RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Hier sta ik. Ik kan niet anders. God help me. Amen." - Maarten Luther


De preek van zondag 29 december 2013

E-mailadres Afdrukken

Het is een moeilijke stap die wij vandaag zetten, in deze dienst, daarvan ben ik mij zeker wel bewust. In deze kersttijd en zelfs in deze viering klinken op een na allemaal vrolijke liederen bij een evangelie dat weliswaar een boodschap van hoop verkondigt, maar wel  tegen de achtergrond van dat gruwelijke verhaal over de kindermoord in Bethlehem. Het kerstevangelie wordt ons verkondigd in een wereld, waarin dat bijna dagelijks gebeurt: kinderen sterven, omdat mensen er niet voor terugdeinzen om hen op te offeren aan machtwellust, aan militair - of ander gewin. Dat vertellen ons de nieuwsberichten, de dat gebeurt in Syrie, in Zuid Soedan en Centraal Afrika, dat gebeurt in naaiateliers en fabrieken in Azië en het gebeurt nog wel dichter bij huis.

Dat vertelt nu ook Matteüs over het kind Jezus. Ook hij zal gedood worden, al is hij voorlopig aan dat lot ontsnapt en is het zijn tijd nog niet, maar ook Hem treft eens het lot dat al zo vroeg voor hem bestemd was door de machthebbers. Uit die  plaatsvervangende moord aan het begin van zijn levensverhaal - een macaber en onbewust, ononnozel inderdaad 'allen voor een' -, moet blijken, zo vertelt Matteüs, dat er voor het kind van Bethlehem geen plaats is in de wereld. Voor dit kind, voor deze belofte, voor dit hoopvolle woord in het vlees is geen plaats. Lucas zegt: niet in de herberg, Johannes zegt: niet bij de eerstaangesprokenen en Matteüs zegt dus: niet bij de mensen met macht en  aanzien. Want zij worden bang van iemand aan wie, ook al is hij nog zo klein, zo'n weergaloze  en messiaanse roep uitgaat. Blijkbaar is die angst zo groot, dat hij dood moet. Om zeker de weten dat die ene het niet overleeft, moeten alle jongetjes tot twee jaar eraan. Onschuldige, onwetende, onnozele kinderen, alsof niet alle kinderen dat zijn, zeker als het zo'n lot betreft.

Of die kindermoord nu wel of niet in werkelijkheid heeft plaatsgevonden, Matteüs maakt meteen aan het begin duidelijk met wie wij hier te maken hebben: met de Mensenzoon, die in deze wereld komt om er in ten onder te gaan. De Zoon, die uit Egypte, het angstland moet worden weggeroepen, om tot zijn bestemming te komen, die lijkt uit te lopen op de dood, maar daar toch aan voorbij zal gaan, naar een nieuwe toekomst. Vanuit het duister, gaat een ster op en gaat het licht zacht gloren. Zo begint eens de nieuwe dag.

Dat zo kort na Kerstmis, het lichtfeest bij uitstek, zo'n donker en wreed verhaal verteld wordt, dat zo heftig en hopeloos klinkt, daar willen wij liever niet aan. Maar toen we het met Kerstmis hadden over het Woord, dat in deze wereld gekomen is en er mens wordt, toen ging het ook al om niets anders dan dit: dat God met ons is door geheel ons bestaan met ons te delen, inclusief alle nood, dood en verdriet daarom. Juist temidden van het diepste donker, ons donker, van rouw en verdriet, van onbegrijpelijke wreedheden en conflicten die het leven onmogelijk maken, geeft God een kind, een mens, een woord, een licht, dat ons zal wegleiden uit het donker. Zoals Simeon het zingt in zijn lofzang, als hij de kleine Jezus in zijn armen heeft genomen: "met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk". Die redding komt middenin een ontzinde wereld. Maar die wereld zal het niet te pakken krijgen, zoals Matteüs verhaalt over de vlucht naar Egypte en Johannes zegt, in de woorden van Kerstmis: "Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen."

Er is veel donker in deze wereld. Maar wij hoeven niet bang te zijn in het donker. De werkelijke macht is aan het licht, is aan het woord, is aan God zelf. Ook al spreekt alles om ons heen daartegen. Juist temidden van het diepste donker moet dat verteld en bezongen worden. Daarom vieren wij Kerstmis, daarom moet ook dit verhaal verteld worden. Opdat wij altijd weer nieuwe hoop krijgen en moed vatten.