RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Geef mij God, geld en goederen, zodat ik mijn naasten van dienst kan zijn." - Maarten Luther


De preek van Pinksteren 2013

E-mailadres Afdrukken

Ook vandaag, met Pinksteren, vervolgen wij onze lezing uit het evangelie van Johannes.

Wij horen hoe Jezus de Heilige Geest belooft aan zijn leerlingen, die ditmaal als een leraar wordt geschetst.

de gids-en-helper, de heilige Geest

die de Vader zal sturen in mijn naam,

die zal u in alles onderrichten

en u indachtig maken

al wat ík u heb gezegd;

De Heilige Geest, de parakleet, die zal dus als een leraar zijn. Een leraar, dat is Jezus zelf ook. Een rabbi, die lerend rondgaat en Gods blijde boodschap verkondigt. Die de mensen betrokken houdt bij het verhaal van God met de mensen.

Een leraar of lerares, dat is als het goed is, iemand die jou op inspirerende wijze wat leert, waar je in het leven mee uit de voeten kunt, ook en liefst ver nadat je bij die leraar of lerares nog te rade kunt gaan. Als het goed is, helpt de leraar jou de leerstof zo toe te eigenen, dat de kennis in jouw eigen leven toepasbaar wordt. Natuurlijk moeten de leerlingen het uiteindelijk zelf doen, zoals al die examenkandidaten nu zelf hun kennis moeten spuien aan die tafeltjes in gymzalen vol gestresste medeleerlingen door het hele land. Daar, aan zo'n tafel, kun je niet meer terugvallen op advies of een extra bijles. Hier en nu moet je het doen. Daar komt het erop aan.

Bedoelt Jezus hier ook zo iets? Het zit toch wat anders, want Jezus schetst de komst van de Geest als van een die ons juist nabij blijft en ons bij de les houdt. De lessen van Jezus, welteverstaan, dat wil zeggen, de lessen, het Woord van God, zoals God dat in Hem aan de leerlingen en vandaaruit verder geeft. De leraar die de Geest is, zet het werk van Christus voort, is Christus, maar dan in een nieuwe bestaanswijze. Het werk van de geest is evenzeer van God als Jezus dat is en zal eigen wegen vinden om Gods bedoelingen kenbaar te maken. Zo blijven zijn leerlingen en wie volgen, zoals wij, niet verstoken van Gods tegenwoordigheid.

Onze neiging is misschien om volgens de kalender van de kerk te denken: het is Pasen geweest en Hemelvaart en nu dan tenslotte Pinksteren, nu hebben we de heilsfeiten weer op een rij, ja nu hebben we ze weer gehad. De cyclus is min of meer rond en kan, met Advent, weer opnieuw beginnen. Maar Pinksteren zegt ons als feest van de Geest nu juist dat dit niet kan. Er is namelijk iets voorgoed begonnen en je zou kunnen zeggen, dat de heilige Geest achter alles zit wat er in het geloof werkelijk toe doet. Ja, dat de Geest overal daar merkbaar is, waar God beslissende stappen heeft gezet en nog zet. Door Gods Geest wordt de wereld werkelijk nieuw en kan er iets veranderen in wat menselijkerwijs muurvast zit. Door te belijden dat wij in de Heilige Geest geloven, drukken wij als kerk uit, dat wij geloven dat God de wereld niet bij het oude laat, niet aan zichzelf overlaat in haar talloze varianten van 'opgaan, blinken en verzinken'.

Die Geest was al steeds werkzaam. Zij is immers de scheppende kracht van God, zijn adem, die leven inblaast - ons inspireert - in ons leven en van dat van al wat geschapen is. Zij is opstandingskracht, waar we ook in ons eigen leven zo vaak op een dood spoor komen te zitten en alles maar zouden willen laten gaan. Wat een troost is het dan te geloven, dat Gods Geest ons is gegeven om tegen de dood in bij het leven te blijven, bij het evangelie van Gods liefde voor elk mens, dus ook voor ons samen en voor elk van ons.

Hoezeer het ook waar is, dat de kracht van Gods Geest al steeds werkzaam was, toch vieren wij vanuit het evangelie, dat de Heilige Geest ons als nieuw te binnen kan komen, dat zij ons wordt gegeven als een nieuwe kracht, die troost en bemoedigt, de ons leert en bij de les houdt van Gods bedoelingen, zoals ze in Jezus Christus helemaal duidelijk zijn geworden.

Als de Geest een lerares is, dan maakt dat ons tot leerlingen. Geen leerlingen die er alleen voor staan, zoals op het examen, maar leerlingen, die kunnen terugvallen op de Geest. En op het testament van Jezus, dat hij vandaag, bij Johannes, benoemt als 'vrede'

vréde laat ik u na,

míjn vrede is het die ík u geef,

niet zoals de wereld geeft

geef ík aan u!-

Vrede laat Jezus ons na. Dat is de vrede van de nieuwe schepping, de werkelijkheid van Gods Rijk. Wij mogen erop vertrouwen, wij mogen ermee rekenen dat wij vrede hebben met God, dat wij niet bang hoeven te zijn hoe ons leven zal gaan, in ons eigen bestaan, in het bestaan van de kerk. Er wordt ons een vrede gegeven, die ons het doet uithouden in alles wat die vrede tegenspreekt, in alles waardoor wij denken: nu is het gedaan met de kerk. Pinksteren is het feest van de bemoediging en van de begeestering om dwars tegen onze eigen onzekerheden en angsten in, toch te durven handelen en leven vanuit ons geloof. Om te werken aan een betere toekomst voor de wereld en te leven vanuit vreugde waar er om ons heen en soms ook in ons maar weinig reden tot vreugde lijkt te zijn. Als wij daarop leren vertrouwen en op de leiding van de Geest, die ons in alles zal onderrichten, dan hoeven wij geen angst te hebben voor het leven. Dan blijven wij ons leven lang leerlingen van de Heilige Geest.