RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Onze naaste is ieder mens, in het bijzonder die onze hulp nodig heeft." - Maarten Luther


De preek van Paasmorgen 31-03-2013

E-mailadres Afdrukken

 Preek Pasen 2013

Temidden van alle paasjubel in de afgelopen nacht en vanochtend, klinkt het Marcusevangelie nuchter en sober. Als je niet beter zou weten, uit de geschiedenis, zou je kunnen denken, dat het volgens Marcus helemaal nooit tot het paasfeest gekomen zou zijn. Hij laat zijn evangelie immers eindigen met  het beeld van de vrouwen, die bij het open graf wegvluchten en "zo erg geschrokken" zijn, "dat ze tegen niemand iets zeiden".

Geen goed begin voor de zending, zou je zeggen. Hoe kan de blijde boodschap van Pasen nu zó de wereld in? Zo dacht ook een groep mensen uit de vroege kerk. Zij besloten, dat het Marcusevangelie zo niet kon eindigen en ze schreven er nog een postscriptum bij, de verzen 9 tot en met 20, waarvan ze claimden dat dit ook van de hand van Marcus, de evangelist was. Zo ging een van de gevluchte vrouwen, Maria van Magdala, toch nog spreken over wat ze had gezien en kwam het goede nieuws op die manier de wereld in. Een slot, zoals het paasbericht hoort te eindigen. Mattheüs, Lucas en op zijn eigen manier ook Johannes hebben het wel zo gedaan.

Ik wil er niet met u over in de clinch gaan. Het zijn ook mooie verzen en ze gaan niet in tegen de bedoeling van het Marcusevangelie. Maar nodig, dat waren ze toch niet. Want de blijde boodschap van Jezus' opstanding en van zijn messiasschap komen al geheel en al tot hun recht in het stuk dat wij lazen. Hoe sober dat ook is en hoezeer dat ook spreekt van angst en schrik, toch spreekt alles hier van Pasen. Alle aandacht van Marcus gaat immers uit naar de jongeman met de witte kleding in het lege graf, die zegt: wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazareth, die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier."

Veel mensen zien in de jongeman in het wit een engel, een hemelse boodschapper. De andere evangelisten hebben er dan een engelen of engelen in gezien. Maar bij Marcus kun je in hem even goed ook een mens van vlees en bloed zien, die doet wat de engelen ook doen: Gods boodschap overbrengen. Dat is de betekenis van engel, immers: bode, boodschapper van God. Of hij nu hemels is of niet, hij brengt hier de boodschap van de opstanding en daar gaat het om. Wie hij is? Wie zal het zeggen. Het zou zomaar kunnen, dat hij de leerling is, van wie Jezus veel hield, dezelfde jongen als die bij hem was, tijdens zijn arrestatie en die, toen hij zelf in de kraag werd gevat, vluchtte en zijn kleed in de handen van de bende achterliet.

Als dat zo is, dan weet hij wat angst en schrik is. Dan snapt hij wel, dat die vrouwen terugdeinzen. Ze hoopten het lichaam van Jezus te vinden, om dat tenminste te kunnen verzorgen. Maar nu is er alleen leegte in dat graf, hun laatste plaats van gedenken. Ze weten er geen raad mee. Dat het lege graf een nieuw begin betekent, dat lijkt nog niet door te dringen.

Aan die jongeman ligt het niet. Hij is luid en duidelijk over het waarom van dat lege graf. "Hij is niet hier, hij s opgewekt."

Die jongen, zou dat Marcus zelf niet kunnen zijn? Er zijn genoeg geleerden die dat zo denken. Dat zo te zien, zou veel verklaren en voor ons geloof ook veel opleveren. De jongeman, de boodschapper in het graf is dan de evangelist zelf, de brenger van de blijde boodschap.Hij zegt de vrouwen dat ze de leerlingen en Petrus moeten zeggen, dat hij hen voorgaat naar Galilea. Daar dus, waar het allemaal begon, waar het het evangelie van Gods Rijk begon te preken. En ook ons, die zijn evangelie lezen, wijst hij zo terug naar zijn evangelie om er te speuren naar wat Jezus eigenlijk betekent en wil zeggen. Wie de Levende wil kennen, heeft een schat in handen, van waaruit hij de kracht van de opgestane kan opdiepen. Het is er al, als je goed leest, als je je hart laat aanspreken. En dat is goed nieuws. Onze toegang tot de kracht van de opstanding, loopt via de verkondiging van het evangelie, door zijn woorden en daden, die tot levend Woord zelf zijn gemaakt door God. Wij hoeven niet het wonder te beleven, om ervan overtuigd, erdoor getroost, ja er zelf door opgewekt te worden.

Want opstanding is meer dan wat aan Christus is gebeurd en ons ooit nog te wachten staat, - dat is het óók en wij putten er hoop uit -, maar het is een kracht die hier en nu het leven al nieuw maakt. Het is een kracht die óns gegeven is, om ermee te leven temidden van onze eigen leefwereld, net zoals hij aan die vrouwen is gegeven. Het is een kracht die ons zelf, net als Marcus, net als die vrouwen, tot boodschappers van dat evangelie van opwekking maakt. Wij worden er zelf, zogezegd, evangelisten van. In onze levens, moeten we Jezus volgen naar Galilea, moeten we ons blijven richten naar wat hij leerde en dat uitspreken in ons eigen leven, in onze wereld, in woord en daad. We worden opgeroepen te ontdekken, wat dat geloof in het onvoorstelbare: dat in deze wereld voorgoed een keer is gebracht in de onvermijdelijk geachte loop der dingen. Dat Christus is opgestaan, dat betekent dat alles waar hij zich voor inzette, ook ónze zorg zal zijn, dat wij ons zullen inlaten met wie hij zich inliet: de kanslozen, de met de nek aangekeken mensen, de onmachtigen. Het betekent dat wat mensen onmogelijk achten, mogelijk is bij God, dat er hoop is De blijde boodschap is het waard om je voor in te zetten.

Wij kunnen niet anders dan de woorden van de witgeklede jongen in het graf naar onszelf toe te halen. Net als zij, zijn wij allang aangesprokenen, we zijn geen buitenstaanders.Dat we daar net als de vrouwen rond Jezus bang van worden, dat spreekt vanzelf. We deinzen terug voor zo'n grote taak, waarin wij voluit serieus worden genomen. En daarbij: het evangelie ontmaskert alle schuld, ook die van onszelf. Dus hoe zouden wij in zijn spoor kunnen gaan? Maar op hetzelfde moment geeft het evangelie ons de moed, om daar niet bij stil te blijven staan of in te blijven hangen, maar verder te gaan, Hem te volgen naar waar het leven nieuw wordt.

Zo moeten we kerk zijn, aarzelend en bescheiden en als het moet, met een mond die groter is, dan ons hart. De Levende gaat met ons mee. Hij gaat voor ons uit, hij baant de weg. Om dicht bij Hem te blijven, is het goed om zo dicht bij het evangelie te blijven, dat het ons kan blijven ergeren en troosten, maar boven alles, blijven opwekken.