RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Zelfs als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik toch mijn appelboom planten." - Maarten Luther


De preek van zondag 15 september

E-mailadres Afdrukken

Er zijn vele vormen van verlies. Je kunt "iets" verliezen: dat is dan jammer. Hoe erg het is, ligt eraan of je er erg aan gehecht was. Je kunt ook iets van jezelf verliezen, dat heel essentiëel is, je eigenwaarde of je geheugen. Dat is al veel erger. Maar het verdrietigst is het, als wij een ander mens verliezen. Of dat nu aan het leven is of aan de dood. Want mensen kunnen wij niet missen. We kunnen geen van de mensen missen. Niet in de kerk, niet in de klas, niet op de wereld. Toch overkomt het ons, dat wij mensen moeten missen. Mensen kunnen we niet missen. Maar..

hoe zit dat dan met de kwelgeesten van deze wereld, de beulen, de mensen die het leven van anderen moeilijk maken, zó moeilijk, dat de psalmsdichters uit de Bijbel God soms smeken om hen te bevrijden van hun vijanden? Laten we eerlijk zijn: zulke mensen kunnen we toch bèst missen?

Toen Jezus leefde, deden veel mensen hard hun best om een goed mens te zijn. Ze probeerden te leven naar hoe ze dachten dat God het goed vond. Ze wilden een rechtvaardige zijn. Een mens die in zijn leven leeft naar hoe God het bedoeld heeft. En dat was toen al even moeilijk als nu.

Er waren óók mensen die helemaal niet zo hun best deden om goed te leven. Ten minste, ze deden niet hun best in de ogen van de meeste mensen. Ze leefden heel anders, ze leefden niet volgens de joodse wetten en maakten het andere mensen ook nog eens extra lastig. Ze hadden een domme fout begaan in het leven of hadden andere mensen verdriet gedaan. Ze hadden gedaan wat fout was in de ogen van de mensen en vast ook in de ogen van God - zei men.. Zondaars waren het. Daarom vielen ze buiten de groep. Of er waren mensen die zich buiten de gemeenschap stelden, door te collaboreren met de Romeinse vijand, door het tolgeld voor hen te innen. Tollenaars. Tollenaars en zondaars: zij waren de buitenbeentjes.

Sommigen van die buitenbeentjes vonden het wel best dat die brave burgers niets met hen te maken wilden hebben.

Maar anderen vonden het eigenlijk heel erg, dat iedereen hen links liet liggen. Ze vonden het erg, dat ze niet gemist werden, dat ze als verloren werden beschouwd. Ze misten hun familie, hun vroegere leven met vrienden en buren, met wie ze omgingen. Nu voelden ze zich eenzaam en verloren. Het enige wat ze konden doen, was omgaan met andere mensen die er ook niet bijhoorden...

En zo had je hele groepen van mensen waar de 'nette mensen' met een grote boog omheen liepen.

Net als in onze tijd, eigenlijk.Want ook nu zijn er veel mensen, die we als 'verloren' beschouwen. Met verloren bedoelen we dan, dat ze de weg in het leven zijn kwijtgeraakt. Ze hebben iets doms of misschien wel iets heel verkeerds gedaan. En soms is er helemaal geen geode reden voor. Ze zijn gewoon 'anders'. Altijd zijn het de anderen, die hen als verloren beschouwen, omdat zij niet meer bij de groep, niet meer bij 'ons' horen. Sommigen van hen denken: ''we kunnen het wel alleen. Wij hebben niemand nodig." Sommigen willen eigenlijk wel, dat anderen hen helpen, maar durven dat niet te vragen. Ze zijn te trots, of te bang, dat ze 'nee' te horen zullen krijgen.

Voor anderen, - voor 'ons?' - ís het ook moeilijk om met zulke mensen in contact te blijven. Het vraagt namelijk een heleboel moeite om je in die ander te verplaatsen. En het kan ook betekenen, dat die ander zich tegen jou afzet, zodar je probeert een stap in zijn richting te zetten. En zo kunnen mensen, alle goede bedoelingen ten spijt, helemaal alleen komen te staan.

Jezus heeft ons verteld hoe God tegen die verloren mensen aankijkt. Hij is er heel duidelijk over. Die verloren mensen horen ook bij God. God houdt net zoveel van hen als van die mensen die wel zo leven als God het wil, of die dat van zichzelf denken. Hij houdt zoveel van hen, dat hij hen zoekt. Wij hebben een zoekende God. God zoekt naar wat verloren is, naar de verlorenen zoekt hij het hardst.

Jezus liet dat in zijn leven zien. Hij maakte eigenlijk door zijn eigen manier van omgaan met mensen duidelijk, hoe God tegen de mensen aankijkt. En zo kwam het, dat de mensen Jezus begonnen te wantrouwen; "Die Jezus gaat met allerlei mensen om met wie jij en ik nóóit zouden  willen omgaan. Hij gaat zelfs met hen aan tafel! - Je meent het, écht? Ja echt. - Nou, mij niet gezien."

Inderdaad. Jezus ging met de zondaars, de buitenstaanders om. Jezus at met hen en hij sprak met hen. Hij vertelde hen over de liefde van God voor alle mensen. En sommigen van die mensen veranderden daardoor.

Toen Jezus eens wilde uitleggen, dat voor God elke mens telt en niemand zomaar als verloren mag worden beschouwd, toen vertelde hij twee kleine gelijkenissen. We hebben ze  daarnet gehoord. De eerste gelijkenis die hij vertelde: met God is het net als met een schaapsherder die 100 schapen heeft en en er één verliest. Die schaapsherder zoekt net zolang, totdat hij het schaapje teruggevonden heeft. En dan is er feest! Zo is God ook dolblij, als er maar één van die mensen die als verloren worden beschouwd weer bij God en bij de mensen wil horen.

De andere gelijkenis ging over een vrouw, die één van de tien geldstukken verliest, die ze had gespaard. En voor een vrouw uit die tijd was dat heel veel geld.  Denk maar aan het spaargeld op de bank en dat dan door tien gedeeld. En daarom ging die vrouw net zo lang zoeken totdat ze het geldstuk had gevonden. En toen riep ze de buren en haar vriendinnen erbij, om samen met haar blij te zijn, dat het geld terecht was. Zo blij is God óók, als de verloren mens weer terecht is en weer bij God en de andere mensen wil horen, bedoelde Jezus ermee.

Jezus vertelde deze verhalen, om de mensen duidelijk te maken hoe het in de wereld zou  toegaan, als we allemaal zouden leven zoals God het wil. Want leven zoals God het wil, dat is niet zozeer bij 'ons' horen, bij de groep of bij de kerk. Het is niet een aantal regels opvolgen, zodat je voortaan foutloos leeft. Niemand leeft foutloos. Wat dat betreft leert de Bijbel, leren Wet én Evangelie ons inderdaad onze zonden kennen. Daarom vertelt Jezus zijn gelijkenissen vooral tegen hen, die anderen als de buitenstaanders zien. In strenge beelden: splinter en balk, wie zonder zonde is, gooie de eerste steen...

En zo houdt hij mensen een spiegel voor. Vooral hen, die anderen als 'zondig' diskwalificeren, die hen als verloren beschouwen, als niet meer de moeite van de communicatie waard, als afgeschreven... Daarmee zegt hij eigenlijk zoveel als: stel je voor dat jullie zélf de buitenstaander waren. Stel je voor dat jij zélf als verloren werd beschouwd. Wat dan?

Leven zoals God wil dat wij leven is vooral sámenleven. Daartoe zijn de regels, de levenslessen uit de Bijbel, Tora en Evangelie, bedoeld. Om mensen gemeenschap met elkaar te laten vormen, omdat God gemeenschap zoekt met mensen.God wil, dat we zó met elkaar omgaan, dat iedereen meetelt. In onze klas op school, op ons werk, in de kerk, in ons land en in de hele wereld. Want we kunnen níemand missen. We mogen niemand verliezen, niemand prijsgeven aan de onverschilligheid, niemand afschrijven. En als er dan toch mensen verloren dreigen te gaan moeten we zóeken. Even hartstochtelijk als God mensen zoekt.

We moeten het mét elkaar zien te redden, of anders redden we het niet en gaan we, inderdaad, verloren. Voor God zijn er geen heiligen, geen zuiveren: er zijn alleen maar 'schapen', arme schapen. Mensen horen voor God bij elkaar als schapen in een kudde. En een schaap dat gemist wordt, gaan we zoeken.