RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God is dan het dichtst nabij als Hij het verste weg schijnt te zijn." - Maarten Luther


De preek van zondag 17 februari, Invocavit

E-mailadres Afdrukken

Preek zondag 17 februari 2013, Invocavit

Deze eerste zondag van de veertigdagentijd bepaalt ons erbij, dat de

voorbereidingstijd voor Pasen vanouds een periode van vasten is. Weinig en sober

eten, geen vlees en geen snoep en alleen op zondag een glas wijn en een maaltijd

met vlees. Protestanten hebben er nooit zo veel mee opgehad, maar rooms-

katholieken zeer zeker wel. Het hele carnavalsfeest is zo uitbundig en overvloedig,

omdat het vanaf aswoensdag eigenlijk  gevolgd hoort te worden door een periode

van vasten. Niet dat veel carnavalsvierders dit nog praktiseren, als ze het al weten.

Carnaval willen we nog wel vieren, maar vasten, daarover is niet iedereen zo

enthousiast meer. Het is elk geval in Nederland niet meer wat het eens was: de

bezinning die ondersteund werd door een lijfelijk ervaren concentratie op het

lijden van Jezus en daarmee op de verwachting van zijn opstanding. Eens werd dat

gezamenlijk gedaan en uitgehouden en daardoor had het een betekenis die iedereen

snapte. Je stond zo als het ware allen samen met Jezus in de woestijn om het

veertig dagen en nachten uit te houden temidden van beproevingen. Met de

kerkverlating en secularisatie is ook het enthousiasme voor het vasten afgenomen en

weggeëbd uit de samenleving. Alleen enkelingen doen het nog en soms op zelf

gekozen,  vaak creatieve manieren. Zichtbaar werk van het vasten maken alleen de

moslims nog, in de maand ramadan.

Toch is ook voor ons de veertigdagentijd een bezinningstijd op de vragen van

Het geloof gebleven. Daarmee zit er vaak toch iets meditatiefs in die weken voor

Pasen, of wij nu vasten of niet. Zeker in de goede week, waarin alles zich samenbalt.

Maar bij Jezus gaat het toch om heel wat anders dan een bezinningstijd. Hij wordt door de Geest naar de woestijn meegevoerd om door de duivel op de proef te worden gesteld. En die duivel komt op het moment dat hij zich het zwakst voelt, door de honger uitgeput, na veertig dagen en nachten.

De duivel stelt Jezus op de proef, maar God zelf stuurt hem de leegte in. God zelf stelt hem bloot aan de verzoekingen. De duivel wil wil hem bij zijn opdracht wegtrekken. Zodra hij komt, raast er een soort zandstorm door de woestijn over Jezus heen. De duivel zet hij alle verleidingsmiddelen in, waar een mens ook zonder honger en uitputting voor zou kunnen zwichten: veilig gestelde eerste levensbehoeften, overmoed ten opzichte van God en zucht naar macht en aanzien. Halles is binnen zijn handbereik, als hij maar overstapt van Gods Rijk en Zijn wil, naar die van zijn tegenstrever, de duivel.

Maar elk van die verzoekingen kan Jezus weerstaan, vanuit de kracht van Gods Woord:  Er staat geschreven: "de mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God", en, - als ook de duivel er een schriftcitaat tegenaan gooit over engelen die hem vast wel komen redden: "er staat ook geschreven:stel de Heer, uw God niet op de proef" en ten slotte: "Aanbid de Heer uw God, vereer alleen hem."

Jezus moet moet zich verscheurd hebben gevoeld: wat wil God van me? Waarom ben ik Gods zoon? Wat wordt mijn weg? En waar ís God, eigenlijk in mijn leven? Wat wil hij van me? En kan ik dat eigenlijk? Wíl ik dit wel?

Maar Jezus' eigen wil staat hier niet voorop. Hij zal Góds wil volbrengen. Hij wordt door de Geest gedreven. Zijn woestijntijd is zijn hele weg in veertig dagen samengebald: vechten met de tegenstrijdige gevoelens, met de eigen al te menselijke gedachten die hem zouden kunnen afhouden van zijn roeping om de weg van de liefde voor alle mensen te gaan. Hij die demonen zal uitdrijven, moet vechten tegen de grootste demon die er is: satan, de duivel zelf. Want die wil hem in bezit nemen. Satan eist de ruimte op, die God voor Zich heeft gemaakt in deze man uit Nazareth. Hij wil hem afhouden van zijn weg door de diepte.

Jezus weerstaat dat, door vast te houden aan Gods Woord. Zo wordt hij een van wil met God. En God is, ondanks alle beproeving, bij hem. 'en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen'.

Hij weet: God is toch bij mij, strijdt aan mijn zijde tegen alle kwaad, tegen de verlokking van het kwaad. Zelfs na deze uitputtingsslag, kan hij gesterkt verder.

Hoe is dat voor ons? Ik zei zoëven dat ons vasten, als we dat al doen, van heel andere aard is, een vorm van bezinning, niet zozeer van beproeving. Maar dan toch is er ook in ons leven veel, wat wij als beproeving kunnen ervaren, in ieder geval een beproeving van ons geloof, ons vertrouwen in God. Niet dat ik nu geloof dat dat van de duivel komt, maar als je het een beetje somber zou willen verwoorden, zou je kunnen zeggen dat heel ons leven in christelijke zin iets van zo'n beproeving in de woestijn heeft, omdat er zo weinig nog vast ligt, ook in ons christelijk leven. Heel ons geloof moet zich verhouden met de vraag: wat geloof ik eigenlijk en geloof ik eigenlijk wel, is er een God en wat wil God van mij? Wat mag ik van Hem verwachten? En we moeten ermee leven, dat op die vragen de antwoorden lang niet altijd zo duidelijk zijn. We moeten het ermee uithouden.

De vanzelfsprekendheden zijn weg, je kunt niet zomaar terugvallen op het besef: 'ik geloof samen met alle anderen'. Ja, dat kan gelukkig wel in de kerk, in een gemeente als de onze, maar daarbuiten is het anders en lijkt er weinig herbergzaamheid voor het geloof. Het geloof kan op zo'n manier gemakkelijk iets worden, dat zich terugtrekt achter de voordeur. Dan trekken we ons terug tussen onze vier muren, in de kerk of thuis en wordt dan vooral een veilige haven. Dat mag het óók zijn, maar niet alleen maar. Het kan niet zo zijn dat de kerk zich als een heilige rest beschouwt, die het al heel wat vindt dat zij volhoudt waar zoveel anderen het hebben opgegeven of  onverschillig staan ten opzichte van het geloof. We zijn geen heilige rest, hoe klein we ook zijn of nog worden, we zijn kerk, we zijn door God geroepen om er te zijn voor mensen, of ze nu bij ons horen of niet. Om er te zijn, heb je die veilige haven nodig, om je te bezinnen, om op krachten te komen, maar uiteindelijk gaat het in de kerk nooit alleen om wie binnen zijn. We worden naar buiten geroepen, om er voor anderen te zijn, om Christus na te volgen in ons leven met onze naasten.

Hóe we dat moeten doen, dat is natuurlijk het moeilijke. Daar heb ik ook geen pasklaar antwoord op. Bij Jesaja hoorden we echter over de richting die God ons wijst, als het gaat om leven vanuit je geloof in woord en daad. Niet vasten om er Gods aandacht mee te trekken, of wat we ook maar doen met dat doel en ons dan, als wij het gevoel hebben, dat God niet kijkt of luistert met een zuur gezicht  afwenden, maar meewerken aan het helen en bevrijden van mensen die vastzitten of gebukt gaan, mensen die honger hebben simpelweg te eten geven en delen met mensen die gebrek lijden, mensen niet met een vinger nawijzen of over hen kwaadspreken. Vasten, is eerst en vooral je richten op Gods wil en op het doen van Gods wil: recht en gerechtigheid doen aan mensen.  Als je dat doet, zegt God door Jesaja:

"Dan roep je en geeft de Ene antwoord, huil je om hulp en zegt hij: hier ben ik!"

Makkelijk is het niet, recht en gerechtigheid doen. Het staat onder druk van tal van beproevingen, waarvan de grootste nog wel is, dat we gehecht zijn aan wat wij zelf hebben, aan onze eigen geborgenheid  in materieel opzicht. En in deze tijd merken steeds meer mensen, ook in onze kerk, ook onder u, hoe minder zeker allerlei vastigheden zijn komen te staan. Dat valt niet te onderschatten. Het vraagt van ons als gemeente in de eerste plaats dat wij naar elkaar omzien. Dat we elkaars nood willen horen en niet afdoen als iets lastigs waar wij niets mee kunnen of dat in de eerste plaats het probleem van een ander is. Het vraagt van ons, dat we elkaar ook in materieel opzicht steunen, als broeders en zusters wier nood ook het probleem van de ander is. In dat opzicht beveel ik u van harte aan, dat u de diaconie ook een extra financiële bijdrage geeft voor de ondersteuning van gemeenteleden die in zwaar weer zijn gekomen, naast de wekelijkse collecte, zoals vandaag voor het Augustana ziekenhuis in Jeruzalem.  En wie concreet aan de slag wil, is van harte uitgenodigd om zich op te geven bij de Stichting Present. Het opgavebord hangt in de zaal, rechts naast de Lutherroos. En er zijn zoveel meer mogelijkheden, die u vast ook kent.

Laat onze liefde voor God vooral onze naasten ten goede komen. Zalig hoeven we daar niet door te worden, de zaligheid wordt ons al gegeven door God zelf, uit zijn liefde en genade voor ons allen. Maar laten wij, in deze veertigdagentijd en heel ons leven, God eren en dienen op de manier die hij wil: door vast op zijn liefde te vertrouwen, hem aan te roepen in onze nood en door vanuit de overloed van het geloof dat God ons schenkt, onze medemensen te dienen.