht wordt naar een bestaan dat gevuld is met vrede, vreugde, met zin en met toekomst. Dat is Evangelie dat je letterlijk loszingt van een drukkend verleden en bevrijdt van een heel keurslijf van conventies en verwachtingen die je natuurlijk nooit allemaal kunt inlossen.

'Wet' waar je uit weg moet en 'Evangelie' waar je naartoe moet. En die twee horen bij elkaar en zijn ook niet los van elkaar te krijgen. Je komt niet los van de wet als je niet weet hebt van het evangelie en je hebt geen besef van evangelie als je geen notie hebt van de wet waaruit je wegkomt.

Die dynamiek dat is één ding, een ander is dat het niet onze weg is, maar de weg die God met ons gaat en daarover voeren wij niet de regie. Dat moet toch even gezegd, omdat er van wet en evangelie zo vaak een methode is gemaakt van hoe het in het geloof toegaat; zeg maar: eerst  omver gekegeld door de wet, om vervolgens door het evangelie te worden opgericht. U kent dat soort bekeringsverhalen wel, in oude en nieuwe stijl, maar ze deugen niet. Niet, omdat het om bekering gaat, maar omdat gesuggereerd wordt dat we wel weten hoe dat gaat en dat je d'r ook nog iets aan sturen kunt. En zo zie je bijv. brave protestanten die denken dat ze het roomse keurslijf hebben uitgetrokken, een nieuw piëtistisch, psychologisch  of 'evangelisch' dwangbuis aantrekken en vergeten dat het Gods Woord is dat zijn eigen gang gaat in de vaart van wet en evangelie.

Het zit dan ook niet vast op woorden en termen. Wet-evangelie, of zoals Augustinus zei: wet en genade, of zoals Paulus zeggen kan: wet en belofte (Galaten) of zoals staat in het gelezen epistelgedeelte: de wet van de Geest en de wet van zonde en dood, of: onze eigen natuur en Geest, wet en Geest, met en zonder Christus; het zijn allemaal wisselwoorden voor hetzelfde: hiervandaan en daarnaartoe. Maar wij hebben er geen greep op: je kunt niet zeggen: eerst de Wet dan het Evangelie en daarbij de illusie hebben dat je wel weet wat dat is en hoe dat gaat.

Nee, wet en evangelie definiëren elkaar: aan het één ontdek je wat het andere is.

En daarmee raken we ook een heel gevoelig punt: je kunt Wet en Evangelie ook in het Woord van God, de bijbel niet aanwijzen. Alsof om een bekende misvatting te noemen het Eerste Testament 'Wet' zou zijn en het Tweede Testament 'Evangelie'. Of alsof alle woorden alle woorden met een ge- of verbodskarakter 'wet' zouden zijn en alle toezeggingen, beloftes, zaligverklaringen enz. uiteraard 'evangelie' zouden zijn. Nee, het hangt helemaal ervan af in welke situatie wij ons bevinden, welke ervaring wij meebrengen als dat  Woord van God ons treft als wet of als evangelie. Dan kan het meest geweldige troostwoord ons raken als wet, terwijl een buitengewoon strikt voorschrift bij ons aankomt als evangelie. Complex hè?

Het komt er voor een gelovig mens dan ook op aan, dat je tussen die twee onderscheid weet te maken, zodat je weet waar je uit weg wordt geroepen en waar God je hebben wil. Luther noemde het onderscheid kunnen maken tussen wet en evangelie niet voor niets de hoogste kunst in de christenheid. Want de makke van al onze godsdienstigheid is dat die twee steeds door elkaar wordt gehusseld, dat van de wet een evangelie wordt gemaakt en van het evangelie een wet. En daarmee gaat het mis, of je nou protestant of katholiek bent, of nou christelijk of joods bent, dan gaat het mis, dan kom je aan het Evangelie nooit toe. Dat is niet omdat de wet niet zou sporen of er aan het gebod iets zou mankeren, maar omdat er iets fout zit met ons.

Wij zijn met de goddelijke regels die ons leven en samenleven willen vermenselijken niet vertrouwd, omdat we er direct een soort dealtje van maken.  Als we dit en dat doen, dan hebben we toch wel iets gepresteerd voor God, waar - zeg maar – in een toekomstig leven ook wel iets tegenover mag staan. Met die benadering komt ook direct het superioriteitsgevoel binnen, omdat wij het dan toch maar mooi wat beter hebben gedaan dan die anderen. U zou het nieuws eens moeten volgen, maar ook serieus bij uzelf te rade moeten gaan, om te zien hoe diep dat dan zit, dat moralisme en legalisme. Maar tegelijk beseft u ook hoe krachteloos dat is als het erom gaat mensen van ons te maken die zich echt voor een ander inzetten en die gaan voor een samenleving waarin voor ieder zorg en aandacht is. Want het zit 'm natuurlijk helemaal niet in uitzonderlijke regels of rigide geboden, maar in simpele dingen als: heb je naaste lief als jezelf, of als je het nog wat primitiever wilt: 'wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet'! Dat zijn ongeschreven regels in je hart.

Dat soort morele grondregels hebben hun neerslag gevonden in de 10 geboden en andere inzettingen. Daar hoorden we Jezus net over spreken in Mattheus. Daarin legt de Heer feilloos bloot wat er fout zit bij ons en de wet. Een paar voorbeeldjes: 'van andermans leven moet je afblijven', maar je hoort ons gemarchandeer al: 'daar zullen toch wel uitzonderingen op zijn?' Of: 'wees trouw aan de liefdesverbintenissen die je bent  aangegaan', daar dingen we dan direct op af: 'wij zijn ook maar mensen van vlees en bloed'.

D'r wordt wel gezegd dat Jezus hier de wet radicaliseert. Dat is ook zo, het hele stuk eindigt ook veelzeggend met: 'wees dan volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is'. Maar dat is niet om de puntjes nog eens op de i te zetten, om duidelijk te maken welke tittels of jota's (de kleine lettertjes) er wel niet aan die regels vast zitten, of om te laten zien wat er allemaal wel niet bij die ge- en verboden komt kijken, maar daarom dat je zult weten dat je om de wet echt  en con amore te doen een nieuwe mentaliteit, een nieuw hart, een nieuwe mens, een nieuwe schepping nodig hebt. En hier haken de moralisten, de legalisten, de farizeeën en schriftgeleerden die wij van huis uit zijn, van alle tijden en alle soorten, van welke religieuze of morele komaf ook, hier haken ze af. Want hoe kom je daar dan aan? Die nieuwe mens die God hartelijk liefheeft en vreugde schept in zijn wil en weg?

Paulus reikt ons in de epistellezing van vanmorgen (Rom 8) reikt ons een antwoord aan. De 'wet van de Geest' neemt de plaats in van de 'wet van zonde en dood'. De laatste is de wet die ons juist niet daar brengt waar we wezen moeten, maar die ons op de plaats houdt en ons afhoudt van onze bestemming, van de ontplooiing van onszelf, zoals bloemen en planten die naar het licht moeten groeien, dood gaan als je ze in het donker zet. Om te komen waar we wezen moeten, moeten we het hebben van de Geest, van het licht.

De Geest die in ons woont, die doet het. Hoe geweldig dat is dat staat in het lied, dat verderop in Rom. 8 wordt gezongen, over de Geest die ons duidelijk maakt dat als God voor ons is, niemand tegen ons kan zijn, ook wijzelf niet, en dat niets ons kan scheiden van de liefde waarmee God ons bij het leven houdt. U moet het nog maar eens een keer lezen.

De Geest, jawel, maar dat is ook Christus, en kijk dan eens hoe dicht het allemaal bij elkaar zit: de Geest, Christus en de Vader die hem uit de dood heeft opgewekt. Dan kun je ook weer snappen waarom de kerk niet meer anders over God heeft willen spreken dan als de Drie-enige.

Betekent dat dan nu, dat alles aankomt  op de Geest, Christus die bezit van ons neemt en nieuwe schepselen van ons maakt? Inderdaad, dat betekent het. Maar betekent dat ook dat er dan niks gebeurt en we gewoon met een evangelische glimlach ontspannen achterover kunnen leunen als mensen die ze niks meer maken? Alsof dat een nieuwe schepping zou zijn!

Nee hoor, waar Christus en de Geest bij ons inwonen, daar gaan ogen open zodat we kunnen zien wat er met anderen aan de hand is; daar gaan harten open, zodat we ons raken kan waar die anderen tegenop lopen; daar gaan handen open om er wat aan te doen. Ik zal het u nog sterker vertellen: waar Christus in ons woont blijft geen tittel of jota van de wet onvervuld.

Zeker dat leven in de Geest, in Christus dat hier in de picture komt, is een uitgesproken nieuw-testamentische, christelijke boodschap, maar die ligt helemaal in het verlengde van wat het Eerste Testament zegt. Het Tweede Testament is dan dus ook geen Oude Testament light of zoiets, maar het doortrekken van lijnen die in de geschiedenis met Israël zijn uitgezet en de voltooiing van de sporen die Gods Woord er heeft getrokken. Ik doe maar een greep: 'Schep in mij een rein hart, dat leeft in het licht', zoals de Psalm roept of: 'Ik zal hun een hart geven waarmee ze mij kennen', zoals de profeet zegt.

We geloven toch immers niet dat Christus pas in het Nieuwe Testament is gaan spreken. Hij was toch al vanaf het begin van de schepping betrokken bij wat God ermee op het oog heeft. Hij is het toch die het woord neemt in de Geschriften, de boeken van de Profeten en de Wijsheid. Daarom heeft de ontmoeting van de kerk zich naar Christus noemt met Israël en met het Jodendom - ook wanneer het confronterend wordt  als die ene Naam in het geding komt - altijd het karakter van een gesprek. In die zin is de positie van de christelijke kerk ten opzichte van Kerk en Israël wezenlijk anders dan die ten opzichte van andere godsdiensten.

Wet is waar we vandaan worden gehaald en Evangelie is waar we naartoe worden gebracht. Dat is de geheimzinnige dynamiek van de weg die het Woord van God met ons gaat. En dan gaat het niet om bijzaken, om religieuze slagroom op de koffie van het gewone leven, maar om het leven zelf. Wat zeg ik: leven en dood, niet als: ademen of niet meer, maar om kwaliteit van leven: vrede, recht, met God mee en er niet tegenin, volmaakt, niet als passabel, het kan er mee door, maar gekend en aanvaard. Dat is door God gerealiseerd door zijn Zoon te zenden. Een nieuwe schepping: u hoeft dat niet te worden, u mag dat al zijn als Christus in u aanwezig is. Dat is Evangelie.

Is dat ook niet wat wij vieren in het avondmaal? Dat Christus tegenwoordig wil zijn in die kleine dingen van ons bestaan als brood om te eten en wijn om te drinken?

Nou zegt u misschien: dat mag misschien zo wezen, maar dat kan ik eigenlijk niet geloven. Dat begrijp ik maar al te goed, want zo staan we er eigenlijk allemaal in. Maar dan heb ik goed nieuws voor ons: dat geloof krijgt u bij deze boodschap gratis erbij. Daar hoeft u niks extra's voor te doen; het is allemaal inbegrepen in de prijs die God voor dat nieuwe mens-zijn van ons betalen wil.

Amen