RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Een mens kan God niet alleen met werken dienen, maar zeker ook met vieren en rusten." - Maarten luther


De preek van zondag 4 augustus 2013

E-mailadres Afdrukken

Preek

Het evangelie dat wij vandaag horen, confronteert ons op verschillende manieren met de botsing tussen onze menselijke denk- en handelswijzen en de wijzen van het koninkrijk van God, zoals Jezus die predikt.

Kort door de bocht en even zonder nuances:  wij mensen hechten aan geld en goed, willen hebben en houden, Jezus spreekt van de betrekkelijkheid van dat alles - in lijn met de wijsheid van Prediker, overigens - en vervolgens beweert hij ook nog eens dat zelfs dat leven niet het eigen bezit van de mens is, maar Gód toebehoort. Daarom moeten wij niet aardse rijkdom, maar rijkdom bij God nastreven. Dat geeft pas echte zekerheid.

Rijkdom om de rijkdom, hebben om te hebben, dat is een probleem, bijbels gezien en zeker evangelisch gezien. De Prediker en Jezus zeggen min of meer hetzelfde: bezit kan een mens in de weg zitten en het zich vertroebelen op waar het werkelijk om gaat in het leven voor het aangezicht van God.

Een ongemakkelijke boodschap. Een boodschap, die er toen al behoorlijk in moet hebben gehakt, in een samenleving waar de meerderheid straatarm was en slechts een klein deel heel rijk.

Misschien klinkt die boodschap in onze Westerse, ook Nederlandse oren nog wel strenger. Wij leven immers in een wereld waarin dat contrast nog steeds bestaat en zelfs nog explosief is toegenomen sinds de oudheid. En we weten het nog ook. De welvaart van het Westerse deel waar wij het geluk hebben te leven gaat ten koste van een groot deel van de rest van de wereldbevolking. Prijsbescherming voor westerse bedrijven, importheffingen voor producten van buiten de EU treffen economieën die altijd al zwak hebben gestaan en nog altijd maar moeilijk tot ontwikkeling komen. Vervuilende manieren van grondstofwinning of goedkope en gevaarlijke wijzen van goederenproductie, zoals kleding en mobiele telefoons worden uitbesteed aan lage lonenlanden. Die lage lonen zijn er, omdat er geen geld hoeft te worden geïnvesteerd in de werk en leefomstandigheden van de werknemers. Zo worden de directe negatieve gevolgen van ons gedrag tot ver buiten onze grenzen gebracht.

Ik druk me misschien wat simplistisch uit – ik ben nu eenmaal geen econoom . Maar er gaapt toch nog altijd een kloof gaapt tussen een arme en een rijke wereld. Ook nu onze eigen welvaart onder druk staat en veel mensen onzeker zijn over hun toekomst, ook hier onder ons, toch zijn de zorgen nog veel groter in de arme landen, waar het leven een regelrechte strijd om overleven is.

Maar misschien juist omdat geld en rijkdom voor de meesten zo'n schaars goed is is het felbegeerd. En ieder kan op zijn of haar eigen niveau worden aangetrokken door de glans van wat geld of goed. 

Dat zien we ook bij wat er gebeurt rond Jezus. Iemand vraagt Jezus om zijn broer te gebieden de erfenis met hem te delen. Het is 'zomaar iemand uit de schare', vertaalt Oussoren, om ons het gevoel te geven: dat had iedereen uit die schare en ook ieder van ons kunnen zijn, die dat aan Jezus vraagt.

Het hoeft niet eens een bijzonder rijke man te zijn, maar toch iemand die rekent op een deel van een erfenis, waarschijnlijk van zijn vader. Een erfeniskwestie kan een netelige familiekwestie zijn, ook vanuit het oogpunt vanuit het geloof en dat lijkt het hier zeker te zijn. Niet vreemd, om dan bij de rabbi hulp te vragen. Jezus zal toch zeker de Thora, die er is omwille van de rechtvaardigheid, willen navolgen en de benadeelde partij, zoals die persoon uit de schare zichzelf ziet, tegemoet willen komen? Mensen gingen wel voor minder belangrijke vragen naar de rabbi.

Daarom kan het antwoord van Jezus ons misschien op het eerste gehoor wat vreemd, zoniet bot overkomen. "Wie heeft mij over u aangesteld als rechter en verdeler?" en dan , tot iedereen die eromheen staat: "ziet toe en waakt voor alle veelhebberij, want ook als iemand overvloed heeft, is zijn leven niet iets wat hemzelf toebehoort!"

Waakt voor alle veelhebberij... De bijbel is niet tegen bezit, Gód lijkt volgens de bijbelschrijvers niet tegen bezit als zodanig te zijn. We hoeven maar naar de geboden, ook de tien geboden te kijken, om te weten dat we andermans bezit moeten respecteren. Maar er voortdurend naar streven. Er je ziel en zaligheid aan geven? Nee, dat toch niet. Bezit is niet essentieel. Essentieel is uiteindelijk alleen hoe wij leven in verhouding tot Gods koninkrijk. Ook met ons bezit.

Geloven, geloven in het koninkrijk, het koningscháp van God, betekent, dat je je niet zó druk maakt om je bezit, dat het alles in je leven gaat beheersen. Voor je het weet, ben je er de hele tijd mee bezig. Voor je het weet draait alles om het hebben, houden en de dynamiek van almaar meer. De man uit de gelijkenis is zo iemand bij wie dat gebeurt. Hij laat zijn bestaande schuren afbreken om nieuwe te bouwen om daar de overvloed aan vruchten van zijn landerijen in te brengen. Wat zijn bedoeling is met dat graan, staat er niet. Maar je voelt nattigheid: wie zoveel voedsel heeft, dat het niet meer in zijn voorraadschuren past, kan toch ook iets beters bedenken, dan nog grotere te bouwen. Hij zou het kunnen inzetten voor het algemeen belang. Hij doet aan onderkoning Jozef denken, die voorraden laat aanleggen voor de zeven magere jaren. Maar Jozef doet dat om een hongersnood te voorkomen. Hier is dat niet bedoeld. Hier is de menselijk hebzucht bedoeld. Deze man is een anti-Jozef.

Het is een gelijkenis, het moet ons aan het denken zetten. Laten we niet doen alsof zulke dingen in onze tijd, in ons land niet gebeuren. We weten van banken en pensioenfondsen die woekeren met voedselvoorraden, die arme mensen ten goede zouden moeten komen. Maar door de speculaties op de voedselmarkt lijden mensen honger. Willen we dat? Laten we dat gebeuren, alsof het niets met ons te maken heeft?

De bijbel en het evangelie zijn niet tegen bezit, of het genieten daarvan. Maar veel belangrijker dan dat, is dat wij worden opgeroepen met dat bezit, met ons economisch handelen, met ons leven, toe te leven naar Gods rijk. En wat is dat rijk, dat koningschap anders dan een leven in recht en gerechtigheid. Hier en nu en in de toekomst, die bij God is. Laten we zo met ons geld en goed omgaan, dat we onze naasten ermee helpen en dan juist hen, die veel minder hebben en daardoor in problemen zijn gekomen. Dan komt ons leven tot zijn recht als een vorm van samenleven, zoals God het leven onder mensen altijd op het oog heeft gehad. Delend, komt een mens, rijk of minder rijk of zelfs arm, tot zijn recht, met het oog op het koninkrijk. Daar moeten we niet slechts mee bezig zijn, als we ons testament gaan opmaken of de dood nabij weten, dan moet steeds ons streven zijn.

"Maar dan zegt God tot hem: stuk onverstand! Deze nacht nog zullen ze je ziel van je afeisen, wat je hebt klaargemaakt, voor wie zal het zijn?- "

Blijkbaar ging Jezus ervan uit dat het leven een soort lening is, die teruggevraagd wordt.  God maakt daarbij de balans op. En wat hebben we er dan mee gedaan? Hebben we er dan van gedeeld, of hebben we vooral aan onszelf gedacht en zijn we alleen bezig geweest onze eigen benodigdheden en wensen zeker te stellen? Is onze nalatenschap van materiële aard of bestaat ze vooral uit wat we met anderen gedeeld hebben in goede ervaringen, liefde, verbondenheid?

Wij vinden die gedachte van het leven als door God opvraagbare lening waarschijnlijk wat al te antiek. Wat dat betreft zijn we eigenlijk allemaal humanist geworden. Maar er zit ook iets moois in: zelfs datgene, dat wij nu juist geheel en al van óns denken te zijn, ons leven, met al zijn rijkdom aan mogelijkheden in keuzes en verantwoordelijkheden, is ten diepste niet iets wat óns toebehoort, maar het behoort toe aan God. En daarmee is het meteen ook geheel en al bedoeld om zo geleefd te worden dat het gericht is op Gods rijk, op Gods wil. En dat is: te leven met het oog op elkaar als medemensen, in recht en gerechtigheid.

Laat God de voorraadschuren bouwen voor de vruchten van ons leven. Laat hij degene zijn die ons leven weegt als het gaat om geslaagd of niet-geslaagd, succesvol of niet. Laten wij ons er slechts druk over maken hoe wij zó leven, dat niet alleen wijzelf, maar ook anderen een goed leven hebben. En laten we daarmee niet wachten tot onze erfenis vrijkomt, maar laten we er nu al me beginnen.