RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Zelfs als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik toch mijn appelboom planten." - Maarten Luther


De preek van zondag 10 maart 2013 "Laetare"

E-mailadres Afdrukken

Het evangelieverhaal van vandaag is zo vol van betekenissen, dat ik er vandaag maar een wil uitlichten. Maar het is niet het minste.

Het draait voor mij vandaag om dat jongetje, met z'n vijf gerstebroden en twee vissen.

Hij lijkt misschien maar een soort aangever, de persoon die nodig is om het verhaal op gang te brengen, maar hij is meer dan dat. Veel meer. Het jongetje is uiteindelijk de persoon, in wiens schoenen wij staan. En dat bedoel, dat zeg ik maar alvast, op een hoopvolle wijze.

Het begint bij Jezus' wil om de mensen te eten te geven.

Hij heeft hen geestelijk gevoed, Maar hij denkt ook aan hun lichamelijk welbevinden. De mens is immers ziel én lichaam.

Dan vraagt Jezus aan Filippus, een beetje als een vraag waarop hij geen serieus antwoord verwacht: "Waar kunnen we brood kopen om deze mensen te eten te geven?"

Johannes zegt erbij: "Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen, want zelf wist hij al wat hij zou gaan doen."

Een strikvraag dus? Een beetje wel. Want het antwoord dat Filippus geeft, had Jezus natuurlijk wel verwacht: "Zelf tweeduizend denarie zou niet voldoende zijn om iedereen een klein stukje brood te geven." Er zijn gewoon teveel mensen. Het is een zakelijk antwoord van een rekenmeester. Vergeet het maar, het kan niet. Je hoeft er niet eens over beginnen na te denken.

Dan komt Andreas. Die lijkt wat meer te twijfelen, maar zegt uiteindelijk hetzelfde als Filippus: het kan niet. "Er is hier wel een jongen met vijf gerstebroden en twee vissen - maar wat hebben we daaraan voor zoveel mensen?"

Jezus, er is geen beginnen aan, lijken zijn leerlingen te zeggen. Het zijn er teveel, je kunt niet iedereen helpen. Niet door ze te eten te geven, niet door ze te genezen.

En sec beschouwd hebben ze waarschijnlijk gelijk. Je kunt nu eenmaal niet alle leed van de wereld wegnemen, al zou je willen. Dat kan zelfs Jezus niet. Er is teveel verdriet, teveel ellende in de wereld. Er iets aan willen doen lijkt onbegonnen werk.

Koop je van een dakloze een krant, dan kan hij weer even voort. Maar er zijn nog zoveel anderen.

Ontwikkelingshulp is een druppel op een gloeiende plaat. Je kan een mooi project in Afrika, in Azië of het Midden-Oosten steunen, maar dan blijven er nog ontzettend veel andere vluchtelingen in uitzichtloze omstandigheden over...

Het is de redenering van: het komt nooit goed, want er is gewoon teveel ellende in de wereld. Als je alleen naar de cijfers kijkt, dan is dat misschien ook wel zo. Filippus en ook Andreas lijken het reële gelijk aan hun kant te hebben. Het gelijk van de rekenmeesters. Als het aan hen ligt gaat dat joch maar gewoon thuis zijn brood met vis eten. Misschien heeft zijn familie er nog wat aan. Maar Jezus leert ons te kijken met de ogen van het geloof. Hij leert ons te kijken naar wat er wél mogelijk is. Wat wij voor onmogelijk houden, is mogelijk bij God.

Hij ziet in dat kleine beetje eten van dat jongetje voedsel voor velen, het begin van een omwenteling. Hij neem er genoegen mee. Hij neemt dankbaar aan wat het jongetje te bieden heeft.

"Jezus nam de broden, sprak het dankgebed uit en verdeelde het brood onder de mensen die er zaten. Hij gaf hen ook vis, zoveel als ze wilden."

Hij deelt en deelt. En nog blijft er over. En ook dat mag niet verloren gaan. Er moeten nog meer mensen gespijzigd worden.

Wat bij Jezus wordt gebracht, wordt vermenigvuldigd, wordt meer. In Zijn handen wordt ons schamele beetje een heleboel.

Jezus leert ons te kijken naar wat wij zelf hebben, naar onze eigen rijkdom of armoe met de ogen van het geloof. En dan zien we dat het er niet om gaat hoeveel je bij Hem brengt. Wat wij als rijkdom beschouwen, ons geld en goed, alles wat we bereikt hebben, hoeft geen rijkdom te zijn.

Als het wordt aangeboden vanuit de houding: hier kan ik mee aankomen, het is meer dan anderen geven, dan is het misschien juist te weinig.

Als we bij hem komen, met het besef dat we eigenlijk niets te bieden hebben en dat niets van wat we in ons hebben of willen geven ook maar iets voorstelt, dan zinkt de moed ons in de schoenen. Het is niet goed of het deugt niet. Dat klinkt vroom, maar dan op de depressieve manier: ik stel helemaal niets voor. We lijken zelf te verdwijnen achter min of meer vrome schuldgevoelens. Zo komen we helemaal nergens toe, we beginnen er maar niet eens meer aan.

Maar hier gaat het anders. Met wat dat jongetje heeft, dat weinige, wil God het doen.

Omdat het niet gaat om de hoeveelheid die we aanbieden, maar om het géven van wat we te bieden hebben. Het gaat erom dát we het bij hem brengen. Het gaat om het geloof, dat het bij Christus in goede handen is en dat het via hem zijn bestemming vindt.

Zo staan wij allen in de schoenen van dat jongetje, dat zijn vijf broden en twee vissen afstaat. Net als hij hebben wij iets in handen, dat gedeeld kan worden. Het is onze opdracht als gemeente, ook als Evangelisch-Lutherse Gemeente hier in Zwolle, samen met de andere kerken in onze stad, dat we zoeken naar een manier om verder te delen vanuit wat wij aangereikt krijgen vanuit het evangelie, aan geloof, aan manna voor elke dag. Ons geloof kan niet beperkt blijven tot een persoonlijk beleefde overtuiging. Het kan niet anders dan naar buiten gaan, dienstbaar aan de samenleving, getuigend van het nieuwe begin dat gemaakt is in Jezus Christus . De vorm waarop dat gebeurt, verschilt natuurlijk, zeker in een pluriforme gemeente als de onze.  Maar het moet naar buiten, de stad in, de wereld in en ieder van ons is daarbij welkom.

We kunnen erop vertrouwen dat God wil gebruiken en vermeerderen wat we zelf gekregen hebben, onze talenten, onze creativiteit, onze vrolijkheid, onze wil om mee te helpen, onze goede bedoelingen. Hij laat het dienen voor de opbouw van het Koninkrijk. Hoe weinig het ook is - en gemeten aan wat de wereld nodig heeft, aan de grootte van alle ellende, ís het ook weinig. Maar God is geen rekenmeester. Wat we in geloof bij Christus brengen, wordt veelvoudig vermenigvuldigd, opdat ervan uitgedeeld wordt.