RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"

Ons leven is een leven midden in de dood. En toch blijft ook midden in de dood de hoop op het leven aanwezig.

" - Maarten Luther


De preek van Palmzondag 24 maart 2013

E-mailadres Afdrukken

 Preek 24 maart 2013

Marcus geeft een uiterst sobere beschrijving van Jezus' intocht in Jeruzalem.

Nadat eenmaal het veulen is gevonden en meegenomen, ontrolt alles zich als in een enkel beeld, een schilderij, een scene van een film. Je ziet het plaatje voor je: Jezus komt Jeruzalem binnen, de hoofdstad, de hofstad, de stad van het heiligdom, de tempel. Dit is zijn opgang naar Jeruzalem. Een blijde intocht, met een ongeëvenaarde zeggingskracht.

Een man op een ezel, de reactie van zijn leerlingen, die hun mantels over het veulen leggen, als een zadel en de omstanders die hun mantels op de grond gooien en hem met takken toewuiven, zodat Jezus op een tapijt zijn weg kan vervolgen en als koning wordt begroet als een uit het huis van David, de dynastie van de messias.

Die ene gestalte op dat ezelsveulen maakt dat allemaal los.

We moeten hier niet te snel willen gaan. Wij denken, vanuit wat volgt, misschien wat argwanend: 'ja, ja, het is heden hosanna, morgen kruisigt hem...'.

Maar als we de reactie op waarde willen schatten en willen peilen wat er gebeurt., dan moeten we kijken naar wat die gebaren betekenen.

De leerlingen zijn hier eensgezind. Ze trekken alle hun bovenkleed uit en leggen het neer op de rug van het lastdier. Ook zij die kort daarvoor nog hadden geruzied over wie links en wie rechts van Jezus zouden moeten zitten in zijn koninkrijk. Het is een gebaar van dienstbaarheid. Dat bovenkleed is als het ware hun opperhuid, hun pantser, het verlengstuk van wie ze zelf zijn. Daaronder zijn ze halfnaakt en eender als alle anderen. Ze zeggen ermee: wij bieden u onszelf aan. Laat uw wil geschieden. Wij gaan met u mee op de weg die u nu gaat.

De mensen aan de kant van de weg volgen dat voorbeeld en met die palmtakken, die ze van de bomen afhalen, benadrukken ze zijn komst als die van een bevrijder.

Zij zien hier het visioen van Zacharja waar worden:

9 Juich, Sion,

Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!

Je koning is in aantocht,

bekleed met gerechtigheid en zege.

Nederig komt hij aanrijden op een ezel,

op een hengstveulen, het jong van een ezelin.

10 Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen

en de paarden uit Jeruzalem;

de bogen worden gebroken.

Hij zal vrede stichten tussen de volken.

Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,

van de Rivier tot de einden der aarde.

De leerlingen en de omstanders, zij beseffen dat hier iemand in hun midden is, die regelrecht uit dat vredesvisioen van de profeten hun wereld, hun leven komt binnenlopen. Ze geloven dat op de een of andere manier alles anders zal worden. Daarom is hun hulderoep niet: hoera, of halleluja, maar: 'hosanna'. Dat betekent zoiets als "Heer, kom ons te hulp".

Zo huldigen ze Jezus. Als een koning, maar dan een zachtmoedige. Als een ruiter, maar dan niet op een paard, maar een onbereden ezel. Hij komt de stad niet innemen, dat doe je niet op een ezel. Hij is gekomen om alles in ogenschouw te nemen en daarna weer terug te keren.

Had men zich zo voorgesteld dat de messias zou komen? Of had men gehoopt op een die alle machten en krachten de baas kon? Vast wel.

En is dat niet ook wat wij zouden willen? Als we eerlijk zijn, is dat wat wij van God en van zijn Christus hopen of misschien zelfs wel verwachten: een einde aan alle onderdrukking, een verlossing van oorlog, de komst van niets dan vrede. Eindelijk.

Als Jezus dat al te bieden heeft, hier en nu, dan is het in de kracht die van zijn weerloosheid uitgaat. Hij heeft zelf geen ander wapen in handen dan zijn totale overgave aan God en zijn wil. Niets dan zijn volledige geloofsvertrouwen waaruit blijkt dat hij weet wat Gods wil is. Waar anderen twijfelen of aarzelen, levert Jezus zich uit aan de mensen en zo uiteindelijk aan God.

Is dat een weg die wij als mensen kunnen navolgen?

Paulus zegt: 'Laat onder u die gezindheid heersen die was In Jezus Christus.'

Aan God gelijk, werd hij als een slaaf.

Dat klinkt ons te hoog gegrepen. Wij zijn Christus niet. Maar wij zijn wel christenen, dat wil zeggen: Christus-mensen. Wij dragen zijn naam, wij gaan op de weg waarop Hij ons voorgegaan is en nog voorgaat. Wij zijn Christus niet, maar zijn gezindheid mag ons vergezellen, als wij proberen te leven vanuit het geloof, dat de weg die hij ging niet tevergeefs was maar naar het leven leidt. Een weg, waarop egoïsme botst met denken aan de ander, een weg waarop korte termijndenken het aflegt tegen het verlangen naar een rijk van vrede en recht. Een weg waar door mensen bepaalde grenzen en normen stuklopen op Gods alles innemende ruimte en zijn allesdoorbrekende liefde.