RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God is dan het dichtst nabij als Hij het verste weg schijnt te zijn." - Maarten Luther


De preek van zondag tweede Advent

E-mailadres Afdrukken

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

de teksten die we vanmorgen gelezen en gehoord hebben gaan alle drie over de toekomst. Jesaja beschrijft het uitvoerig wat er zal gebeuren, prachtig zijn de beelden over vrede en gerechtigheid: zwaarden worden ploegscharen en speren snoeimessen. Er zal geen oorlog meer zijn.

Paulus heeft het over de wortel van Jesse op wie de heidenen zullen hopen en over de God van de hoop die hen zal vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven.

En in het evangelie van Lucas horen we dat het Koninkrijk van God nabij is, dat deze generatie niet voorbij zal gaan voordat de mensenzoon zal komen met grote kracht en heerlijkheid. De verlossing is nabij!

Het is van alle tijden dat mensen het gevoel hebben dat het einde der tijden nabij is. In een preek van Luther bij de tekst van Lucas, speciaal geschreven voor de tweede adventszondag, geeft hij aan dat er zoveel mis is dat de jongste dag niet ver meer kan zijn:

Ik citeer een klein stuk om u te laten zien hoe herkenbaar ook voor onze tijd is wat hij in 1522 formuleerde:

'Indien iemand alle kronieken doorleest, zo vindt hij van Christus geboorte af aan niets dat met deze wereld in deze eeuw in alle opzichten gelijk is. Zo bouwen en planten is nog nooit zo algemeen geweest op de wereld, zo kostelijk en verschillend eten en drinken is ook zo algemeen nooit geweest als tegenwoordig, de kleding is zo kostbaar geworden dat het niet erger kan. Wie heeft ooit van zo'n handel gelezen die nu om de gehele wereld vaart en alles verstrengelt? zo is het ook met allerlei vormen van kunst, schilderen, borduren, graveren, die nemen toe en zijn reeds zo ver gekomen dat ze sedert Christus' geboorte haars gelijke niet hebben. Daarenboven zijn er thans zulke scherpzinnige en verstandige mensen die niets verborgen laten, zo ook, dat nu een jongeling van 20 jaar meer weet dan vóór deze 20 doctores wisten.'

Luther zou nu eens om een hoekje moeten kijken in onze wereld, hij zou niet weten wat hem overkwam als hij zag hoeveel de kennis is toegenomen, hoeveel meer contacten er zijn tussen mensen over de hele wereld, hoeveel er is verbeterd ten opzichte van zijn tijd in bijvoorbeeld gezondheidszorg en sociale wetgeving. Maar hij zou ook zien dat de jongste dag nog niet gekomen is, dat de grote verlossing nog niet heeft plaats gevonden.

En dat zou Luther niet alleen zien, dat maken wij dagelijks aan den lijve allemaal mee.

Wat moeten we daar mee? Voor veel mensen is de rek er uit: ze maken heftige dingen mee in hun leven, ervaren niet een direct ingrijpen van God ten goede en haken af: als God dan almachtig is, waarom doet Hij dan niks aan de ellende van oorlogen, ziektes, onrechtvaardige bejegening, het afkalven van het geloof in onze westerse wereld en daarmee het langzaam maar toch vrij zeker instorten van het instituut kerk zoals die eeuwen in de maatschappij heeft gefunctioneerd.

De titel van een bijzondere uitgave van Karel Eykman aan de hand van de psalmen  luidt: een knipoog van u zou al helpen. Het is een zin uit zijn bewerking van psalm 39, waar David vraagt aan God om zijn straffende blik af te wenden. Eykman formuleert het zo: zie mij toch aan Heer, met andere ogen, met een knipoog van u zou ik al geholpen zijn. In moderne taal vraagt hij om een teken, een signaal van Gods aanwezigheid. Dat verlangen is van alle tijden en alle mensen.

Maar net als in de tijd van de psalmen zien wij ook zo vaak die knipoog niet, ervaren we niet de invloed van God in ons leven, merken we niks van verlossing die nabij is.

En toch vieren we de Advent, staken we vanmorgen de tweede kaars aan als teken van het op weg zijn naar Kerst, naar de viering van de geboorte van Gods Zoon in onze wereld. We gaan kennelijk toch met elkaar ergens naar toe, leven niet alleen in het hier en nu zoals tegenwoordig zo vaak voor ons welzijn wordt aangeraden.

Het lijkt zo dubbel:  we staan met onze voeten in de modder van het leven. Het is herfst, de stormen blazen de bladeren van de bomen en hoewel het over twee weken al weer lichter wordt moet de kou van de winter nog komen. En tegelijk kun je aan veel bomen en struiken al weer knoppen vinden. Ongelooflijk vind ik dat altijd: die knoppen komen niet na de rustperiode van de winter, nee, die zijn er nu al. De toekomst, het uitbotten van de takken, is  al weer in aanleg aanwezig. En zichtbaar. Lucas spreekt over de vijgeboom en alle bomen waaraan je kunt zien dat de zomer al weer nabij is. En hij koppelt dit aan het weten dat de verlossing komt, dat het Koninkrijk van God nabij is.

Bij de voorbereiding van deze dienst schoot me het lied Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy, van Ramses Shaffy te binnen en toen ik dit aan mijn kinderen vertelde attendeerden ze me op een soortgelijke tekst van Nick en Simon: Kijk omhoog!

Als je deze teksten naast elkaar legt en naast de bijbelteksten die we vandaag gelezen hebben kun je een aantal parallellen zien:

Het lied van Ramses Shaffy eindigt met

Sammy loopt maar door de nachten
Op een wondertje te wachten
Wie zal dit voor jou verzachten Sammy
Want jouw nachten Sammy zijn zo koud
Hoog Sammy, kijk omhoog Sammy
Er is er een die van jou houdt

En Nick en Simon zingen:

Je voelt de zon op je gezicht
Het word de hoogste tijd
Dat jij je zelf bevrijd
Zie het in een ander licht

Maar je hoofd vol zorgen
Houd je lichaam in z'n macht
Er komt altijd een morgen
Ook na de langste nacht

Kijk omhoog naar de zon
Zoek niet naar een antwoord
Laat het los hou je vast aan mij
Deze weg wijst zichzelf
Hij leidt je naar de toekomst
Deze wolk drijft snel voorbij

Weten dat er uitzicht is op beter, dat er een morgen komt, dat er hoop is. Dat we ons daarop moeten richten, niet vast moeten blijven zitten in het zoeken naar antwoorden, in het lopen door de nacht. Laat los en ga de weg die zichzelf wijst.

Los van of we de moderne teksten mooi vinden qua taal, of de muziek die er bij hoort ons aanspreekt of de vertolkers er van, het gaat hier, denk ik, wel over iets heel wezenlijks:

Staan we open voor verandering. Durven we hopen op dat het beter kan, dat de kracht van de Heilige Geest mag toenemen om met Paulus te spreken.

Hopen is een merkwaardige houding: je hebt een soort beeld van hoe je graag zou willen dat iets is en zonder dat je zekerheid hebt dat het werkelijkheid zal worden houd je je toch vast aan het idee dat dat zou kunnen. Hoe doen we dat eigenlijk, waar halen we hoop vandaan? En wat brengt het ons, wat levert het ons op?

Hoop doet leven is een bekend spreekwoord. In de zorg voor ernstig zieken is het een belangrijk thema: hoop geeft mensen kracht, maar leidt soms ook tot ontkennen van hoe ziek iemand is. Wat moet je dan doen als hulpverlener? Mensen de hoop ontnemen en met de werkelijkheid confronteren dat er geen mogelijkheden op verbetering van de situatie meer zijn? Of juist meegaan in de hoop omdat dat vaak veel prettiger voelt voor iedereen? U zult begrijpen dat dit maatwerk is, maar ook dat het een vraag is die in veel situaties twijfel oproept.

Hoop houdt ons overeind en bepaalt ons bij de toekomst, motiveert ons ook. En daar vinden we een belangrijk aanknopingspunt met de boodschap van het evangelie.

Terwijl we leven met onze voeten in de modder, in het ongerijmde aardse bestaan waarin zoveel is wat niet goed is, niet rechtvaardig, niet liefdevol, niet zoals het leven bedoeld is, moeten we waakzaam zijn, opletten op signalen van hoe het beter kan. Soms zien we, soms even, om met Huub Oosterhuis te spreken hoe God in onze wereld aanwezig is en werkt. Dan mogen we hier en nu al ervaren hoe het in Zijn koninkrijk zou kunnen zijn: daar waar mensen in liefde elkaar ondersteunen, genieten van het goede der aarde, vreugdevol zijn over nieuw leven, boven zichzelf uitstijgen in stille meditatie of helemaal op een andere manier door zich praktisch en fysiek in te zetten voor een betere samenleving of in de strijd tegen armoede en onrecht.

Als we die signalen blijven zien en elkaar er ook op wijzen maakt dat ons leven hier en nu vrolijker, lichter, meer gericht op het goede dat er al is. Dat brengt ons ook dichter bij het ervaren van God, die ondanks alles ook nu in onze wereld zichtbaar is, overal waar liefde wordt gedaan en heil wordt gebracht.

Daarmee ontkennen we verdriet en pijn niet, zeggen we niet dat we ons daar maar van moeten afkeren, niet moeilijk moeten doen. Juist niet. Klagen als iets niet goed is mag, merken dat er plaats voor is bij God en bij de mensen is een signaal ten goede.

De Advent duurt vier weken, we leven toe naar het feest van de geboorte van Christus. Vier weken waarin we tijd nemen om ons te bezinnen op wat dat feest voor ons betekent.

Als we elkaar in deze periode bij de les kunnen houden om te blijven zien en werken aan dat het beter kan, maar ook dat het hier en nu soms al beter is, dan richten we ons hoofd op, kijken dankbaar en blij omhoog en leven we vanuit hoop die naar ons toekomt.

De postduif bracht vanmorgen de kinderen een takje met nieuwe knoppen er aan, een prachtige boodschap die ook wij niet mogen missen.

Amen.