RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God is dan het dichtst nabij als Hij het verste weg schijnt te zijn." - Maarten Luther


De preek van zondag eerste Advent

E-mailadres Afdrukken

Wie kent dat gevoel niet, in deze wintertijd, als je wakker wordt van je wekker en het voor je gevoel nog middenin de nacht is, ook al is het al half acht 's ochtends. Je wilt je het liefst meteen weer omdraaien en slapen tot het tenminste weer licht is. Maar nee, jij moet je bed uit, wakker worden - opstaan! en velen van u moeten dan al vroeg naar buiten, nog altijd in het donker naar school of naar je werk. De gedachte dat het niet lang meer duurt tot het weer licht wordt en deze ochtendkwelling is weer voorbij, kan dan wel wat helpen om je uit je bed te hijsen, jezelf door de wasstraat te halen en je veilige huis te verlaten om de buitenwereld in te stappen. Daar maak je dan hopelijk net op tijd het ochtendgloren weer mee, zodat je humeur niet al te zeer beproefd blijft...

Ik heb nu heb me zelf nu wel ge-out als beslist geen ochtend mens, en sommigen van u wisten dat wel al wat langer dan vandaag. Maar u hoeft er geen rekening mee te houden hoor, ik kan er best mee leven.

Maar waarom vertel ik dit eigenlijk? Dat doe ik, omdat Paulus hier begint met dat contrast tussen dag en nacht. Hij lijkt aan te sluiten bij iets dat wij helemaal herkennen: "het uur is er thans om uit uw slaap te ontwaken"

Gelukkig, het wordt weer dag, straks wordt het licht. Dat is ook iets wat wij nog helemaal herkennen. En toch staat wat apulus zegt goedbeschouwd wel haaks op hoe de heersende cultuur van vandaag de tijd beleeft. Om het even heel kras te zeggen: in een heersende westerse cultuur die stelt dat wij het moeten doen met het leven hier een nu, zonder uitzicht op een eeuwig leven en zonder daarbij nog een andere vorm te geven aan het christelijk geloof - het kind lijkt immers voor velen met het badwater weggegooid, dus waarom zou je nog moeite doen- , beleven wij de tijd als een weg naar de dood, waarmee alles afloopt, voorbij is.

In de tijd waarin Paulus leefde, was er veel algemener een verwachting van opstanding en een nieuw leven, na de dood en ook een verwachting van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Paulus zelf heeft de Opgestane Heer ontmoet en het heeft zijn leven totaal op zijn kop gezet. Van de ene op de ander dag werd hij van een cynische vervolger van de Jezusmensen tot een prediker van de Opgestane christus, die zal wederkomen. Nu is dat ook nog de officiële theologie, maar ook steeds meer mensen in de kerken hebben moeite met deze manier van zien. Ze lijkt ver af te staan van onze eigen ervaringen met ziekte, dood en eindigheid en niet te vergeten, niet te stroken met de wetenschap.

Dat velen in het Westen vooral de connectie met deze manier van denken hebben losgelaten of deze zelfs nooit meer hebben meegekregen, heeft natuurlijk alles te maken met de afnemende invloed van de kerk op het openbare leven.

En hoe we dan omgaan met dat besef van de eindigheid van dit leven, dat kan allerlei vormen aannemen. Een van de meer opvallende vormen, is de overtuiging dat je maar één keer leeft en het er daarom nu van moet nemen, nu moet genieten,  nu je kansen moet nemen en je mogelijkheden moet uitbuiten. En dat gedreven door de overtuiging, dat wij zelf ons leven moeten maken. Yolo, 'you only live once', je leeft maar een keer, tenslotte, om het in termen van de jongerencultuur te zeggen. Het moet hier en nu gebeuren en dan graag een beetje feestelijk. Er is immers geen zicht op een toekomst na dit leven. Het leven is geen tunnel met licht aan de horizon, maar het is een lichte wereld, met een groot duister gat aan het einde. Een prachtig voorbeeld, waarin dit levensgevoel op een ijzingwekende manier wordt verbeeld is de film Melancholia van Lars von Trier, die onlangs weer eens op tv was.

Maar, is nu de cultuur waarin Paulus spreekt en preekt eigenlijk wel zo anders dan de onze? Toegegeven, er zal toen waarschijnlijk meer algemeen een geloof in voortleven na de dood zijn geweest, in vele godsdienstige vormen, maar het hier en nu leven in het besef van de eindigheid van het leven, was er niet minder om. Zonder medicijnen, zoals antibiotica, om maar iets te noemen, was je bij ziekte al snel ten dode opgeschreven.

Paulus kijkt om zich heen en constateert  voorbeelden van donkere levenswijzen, die passen bij de nacht:

"wandelen wij in goede vorm,
als op de dag!-
niet in zwelgpartijen en drinkgelagen,
niet in beslapingen en teugelloosheden,
niet in twist en naijver."

De voorbeelden de Paulus hier noemt zijn van alle tijden. Ze zijn vaak herkend als menselijke afleidingsmanoeuvres om het besef dat wij zullen sterven en het leven zelf maar moeilijk aan kunnen, de kop in te drukken, al is het maar voor even. In de roes kunnen wij wegvluchten. De lijst die Paulus hier noemt, is het begin van een zogenaamde schandcatalogus. Dat was een vrij standaard lijstje van dingen waar deugdzame mensen in de oudheid, zowel heidens als joods of christelijk, tegen fulmineerden, als ze de samenleving een spiegel voor wilden houden. Maar als je ze maar vaak herhaalt, worden ze krachteloos en denk je, ach, dat moralisme ook altijd, van de kerk, van de synagoge, van de  moskee, vul maar in... Die godsdiensten moeten ook altijd wat te zeuren hebben. Laat mij toch mijn leven leiden. Ik doe toch niemand kwaad?

Maar Paulus is niet zozeer moralistisch, zijn bedoeling is niet zozeer te zeggen: netjes leven, hoor, handen boven de dekens, want als de Heer terugkomt dan zwaait er wat ... Nee, Paulus gaat een stap verder dan dat. Hij contrasteert dag en nacht ook hier weer. Wat hoort bij de dag? Wat maakt die dag eigenlijk, van God uit bezien, tot een tijd waarin het goed leven is? Paulus zegt: leef naar de liefde voor je naaste, want wie de ander liefheeft , doet wat God wil.

En dan zijn we terug bij het begin van wat we lazen en waar Paulus spreekt over

"En dit
nu ge weet van het tijdsgewricht:
het uur is er thans
om uit uw slaap te ontwaken;
want nú is het heil ons dichterbij dan
toen we tot geloof kwamen."

Dat klinkt wat cryptisch, maar ik heb voor deze vertaling van Oussoren gekozen, omdat hij het prachtige woord tijdgewricht gebruikt. Dat is een vertaling van het woord voor tijd, als het beslissende moment van God uit. Dat drukt zoveel uit als dit moment in de tijd als een omslagpunt met beslissende betekenis: nu gaat het gebeuren, wees erbij, zorg, dat je zo leeft, dat je in je leven tot uitdrukking brengt dat God deze wereld een zin geeft en ergens naartoe brengt. Een scharnierpunt, zoals de gewrichten in je rug bijvoorbeeld je ruggegraat tegelijkertijd soepel en stevig maken.

Niet wegvluchten, dus, voor dood en tegenslag en ellende, niet die van jezelf en al helemaal niet voor die van een ander. Dat weet de Heer allemaal, dat die er zijn. Maar er is meer, er is Gods liefde voor jou, voor de wereld, dus leef zelf naar die liefde voor je naaste. Zo komt er iets in onze levenstijd van Gods eeuwigheid. Onze tijd en die van God haken in elkaar.

We leven als in de nacht, maar het wordt dag. Dat is waar Advent over gaat, over de nadering van God in deze wereld. In een mens nog wel, komt hij op ons toe: Jezus van Nazareth, die als het kind van Bethlehem ter wereld komt. Een van ons en een van God tegelijk. Hij komt als gerroepen, hij komt op het juiste moment.

Dat maakt ons leven hier en nu al nieuw, dat geeft ons reden tot hoop voor erna. Hoe dat wordt, dat weten we niet, dat is aan God. Maar er gloort al licht en dat licht mogen wij meenemen in ons leven. Je kunt je ermee bekleden, zegt Paulus, met dat licht. Het is een wapenrusting. Tegen wat? Tegen hopeloosheid en wanhoop en ook tegen cynisme,  zou ik zeggen. Het is wat geloven is. Leven in het licht, gekleed met Christus.