RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"

Ons leven is een leven midden in de dood. En toch blijft ook midden in de dood de hoop op het leven aanwezig.

" - Maarten Luther


De preek van zondag 23 juni 2013

E-mailadres Afdrukken

Gemeente van Christus, bijeengekomen in de Lutherse Kerk te Zwolle,

Ik zeg u allen: verheugt u en weest blij!

Ten eerste, omdat u tot de gelukkigen behoort die vanochtend uit hun nest zijn geklommen en op pad zijn gegaan, om hier in deze kerk een plek in te nemen, om samen te zingen, te bidden en te luisteren naar Gods Woord.

Ten tweede, omdat u zeker niet de enigen bent die de Evangelielezing van vanochtend toch een wat vreemd verhaal vinden dat niet zomaar '1-2-3' te verhapstukken valt. Weest bovendien gerust: in beide gevallen zijn u al velen voorgegaan en zullen u nog zeker velen volgen. Omdat ik hier vanochtend echter niet sta als een medewerker van het Centraal Plan Bureau die u wellicht van statistieken van stijgende of dalende kerkbezoekcijfers kan voorzien, maar als uw voorganger en dienaar van het Woord, wil ik mij dan toch beperken tot het tweede punt: die vreemde Evangelielezing uit de pen van Lucas.

... "Ze voeren verder..." begint de lezing van vanochtend – niets komt zomaar uit het niets, ook Jezus niet. Voorafgaand aan de door ons gehoorde perikoop was Hij met zijn discipelen in de boot gestapt om het meer over te steken waar zij uiteindelijk in het holst van de nacht geteisterd werden door een wilde storm – denkt u maar aan het onweer van de afgelopen week. Het bruisende water is waarlijk niet je vriend moeten de twaalf hebben gedacht en ook aan het zeemanschap van hun Meester Jezus zouden zij op dat moment kunnen hebben getwijfeld. Hij, die daar in het vooronder maar lag te snurken terwijl de wereld om hen heen dreigde te vergaan. Nu weten wij dat deze wilde vaart uiteindelijk toch met een sisser zou gaan aflopen: Jezus staat op en spreekt de elementen streng toe waarop wind en golven onmiddellijk bedaarden en de rust terug komt in de koers van het schip.

"Laten we naar de overkant van het meer gaan" – zo luidde het plan aan het begin van de reis en ondanks dit onstuimige intermezzo zouden ze er – al dan niet gelijkende op een stel verzopen katjes – uiteindelijk ook komen. Van de discipelen is echter geen sprake meer als de aangestuurde 'overkant' bereikt is – voor het verhaal hebben zij namelijk al hun taak vervuld, zal straks nog blijken.

Jezus heeft nog maar net zijn voet aan wal gezet of een storm van een geheel andere categorie steekt de kop op als die van de nacht daarvoor: een mens van vlees en bloed komt zonder kleren aangebruist en werpt zich – al rinkelende met zijn verbroken boeien, die hem steeds maar niet wisten te boeien – neer aan de voeten van de landganger. Zijn uiterlijke verschijning licht al wel een tipje van de sluier op over de gesteldheid van zijn ziel, de geteisterde binnenkant van deze man.

Vanochtend hoorden wij de profeet Jesaja spreken over het Joodse volk dat naar de terugkeer uit haar ballingschap ontwricht door het leven gaat "zittend in graven en overnachtend op verborgen plaatsen" – dit is zeker geen koosjere zaak! En ook de bruisende man van de 'overkant' had de rotsgaven tot zijn woning uitverkoren – letterlijk en figuurlijk: dichter bij de dood dan bij het leven! – Jesaja spreekt:

"Zolang men nog sap in een druiventros vindt,

zegt men: 'Vernietig hem niet,

want er zit nog een zegen in'."

En terwijl de onreine man van de 'overkant' ligt te kronkelen in het stof aan de voeten van de Messias schreeuwde hij luidkeels: "Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God?"

"Zolang men nog sap in een druiventros vindt,

zegt men: 'Vernietig hem niet,

want er zit nog een zegen in'."

Wat gebeurt hier toch aan de oever van het meer?! Het gezegde, dat wij de profeet Jesaja hebben horen spreken komt uit! Kijk maar, d'r zit nog wel zegen in, in deze hoop ellende! En ik hoop van harte dat hij zijn eerste woorden aan Jezus, daar liggend op de grond, wel goed hard heeft geschreeuwd zodat het ook de twaalf zoetwater-discipelen niet zal zijn ontgaan. Wij herinneren ons: In al hun ontsteltenis op het meer vroegen zij onthutst aan elkaar nadat de storm was gaan liggen: "Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het water zijn bevelen gehoorzamen?" Het antwoord volgt nu op de plaats van bestemming als de man in het stof opkijkt en – met alle zegen die nog in hem zit – uitroept: "Jezus, Zoon van de allerhoogste God!" – Een geloofsbelijdenis par excellence uit een werkelijk onverwachtse hoek!

Wat uiteindelijk hierop volgt zou zo maar uit een script van een horror-film van de bovenste plank kunnen zijn ontsprongen: Een legioen aan kwade geesten en demonen meldt zich te woord uit het binnenste van de man van de 'overkant'. Zij komen door de aanwezige Godenzoon in oproer en nemen voor ellende hun intrek in een nabije varkenskudde; die op hun beurt weer – God verhoede, in het aangezicht van hun verbijsterde herders! – op een steile helling afstormt om vervolgens in hetzelfde meer te verzuipen, dat eerder nog op de heenreis door de uitverkorene werd getemd. Halleluja. Verheugt u en weest blij: u bent niet de enigen die dit een moeilijk stukje tekst vinden. Velen zijn u al voorgegaan en velen zullen u zeker nog volgen.

Wat mij betreft is dit echter ook alleen nog maar de aanloop naar de eigenlijke pointe van dit verhaal dat de evangelist Lucas voor ons heeft willen bewaren en vertellen. De herders, die dit spektakel aan water hebben zien gebeuren – beter dan welke Oerol-act dan ook – nemen de benen om iedereen erbij te roepen, naar het motto: "Dit geloven jullie nóóit!"

Iedereen die even kon, kwam kijken – en al is een lege varkenswijde nog geen schrik van je leven; een klaarwakkere, welgemanierde en goedgeklede dorpsgek – zittende aan de voeten van zijn Rabbi – is wel degelijk een sterk staaltje dat je niet zomaar in je koude kleren laat zitten!

"Beste Rabbi, fijn dat u ons even aan de overkant van het meer wilde vereren met uw bezoek. Nu de tijd helaas weer is gekomen waarop u ons alweer zal moeten verlaten geven we uw boot graag nog een zetje in de goede richting" – spreken de angst en de ontzetting die zich van de mensenmenigte – de spectators van de gevolgen van dit godswonder – meester hebben gemaakt. Het verhaal gaat daadwerkelijk zo ten einde: na deze korte episode in het land der Gerasenen stapt Jezus weer in de boot om terug te gaan naar Galilea – de dorpsgek gered, de missie geslaagd; is het niet?

Duizend 'likes' per uur gegarandeerd voor Jezus voor een dergelijk bericht op zijn facebook-account. Dicht gevolgd in populariteit door de foto van de brandweerman die het verdwaalde katje uit de boom wist te halen.

Nee, ik verheug me en ben blij dat hier het boekje nog niet dicht gaat en het verhaal aan de oever van het meer toch nog een staartje krijgt!

Geduld wordt beloond, want de crux zit 'em in de laatste twee verzen en speelt zich weer af tussen genezer en genezene: de man van de 'overkant' vraagt de Messias om zich aan hem vast te mogen klampen. Hij wil mee opdat hij hem op elke stap zou kunnen volgen. Wellicht had hij al wel gehoord van het gunstige lot van Maria uit Magdala: ook zij was door Jezus genezen van haar demonen en trok voortaan – waar mogelijk – met hem mee.

Geen gekke vraag dus, zou je denken. "Maar Jezus stuurde hem weg met de woorden: 'Ga terug naar huis en vertel alles wat God voor u heeft gedaan.'"

Na deze ontmoeting met God zou de man van de 'overkant' wel hebben gedacht: "Want één dag in uw voorhoven is beter dan duizend elders!" Maar zijn opdracht luidt anders, zo horen wij: hij moet terug de wereld in, de draad weer oppakken en een ieder laten deelhebben aan het wonder dat aan hem is geschiedt. Zijn 'druppeltje zegen' en zijn weg ten leven zal hij niet alleen voor zichzelf behouden maar vruchtbaar laten worden in gemeenschap met anderen – op de plaats waar God hem heeft gewild.

Verheugt u en weest blij,

want God gaat met u mee.

Velen zijn ons al voorgegaan

en velen zullen ons hierin zeker nog volgen.

Amen.