RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Hier sta ik. Ik kan niet anders. God help me. Amen." - Maarten Luther


De preek van zondag 13 januari

E-mailadres Afdrukken

Preek doop van de Heer, Matteüs 3 

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

Jezus is tot in het moment van zijn doop onopvallend, anoniem, zou je kunnen zeggen. Hij treedt naar voren en wordt ondergedompeld in het water van de Jordaan. Net als de anderen. Ook hij wil delen in dit teken van vernieuwing, dat onder de handen van de profeet Johannes gebeurt. Net als velen van zijn volk verlangt hij naar heelheid van het leven.

Zo gaat hij niet alleen kopje onder in het water, hij wordt ook ondergedompeld in de massa mensen die hem omringt. Dat is belangrijk, want Mattheüs wil met het bericht van Jezus' doop zeggen dat het hier gaat om één die is als wij. De messias, die gekomen is, Zoon van de Allerhoogste, is écht mens. Geen onkwetsbare halfgod, geen supermens, maar een mens die meemaakt wat wij allen in het leven doormaken. Hij kent het leven met zijn hoge verwachtingen en zijn diepe teleurstellingen.

Jezus wordt gedoopt in het water van de Jordaan zoals hij wordt ondergedompeld in het leven. En water kan mensen niet alleen maar schoonwassen, mensen kunnen er ook in ondergaan, ze kunnen erin verdrinken. Zo staat water niet symbool alleen voor de vruchtbaarheid en het leven, maar ook voor de dood.

Tot zover vergaat het Jezus zoals al die mensen daar aan de Jordaan, die op Johannes afkomen, om gedoopt te worden.

Maar dan blijkt, dat er met hem méér aan de hand is: zijn doop is ook ánders dan die van de anderen, zo laat Mattheüs ons zien.

"Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de geest van God als een duif op hem neerdaalde."

Bij Jezus'doop opent zich de hemel. God laat zich zien en horen: er daalt een duif neer en er klinkt een stem. Gods geest. Gods stem.

De duif doet denken aan de duif die door Noach werd losgelaten om een teken van hoop op nieuwe leefbaarheid op de aarde. Deze duif kwam terug met een vers olijfblad in zijn bek. Zo herinnert Mattheüs ons met het verhaal van Jezus' doop in één adem aan de zondvloed én aan de redding van Noach en de zijnen. Zo zegt de evangelist iets over de redding die nabij is in Jezus: hij is de eersteling van een nieuwe aarde. Hij is de drager van nieuwe hoop voor de wereld. Zo zal hij één van geest zijn met God.

En Mattheüs laat Gods stem uit de hemel horen, opdat wij weten dat deze man de man naar Gods hart is: "Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde".

Gods Geest en Gods woord. Dat klinkt naar 'in het begin', het begin van Genesis. Hier wordt een nieuw scheppingsverhaal geschreven: de Geest van God gaat over het water waarin Jezus gedoopt wordt en de nieuwe mens wordt Zoon, geliefde genoemd. Zo is het goed, zeer goed.

Daarom lezen wij van oudsher over de doop van Jezus in de tijd van Epifanie. De doop van Jezus in de Jordaan is een van de momenten van openbaring van de ware aard van Christus, naast het bezoek van de wijzen uit het Oosten en de bruiloft te Kana. Al die epifanie-momenten laten iets zien van hoe God in Christus menselijk nabij is. Net als met het kerstfeest.

Maar dit verhaal van Epifanie, is ook een páásverhaal. Hij staat op vanuit het water, waarin hij ten onder ging. In zijn doop zien wij dat de weg die Jezus zal gaan een weg is door de diepte van het leven heen. Hij zal hem gaan, ten dode toe, mateloos trouw aan Gods liefde voor de mensen, grenzeloos solidair met de ellendigen en met de zondaars.

Jezus is als Gods geliefde, de eersteling. Maar die liefde houdt hij niet voor zichzelf. Zijn naam betekent: "God redt". Na zijn doop vangt zijn werk aan: de prediking in woord en daad van het koningschap van God. Die prediking drukt ons op het hart dat, ondanks alles, Gód de wereld draagt en zal redden. Niet de machten van de chaos, zoals de vernietigende krachten van aarde en water en ook niet de macht van de sterksten onder de mensen. Die boodschap heeft hij met zijn leven en sterven uitgelegd en God heeft die bekrachtigd.

Nu zijn er vandaag twee kinderen gedoopt. David en Annette.

Met hun doop, zetten wij hen op de weg van Christus, de weg van de navolging.

Dat klinkt heel zwaar voor twee van die hummeltjes. Zij zijn zich hun doop nog helemaal niet bewust. Het is de keuze van de ouders.

Toch is de doop ons gegeven als een begin van navolging, om de weg van Christus te gaan. Want al is de doop een eenmalig en onherhaalbaar moment in ons leven, toch is het een moment waarop iets wezenlijks, aan ons geschiedt, iets beslissends. Iets waaruit wij kunnen leven, een basis waarop wij kunnen terugvallen en waardoor wij steeds opnieuw kunnen beginnen. De doop geeft ons voor eens en altijd mee, dat ons leven in het teken van vergeving en nieuw begin mag staan en dat wij niet worden vastgepind op onze fouten of onze successen. Dat mag een troost zijn, bij alles wat wij in de wereld al meemaken en wat de dopelingen in hun leven nog zullen meemaken aan keiharde eisen of doodvermoeiende hyperigheid.  

Jezus' onderdompeling in de Jordaan is bij ons geworden tot drie handenvol water. Toch zegt ons het geloof: alles wordt anders, lét maar op. Je bent op een weg gezet die voert door iets dat al begonnen is en waarop je tegelijkertijd uitkijkt naar wat nog in het verschiet ligt: het koninkrijk van God. Een weg dus van hoop en perspectief. Een weg van vertrouwen, tegen alle wantrouwen en wanhoop in. Zelfs, als alles tegen zit. Je wordt maar één keer gedoopt, dat is waar. Maar je mag er je levenlang mee onderweg zijn. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.