RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"

Ons leven is een leven midden in de dood. En toch blijft ook midden in de dood de hoop op het leven aanwezig.

" - Maarten Luther


De preek van zondag 6 oktober 2013

E-mailadres Afdrukken

Het is wrang om het verhaal van de zondvloed en van de redding van Noach en de zijnen te lezen zo kort na de ramp bij het eilandje Lampedusa, waar zoveel bootvluchtelingen de dood vonden. Ruim 130 mensen die de ellende in hun thuislanden probeerden te ontvluchten, stierven de verdrinkingsdood. Verschrikkelijk, dat is al wat we erover kunnen zeggen. En dat keihard de vraag op ons afkomt hoe wij menswaardig omgaan met de talloze vluchtelingen en economische migranten die Europa proberen te binnen te komen. Mensen die blijkbaar zo wanhopig zijn, dat ze liever met wrakke boten de Middelandse Zee oversteken, dan thuisblijven.

En het beeld van de ark van Noach vloeit voor mij dan bijna ineen met dat van ons Europese continent dat, bij alle crises die het zelf doormaakt, toch bijna een walhalla moet zijn voor zovele andere mensen uit de hele wereld. Een ark, een reddingsboot waar je moet zien binnen te komen, om veilig te zijn  en de armoede en het geweld achter je te kunnen laten. Maar... zie er eerst maar eens binnen te komen. Fort Europa is bijna hermetisch afgesloten door allerlei wetten en afspraken die het bijna onmogelijk maken je hier als arme en opgejaagde migrant te vestigen. Tenzij je anderhalf miljoen meeneemt, dan schijn je ons land weer wel in te mogen...

Noach en zijn familie zochten met al die tweetallen dieren bescherming in de ark, die Noach moest bouwen van God. Zij hadden die bescherming nodig tegen de grote vloed, die over de aarde kwam, volgens het boek Genesis. Zo ontkwamen zij - en dan ook alleen zij- aan de vernietiging door de vloed, vertelt Genesis. Zij wel, de meesten, niet.

Hoezeer wij moderne hoorders misschien ook geholpen kunnen zijn door de wetenschap die ons zegt, dat je het verhaal zo letterlijk niet moet nemen, toch blijft de vraag wel knagen: Wat leert ons dit verhaal over God? Waarom zou God de aarde en alle mensen en dieren willen wegvagen en alleen een kleine rest behouden? Kun je zo'n God wel vertrouwen?                 De vragen zijn niet alleen die van ons, ze hebben altijd wel geklonken, ook in tijden dat dit verhaal wel geheel letterlijk werd genomen. De vraag of God het recht heeft de wereld te richten en af te rekenen met het kwaad onder de mensen is een van de moeilijkste vragen van het geloof, zowel voor joden als christenen en waarschijnlijk ook wel voor moslims. Laat ik er dit over zeggen: het is voor ons verborgen, hóe God sterker is dan het kwaad en het kwaad in zijn macht zal krijgen. Of God het kwaad straft en hoe, dat moet niet onze zorg zijn. We moeten het aan God laten.              Veel belangrijker is het, dat het in dit verhaal zoals in talloze verhalen in de bijbel de om redding gaat. Het is weliswaar redding op het nippertje en ternauwernood -  de mensheid scheert hier rakelings langs de afgrond -, maar het is toch voluit redding waar het God om te doen is. Dat maken we hier ook op uit wat God zei nadat Noach een brandoffer had gebracht op droge grond:               "Nooit weer zal ik de aarde vervloeken vanwege de mens, want alles wat de mens uitdenkt, is nu eenmaal slecht. Nooit weer zal ik al wat leeft doden, zoals ik nu heb gedaan. Zolang de aarde bestaat, zal er tijd zijn om te zaaien, en een tijd zijn om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomers en winter, dag en nacht, nooit komt er een einde aan."

Nooit weer. Dat betekent niet dat er nooit meer natuurrampen kunnen gebeuren. Wat hier bedoeld is, dat geloof ik vast, is, dat God helemaal niet wil, dat de wereld vergaat, dat al wat leeft ten onder gaat. God wil juist dat de wereld voortbestaat. Ze is zijn schepping. En de ark, die is een symbool van zijn liefde en bereidheid tot redding, vergeving en opnieuw beginnen, net als bijvoorbeeld de doop dat is.

Als we eerlijk zijn, dan weten we dat er een grotere kans is, dat de aarde vergaat door toedoen van de mens dan door de hand van God. Het is de mensheid die ondanks of juist met al zijn intelligentie de aarde vervuilt en uitput en die oorlog op oorlog ontketend heeft sinds zij op aarde huist.         God zegt het hier bijna laconiek: "alles wat de mens uitdenkt is nu eenmaal slecht". Om moedeloos van te worden.            En toch, en toch. Toch is het verhaal over Noach juist een verhaal vol hoop, een paasverhaal, zoals er zovele zijn in heel de bijbel, juist in wat wij het Oude Testament noemen. Hier is het enige dat helpt, te letten op dat teken van Gods liefde: de ark, die ons boven alles leert te vertrouwen op Hem, op zijn Woord en zijn beloften. Dat woord, waarmee hij Noach roept en waaraan Noach geloofhecht, wat hij gehoorzaamt. Dat is waartoe dat verhaal oproept: te geloven in God en zijn betrouwbare woord, dat, als het erop aan komt, getuigt van zijn liefde voor mensen, niet van zijn woede over hen, hoe terecht ook. In de voorbereiding van deze preek vond ik een prachtige uitleg van het hebreeuwse woord voor 'ark' van de Haagse rabbijn Marianne van Praag, dat mij in die overtuiging sterkt. Zij wijst erop, dat latere rabbijnen het woord dat hier gebruikt wordt ook vertaald hebben met 'woord'. Zo kun je ook zeggen dat Noach en de zijnen de vloed niet alleen overleven dankzij een zeewaardig schip, maar bovenal door hun toevlucht te nemen tot Gods woord. Gods Woord gaat boven alle stormen uit die in de schepping en in de mensenwereld woeden. Gods Woord is een ark van behoud, een reddingsboei, die God ons toewerpt. Gods woord redt ons. Het is een reddingsboot en een baken, waarop wij kunnen varen, die ons koers doet houden bij alle verwarring. Niet voor niets heeft joodse volk al die eeuwen zich gericht op Gods woord, door zijn geboden te doen of althans, door steeds weer te proberen die te doen.                       Als er iets is, dat ons als christenen verbindt met het jodendom dan is het dat: de gave van Gods woord in ons midden. Om ons aan vast te houden, om ons doro gedragen te weten.    Zo leren ons de rabbijnen van ruim 1400 jaar geleden en een Haagse rabbijn anno nu opnieuw naar dit verhaal kijken en er een aanmoediging te zien, ons te richten op Gods woord, dat ons leiden door de chaos die dit aardse bestaan kan zijn en zo vaak is. Goed, om dit op Israëlzondag te delen en goed om nooit te vergeten dat het door dit volk is, door de bijbel en door de jood Jezus, die ons tot Gods woord in mensengestalte is gegeven, in wie wij de Christus ontmoeten, dat wij mogen delen in Gods woord. Nota bene door een volk, dat zelf ondanks alle stormen en ellende die het moest en moet doorstaan behouden is en tot op deze dag onder en met ons leeft  woont. Laten wij daarom het geloofvolk Israël hoog houden en leren van zijn toewijding aan Gods woorden voor de mensen. Het zal ons helpen, om ons, temidden van alle kwaad en onrecht op aarde, te alten gezeggen door Gods stem, die opklinkt uit het Woord.