RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God als vriend te hebben is fijner dan alle vriendschap van de wereld." - Maarten Luther


De preek van zondag 'Cantate' 28 april 2013

E-mailadres Afdrukken

 'Als je geen liefde hebt voor elkaar, leef je buiten Gods Gloria.' Eigenlijk is het refrein van dit kinder lied van Hanna Lam en Wim ter Burg de samenvatting van wat we vandaag alzen uit het johannesevangelie. Een eenvoudig kinderlied, dat ik vroeger op de zondagsschool week in week uit heb gezongen. Maar het zegt eigenlijk precies waar het hier om gaat, zij het in de ontkennende vorm.

'Leven buiten Gods Gloria' zou hier eigenlijk moeten klinken als: leven vanuit Gods heerlijkheid. Want heerlijkheid is de vertaling van dat woord gloria.

Niet dat nu alles meteen duidelijk wordt. Want een woord als heerlijkheid verstaan wij tegenwoordig niet meteen meer in de betekenis waarin het bedoeld is. In de bijbelse

betekenis wordt het bijna altijd gebruikt voor God en in het NT ook voor Jezus. En het duidt de toestand aan waarin iemand is, die het voor het zeggen heeft en van wie dat gezag ook erkend wordt. Het is dat, wat God en ook mensen aanzienlijk maakt, gewicht geeft. Het hebreeuwse woord voor heerlijkheid en het werkwoord verheerlijken heeft dat woord gewicht ook ook in zich. Je zou dus ook kunnen zeggen, om de link met het hebreeuws vast te houden: iemand of God het volle pond geven. Je geefteen ander mens of je geeft God de eer die hem toekomt.

God en Jezus geven elkaar volgens Johannes het volle pond. Jezus zegt hier namelijk: nu wordt de mensenzoon verheerlijkt en wordt God verheerlijkt in hem! – als God in hem wordt verheerlijkt, zal God hem ook verheerlijken bij zichzelf, ja onmiddelijk zal hij hem verheerlijken.! –

Jezus spreekt hier over zijn naderende dood en opstanding. Het is net na de laatste pesachmaaltijd en judas heeft de feestzaal al verlaten. Daar slaat die eerste zin op: "wanneer hij dan naar buiten is gegaan". Die 'hij' is niet Jezus, maar Judas.Door de wijze waarop Johannes hem over dood en opstanding laat spreken, komt de nadruk niet te liggen op het lijden, of de donkerheid van de dood, waar hij eerst doorheen moet. Johannes spreekt over de verheerlijking, als een plek van thuiskomst. Volgens Johannes is wat nu staat te gebeuren en wat gebeurd ís – want hij spreekt ruim 50 jaar na de kruisdood van Jezus – volgens Johannes is dat alles de weg naar God en naar de heerlijkheid, de route naar erkenning en de ware openbaring van wie Jezus is. De mensenzoon, zal Gods zoon blijken te zijn. In Hem laat God zien, dat God regeert, ondanks alle ellende die de wereld in zijn greep lijkt te hebben. Die emsn, die volgens zovelen, tot opde dag van vandaag een misslukkeling lijkt, is juist degene, die bij God het volle pond krijgt, ja, die één is met God.

En wij dan? Wat betekent dat voor ons? Lten we wel wezen: het klinkt ver en vreemd, zoals de theologie van Johannes spreekt over God en Jezus. Het is een spreken over God, die de klassieke christelijke en dus ook de lutherse theologie zo sterk heeft bepaald, dat ze ons vaak massief in de  oren klinkt. Velen zijn daarom allang afgehaakt door deze theologie van de glorie. Vaak uit teleurstelling over het enorme verschil tussen hoe het in deze wereld toe gaat en Johannes' verheven manier van spreken over Christus. War blijven wíj, als zo hoog wordt opgegeven van God en Christus? Worden wij niet verpletterd, onder het gewicht van hun heerlijkheid? Als Jezus zegt: "waar ik heenga, kunt u niet komen" , zegt hij dan eigenlijk iet zoiets als: zoek het maar uit, tot ooit? Valt er wel echt te leven, te handelen, hier en nu, op basis van het evangelie van Johannes?

Ik zou zeggen: juist wel.

"Een nieuw gebod geef ik u: dat ge elkaar liefhebt! – zoals ik u heb liefgehad, dat ge ook elkaar liefhebt; hieraan zullen allen herkennen, dat gij leerlingen van mij zijt:

Als ge onder elkander liefde hebt."

De liefde waartoe Jezus ons oproept, houdt ons verbonden met Jezus, met God zelf, met zijn heerlijkheid. Dat is het leven in de Gloria, waarover dat kinderlied zingt.

Handelend vanuit die liefde, zijn wij dichtbij God. Dan weten wij God dichtbij ons.

Die liefde heeft niet zozeer te amken met altijd 'lief en aardig zijn'. Wel met diepe verbondenheid, dat wil zeggen: verbondenheid op een dieper niveau dan wij misschien vaak ervaren. Zoals de band in de gemeente van Christus niet zozeer een band is van elkaar altijd maar aardig vinden, maar een band van je voor elkaar verantwoordelijk weten door de band met Christus en in Hem direct met God. Het heeft dus alles met ethiek te maken, met hoe wij in het leven staan vanuit ons geloof.

Maar dat is hier sowieso duidelijk: Jezus verwijst hier ook naar Deuteronomium naar de hele Tora, die op dezelfde band, het zelfde verbond met God gestoeld is. Met een nieuw gebod bedoelt Jezus dan ook niet: zoals nooit eerder gezegd of, totaal vernieuwd en een vervanging van het voorafgaande, maar een als nieuw ervaren, tot nieuwe werkelijkheid en verantwoordelijkheid en verbinding oproepende  stem in ons. En die stem is die van Christus, die het gebod, ja het gehele Woord van God als mens belichaamt, bekleedt. De liefde van de Vader tot Jezus is de norm voor de liefde tussen de leerlingen en de gemeenteleden onderling. Het Toragebord krijgt zo als het ware een nieuwe ondergrond, namelijk Christus zelf, waardoor het aan hem gebonden wordt. Nu kan niemand het nog vergeten, omdat met met Hem verbonden zijn, die een van ons is en die een met God is.

Het beantwoordt ook meteen de vraag naar de identiteit, waar wij als kerk al zolang mee bezig zijn en waarin we steeds dreigen te blijven steken: wie zijn wij eigenlijk, hoe moeten wij kerk zijn? Wij zíjn de leerlingen van Jezus. Zaak is, om dat te laten zien, in liefde voor elkaar en liefde tot onze naasten. Belangenloos en enkel vanuit de overtuiging dat wij het juiste moeten doen voor onze naasten. Zonder die liefde gaat het niet. Als we geen liefde hebben voor elkaar, blijven we buiten Gods heerlijkheid staan.