RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Geef mij God, geld en goederen, zodat ik mijn naasten van dienst kan zijn." - Maarten Luther


De preek van Witte donderdag 28 maart 2013

E-mailadres Afdrukken

 Waar komt die met haar flesje nardusolie vrouw toch vandaan? Ze is er ineens. Ze komt de zaal binnen en verricht haar bijzondere, opvallende en, volgens sommige aanwezigen, buitensporige daad. Eerst zullen ze er stil van zijn gevallen. Maar  dan begint het gemor. "Waar is deze verkwisting goed voor? Die olie had immers voor meer dan driehonderd denarie verkocht kunnen worden en dat geld hadden we aan de armen kunnen geven. En ze voeren tegen haar uit."

Dat lijkt wel een logische reactie. Het is nogal wat om een bedrag waarvoor je driehonderd schapen kon kopen  in een keer over iemands hoofd uit te smeren. Daar hadden inderdaad heel wat armen mee geholpen kunnen worden. En  Jezus had dat toch ook steeds geleerd, dat je moest zorgen voor de armen, dat je aalmoezen moest geven en zelf solidair moest leven, ook in je eigen levenswijze. Hun afkeer van de verspilling is zo best te begrijpen. Dat zou zomaar de onze hebben kunnen zijn.

Maar Jezus ziet dat anders. Hij lijkt wel de enige die weet, wat die vrouw hier doet, met haar liefdewerk. En daarmee is er een bijzondere verbondeheid tussen deze vrouw en en Jezus, namelijk in het weten van wat komen gaat, waardoor deze daad in een bijzonder licht komt te staan. 

Jezus zegt:  "Wat ze kon, heeft ze gedaan, ze heeft mijn lichaam nu al met olie gebalsemd, met het oog op mijn begrafenis."

Het is dus geen verspilling, het is tot balseming bedoeld. Want daarvoor werd deze sterk geparfumeerde olie gebruikt, in deze grote hoeveelheid. Om als levende lekker te ruiken, waren een paar druppels wel genoeg. Maar de geur van de dood moet met grotere kracht worden tegengegaan.

Nardusolie heeft die kracht. En daarom is het misschien niet zo vergezocht, om hier nog verder te denken dan Jezus' dood, aan de opstanding. Deze vrouw zalft niet alleen het ten dode opgeschreven lichaam van de rabbi, maar verwijst zo ook naar zijn opstanding, door zijn aardse lichaam iets mee te geven dat heenwijst naar het eeuwige, naar een vernieuwd leven.  Door het gebaar van dat uitgieten, zalft ze Jezus tot wie hij volgens Marcus is: de messias, de koning uit Davids huis, die werkelijk herder is namens God.  De messias, de Christus, de gezalfde.

En dat alles in dit ene gebaar, dat wordt misverstaan door de mannen die een voor een, tot hun eigen spijt, hun meester zullen verlaten in wat nu gaat komen. Het is goed om aan de armen te dneken, maar ze haddne deze daad moeten zien voor wat zij is: herkenning van de messias in de man die temidden van de armen Gods Koninkrijk verkondigde.

Wat die vrouw doet, dat is in de kern wat liturgie, eredienst is: het is niet nuttig, het ebt weer weg uit je gehoor en je gevoel. Maar we doen het om te gedenken, hoog te houden en te vieren wat ons door God in Christus wordt gegeven. Daarom is ook de kwaliteit van de eredienst onze zorg waard. Goede kerkmuziek, een orde van dienst waarin alles zijn plaats heeft en waarin alles verder wijst dan het hier en nu. Dat heeft een eigen waarde, nog los van zijn nut.

Daar zit ook iets van vreugde in, juist op deze avond, als wij gedenken hoe Jezus voor het laatst Pesach vierde met zijn leerlingen. Onze nadruk ligt eigenlijk altijd op dat 'voor het laatst'. En dat is begrijpelijk. Daarom is in de protestantse  traditie vaak op Goede Vrijdag het Heilig Avondmaal en de instelling daarvan gevierd. Dan valt alle nadruk op het lijden, op de naderende dood van Jezus, op schuld en verzoening. Om verzoening van schuld gaat het ook zeker. Maar niet, om eraan te blijven hangen, alsof dat alleen een waarde in zichzelf heeft. Net als dat 'voor het laatst' heeft alles wat met Jezus gebeurd is zijn betekenis vooral daarin, dat het op de toekomst gericht is. Het is gebeurd met het oog op de toekomst, de toekomst van de mensen, ónze toekomst. En dat is helemaal in lijn met waar het Jezus steeds om ging: de verkondiging van het Rijk van God, het uitroepen van een nieuwe wereld waarin recht en vrede wonen. Daarnaar moeten wij de ogen van ons geloof richten. Niet, om daarmee dood en lijden te overschreeuwen. Niet dat in de wereld om ons heen, niet  die van Jezus zelf. Wel, om te zien wat die vrouw wou zien: dat wij in de lijdende en weldra de gekruisigde te maken hebben met de Levende, die ons als een koning voorgaat naar zijn rijk, die ons zo bij God terecht brengt .

Laten wij in dat besef het heilig Avondmaal vieren als voorsmaak van Gods Koninkrijk en er de vreugde in aanvaarden, die het ons wil bieden.