RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Er is geen mens zo slecht, dat hij ook niet een beetje goedheid bezit." - Maarten Luther


De preek van zondag 28 oktober 2012

E-mailadres Afdrukken

Met het evangelieverhaal over Bar Timeüs hebben we het volstrekte tegendeel van het verhaal van vorige week in handen. Vorige week ging het immers nog om die twee zonen van Zebedeüs. Op Jezus vraag: "Wat willen jullie dan dat ik voor je doe?" antwoorden zij met een vraag naar een ereplaats aan weerszijden van Jezus, als die in zijn glorie zou heersen. Ze dringen zich naar voren en verwarren de toekomstige grootheid van de messias met vorstelijke grandeur, waarvan zij hoe dan ook willen meeprofiteren. Maar hun wordt te verstaan gegeven wat de weg van Mensenzoon wérkelijk inhoudt: dezelfde bittere kelk drinken die Jezus drinkt, tenondergaan in dezelfde doop als hij en anderen díenen, zonder zelf gediend te wórden.             "..Wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn.", zegt Jezus.       Het Koninkrijk van God is niet van deze wereld.

Hoe anders gaat het er vandaag aan toe. Vandaag zit daar die blinde bedelaar langs de kant van de weg. Hij zit daar min of meer op het laagste punt van de weg die naar Jeruzalem voert. Jericho ligt namelijk meer dan 200 meter onder de zeespiegel en Jeruzalem ligt op 700 meter erboven. Voordat Jezus zal opklimmen naar de tempelstad waar hij Pasen zal vieren en waar hij bereid zal zijn zijn leven als losprijs voor velen te geven, zoals Marcus zegt, voordat dat gebeurt is hij hier, in Jericho, vlakbij de Dode Zee. Veel dieper kun je niet gaan en vanaf hier kun je eigenlijk alleen nog maar omhoog. En op dat dieptepunt klinkt bij zijn voorbijgaan een roep om ontferming: "Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!"

Eerst leggen de mensen hem het zwijgen op, maar als Jezus zelf zegt, dat ze hem moeten roepen, brengen ze de blinde man bij hem. En daarbij zeggen ze iets prachtigs: "Houd moed, sta op, hij roept u." In die zin ligt eigenlijk de afloop al besloten. "Sta op", dat gaat over opstanding. Hier gaat wat gebeuren, denk je dan.

En wat er gebeurt, begint mert een vraag. Dezelfde vraag als die Jezus aan Jakobus en Johannes,de zonen van Zebedeüs stelde. "Wat wilt u dat ik voor u doe?"

En natuurlijk vraagt hij om te kunnen zien. Vanuit zijn duisternis vraagt hij om licht in zijn ogen. Levenslicht, weg uit dat duistere bedelaarsbestaan waartoe hij door zijn blindheid veroordeeld is. Hij wil zien. Hij wil zijn ogen kunnen opslaan naar waar het licht vandaan komt: de hemel zelf. Hij wil ópzien naar de man die hij 'Zoon van David' noemt. Net als die twee leerlingen vermoedt hij waar het met Jezus heen gaat, in Jeruzalem: naar zijn verhoging, naar zijn glorie. Maar er is bij hem geen enkele bijbedoeling, niks manipulatiefs. Hij wil zien, natuurlijk, hij is blind. Maar hij wil voro alles kunnen ópzien naar Jezus zoals de psalmen spreken over het zien van Gods heil. Met dat hij vraagt naar 'kunnen zien', vraagt hij ernaar deel te kunnen uitmaken van wat er vanuit Jezus gebeurt, van een wereld die nieuw wordt, die verandert naar Gods wil. Hij wil dienen. Hij wil volgen op de weg die Jezus gaat. Hier staat een  nieuwe leerling, die met al zijn blindheid meteen ziet waarvoor anderen blind blijven: de weg die omhoog leidt uit de diepte, de weg naar een Rijk van gerechtigheid. Bar Timeüs vraagt om de ogen van het geloof, die onderscheiden waar het op aankomt. Hij krijgt ze, door het woord van Jezus.

"En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg."

Bar Timeüs was een blindeman in diepte. Maar ook in ons, in heel deze wereld is zoveel blindheid. Het ontneemt ons het zicht op wat werkelijk nodig is, op datgene waarop het werkelijk  aankomt. Uit onszelf snappen wij niet wat er nodig is, om de wereld in het juiste licht te zien, in de juiste verhoudingen, waarin mensen werkelijk tot hun recht komen. Daarvoor hebben wij de ogen van het geloof nodig, die alleen God ons geven kan.

"Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien", vroeg Bar Timeüs

Laat dat ook ons gebed zijn als wij Christus' stem in ons horen die vraagt: "Wat wil je dat ik voor je doe". God wil ook ons laten zien waarop het aankomt, zodat wij, net als Bar Timeüs volgen op de weg van de Mensenzoon. Daarom wil hij ons met het Woord dat hij spreekt ook het geloof geven. Opdat Zijn wereld voor ons open gaat.