RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Zorg, dat ik niet alleen kan bidden met de mond. Help mij dat ik kan bidden uit het diepst van mijn hart." - Maarten Luther


De preek van Kerstmorgen

E-mailadres Afdrukken

Wij vieren ons kerstfeest in een wereld waar een mens niet meer zo gauw uit zichzelf naar God vraagt, niet naar zijn bestaan als zodanig, niet naar zijn aanwezigheid in de werkelijkheid zoals wij die ervaren. Die vraag, daar lijken steeds meer mensen eigenlijk wel klaar mee, hier in het Westen. We kunnen het ons steeds minder voorstellen, dat God er is, dat hij bestaat op de manier waarop wij zélf er zijn: als een persoon, die weet dat hij er is, die voelt, die spreekt, hoort, vraagt. Een persoonlijke God buiten ons, als iemand die tegenover ons staat, dat kan toch niet?  Ook steeds meer theologen zeggen het hardop: "God bestaat niet. Hij kan niet bestaan. Jammer, misschien, maar we kunnen maar beter eerlijk zijn." De mensen die 'nog' wel in God geloven, die worden schaarser en schaarser. Hoe rijm je God met hoe deze aarde onstaan is, met alle leed dat de mensen plaagt die op die aarde leven, met wat wij elkaar aandoen.

Die vraag naar God, daar moeten we het mee uithouden. Die hoort nu eenmaal bij ons leven hier en nu. Hij valt niet meer tot zwijgen te brengen.

Het is misschien wel een heel westerse vraag, van doorgaans wat rijkere, weldoorvoede, goed geklede en redelijk tevreden mensen. De arme mens in deze wereld zal eerder vragen: waar bent U God, waarom hebt u mij verlaten? Ik zit hier in de val, in Syrië, in Zuid Soedan, ik zit in een gammel bootje waarmee ik Afrika ontvlucht ben, ik houd me staande in grote armoede en diepe ellende. Die vraag naar God is een andere, is een beroep op God, een noodkreet tot God. En ook ieder van ons die met lijden te maken heeft, herkent die vraag.

Johannes leeft in een heel andere wereld dan wij, als hij schrijft wat wij vandaag maar voor ons gemak zijn kerstevangelie moeten noemen: "Het Woord is mens geworden en het heeft bij ons gewoond". Dat is Johannes' manier van verwoorden hoe God zich laat kennen in een mens in het bijzonder: Jezus van Nazareth die de Christus is, zoals ook Marcus, Matteüs en Lucas belijden. Hij leeft in een andere wereld, die nog vol religie is, in vele soorten en maten, maar zoals hij en andere christenen over God spreken, dat kan niet volgens velen.

'Woord van God' en God als een woord, dat kan nog, maar dat het mens wordt? 'Vlees', staat er letterlijk. En velen om Johannes heen vinden dat een vies woord, 'vlees'. Dat kun je toch niet gebruiken als je iets wil uitleggen over het hoogverheven wezen dat God is, of leiver nog: 'het goddelijke'? Hoe kan je nu het principe waarop de wereld berust, in één adem noemen met de mens, dat jammerlijke wezen met een lichaam, dat eet en drinkt en zijn afval ook weer kwijt moet, met anderen spreekt en hen liefheeft, ziek wordt en doodgaat en waarvan je mag hopen dat hooguit zijn geest ooit God zal zien? Nee, een God die zich zo met mensen inlaat is al te menselijk. Veel te joods, ook, bovendien, vonden ze in de Griekse wereld. Een God die zo lijkt weggelopen uit die verhalen uit de boeken van Mozes, de geschriften en profeten. Als we dan al christen zouden willen zijn, dan toch graag met wat meer afstand tussen lichaam en ziel, tussen aarde en hemel graag, mijnheer de evangelist. Het liefst helemaal zonder de joodse bijbel, dat boek dat zo naar slaven en woestijn ruikt.

Johannes is  de meest filosofische van de evangelisten, die nog het meest probeert mee te praten in het jargon van zijn tijd, om mensen te bereiken met het evangelie. Hij mag dan ver gaan en mensen best een eindje tegemoet komen, maar een paar dingen geeft hij niet op: God is tegelijk hoog en laag. Hij is eeuwig en hij is er hier en nu. Hij is er als Woord en Licht  dat schept en verheldert en hij is er als één die ons net zo nabij komt als een medemens, als een tijdgenoot. Hij schaamt zich niet, om zich in te laten met mensen van vlees en bloed. Met Israël en met niet-joden. Dat hoort allemaal wezenlijk bij God. Hij kan en hij wil niet anders. Het is gegeven met zijn scheppende kracht, waarmee hij hemel en aarde schiep, een plek om leven mogelijk te maken, door licht in duisternis te maken. Hij wil bij ons wonen, bij de mensen, hij wil bij hen onderdak komen, als een woord, dat tegelijk daad is. Tegen de achtergrond van Genesis, waarin God de schepping beschrijft, als een proces waarin God de chaotische wereld bewoonbaar maakt, voert Johannes Jezus  op als een nieuw scheppend woord, dat licht maakt in het donker, dat vol is van goedheid en waarheid. Jezus is het woord van God en hij is de leeslamp, waarmee we al Gods woorden kunnen herkennen als richtingwijzers naar die ene waarheid: God is liefde.

"Het woord is mens geworden en het heeft bij ons gewoond."

Die woordjes 'bij ons' zijn belangrijk. Ze maken in een klap duidelijk waarom het met Kerstmis, waarom het in heel het evangelie gaat: God komt tot de mensen. De mensen kunnen niet opklimmen tot God, niet in hun woorden, niet in hun daden. We hoeven het ook niet. Het Woord komt bij ons en het doet een beroep op ons, vraagt ons: wil jij in mij geloven, in een Woord dat tegelijk daad is, in een Woord, dat goed en waar is, een Woord, dat ruimte schept om te leven voor jouzelf en voor je naasten? Wil je dat, wil je Míj ontvangen? Dan ben je bevoorrecht, dan mag jij ook kind van God heten. Want geloven is niet: een rijtje dogma's beamen. Geloven is je toevertrouwen aan het Woord van God, aan de beweging van dat Woord in deze wereld, het zijn gang laten gaan en dan ontdekken dat jij mee mag doen. Zo dragen ook wij dat Woord van God met ons mee, in ons mee. Het richt onze blik richten op wat om ons heen gebeurt. Het geeft ons licht, om vanuit te leven in deze wereld, die onherbergzaam kan zijn om zo zelf tot een plaats te zijn waar onze naaste kan schuilen.

Of hij bestaat of niet, dat is geen vraag voor Johannes. God laat van zich horen. Hij spreekt zich uit tégen het donker en vóór het licht. Dat laat zich niet vastleggen in een boek, hoe belangrijk dat boek ook is en hoezeer ook elke letter telt. Het Woord komt de wereld inwandelen om ons te ontmoeten. Het vraagt bij ons onderdak. Het werkt en doet en roept ons op, om ook door ons gedaan te wórden.

In Christus is het Woord Mens geworden en het maakt óns mensen, kinderen van God. Gezegend Kerstmis.