RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God schrijft het evangelie niet in de bijbel alleen. Ook op bomen en in de bloemen en wolken en sterren." - Maarten Luther


De preek van zondag 5 januari

E-mailadres Afdrukken

Mattheüs vertelt hoe zij de pasgeboren Jezus, als nieuwgeboren koningszoon komen aanbidden. Ze komen van ver en ze hebben een heel andere godsdienst en vertrouwen op de sterren. Mattheüs wil ermee zeggen: nu is de tijd gekomen, dat God zijn heil aan heel de wereld zal laten zien en merken. Het grote nieuws is zo duidelijk, dat het door alle barrieres van nationaliteit en godsdienst heen breekt. God heeft niet maar één volk op het oog met het heil dat Hij wil geven. Het heil, de héélmaking van de wereld, die door de joden al zoveel eeuwen werd en wordt verwacht, is nooit voor maar één volk alleen bedoeld geweest: het was en is er voor allen die het willen ontvangen en ervoor open staan. Met zijn verhaal over de drie magiërs benadrukt Mattheüs de reikwijdte van de betekenis van het kind van kerstmis: het strekt zo ver als de wereld wijd is. God is de redder en behoeder van de héle wereld, van álle mensen die op aarde wonen. Haar vernieuwing gaat iedereen aan. In het licht van het evangelie, in het bijzonder van dit evangelie van Epifanie, telt ieder mens mee. Waar hij of zij ook vandaan komt. En Mattheüs wil een hoopvol signaal afgeven door erop te wijzen dat de wereld dat ook begrijpen zal, dat zij naar de plaats van het heil tóekomt. Het is als in de profetie van Jesaja: ...over jou schijnt de Heer. Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van jouw schijnsel...

Als we in de kerk tot in onze dagen willen zeggen dat het God om de héle wereld te doen is, gebruiken wij het woord oecumene.

Wij kennen het woord oecumene vooral als ander woord voor 'interkerkelijk' en voor: alle kerken over de hele wereld samen, de kerk in zijn algemeenheid. We drukken ermee uit, dat we als christenen in de verschillende kerken en wereldwijd wel onderling kunnen verschillen, heel sterk zelfs, maar dat er toch ook een verbóndenheid is. Daarom kunnen we in onze geloofsbelijdenis spreken van de 'Kerk' en daarmee tegelijkertijd de veelheid en de diepere eenheid mee bedoelen.

Maar oecumene is nog een veel ouder begrip. Voor de Grieken en de Romeinen in de oudheid betekende het zoveel als de bewoonde wereld. Bewoonde wereld. Iets van dat wonen zien we ook terug in het woord oecumene. Het woord heeft iets in zich bewaard van het griekse woord voor ''huis', oikos. Een huis, daar woon je, daar ben je thuis. Die oecumene gaf dus ook iets aan van: als je ergens in die wereld woont, hoor je er ook thuis, hoor je erbij.

Voor de eerste christenen had oecumene ook die betekenis van 'bewoonde wereld'. Ook al waren christenen in de ogen van hun tegenstanders misschien een kleine sekte, zelf hebben christenen van meet af aan oog gehad voor de wereld om hen heen, Christenen hebben zich van meet af aan geroepen gevoeld om van de wereld een huis voor allen te maken. Niet om er al te vast in te wonen, - uiteindelijk zijn wij pas echt thuis bij God – maar wél om de wereld leefbaar te maken voor allen die er wonen. Zo werd het evangelie verkondigd en wilde men Gods liefde en zorg voor Zijn wereld duidelijk maken. Het christendom werd een godsdienst die zeer veel verschillende volken over de hele wereld met elkaar verbond, ongeacht afkomst en herkomst. Zo kreeg het woord oecumene zijn huidige betekenis: wereldwijde christelijke geloofsverbondenheid.

Ondanks alles dat daarbij misgegaan is – gedwongen bekering, minachting voor de eigenheid van volken en culturen, plat winstbejag - toch is het geloof dat wij als mensen overal op aarde met elkaar verbonden zijn, één van de onopgeefbare kernpunten van ons geloof. Want christen zijn betekent dat wij ons mogen beseffen dat wij deel uitmaken van een wereldwijde gemeenschap. Een gemeenschap die bestaat tot heil, tot heelmaking, gezondmaking van de mensenwereld als geheel. Een gemeenschap, een lichaam. Lichaam van Christus, waarvan de leden, waar ook ter wereld met elkaar verbonden zijn. God róept de kerk en róept de leden van de kerk om de wereld, een wereld vol met medemensen, te dienen en lief te hebben. Degenen die vandaag tot ouderling worden bedankt en zij die worden bevestigd stellen zich heel in het bijzonder inde dienst van de kerk en daarmee van de wereld, maar het gaat ons állen aan.

De ellende die wij zien inde wereld is haast te erg om aan te zien. Toch mogen ons gezicht niet afwenden van de nood die wij zien. Wij mogen ook niet in ons geloof wegvluchten als in een paradijselijke wereld. Het paradijs bestaat niet meer en de nieuwe wereld groeit onder Gods handen zonder dat wij er veel van kunnen waarnemen.

Onze westerse rijkdom is heel dubbelhartig. Zij is de oorzaak van de verdeeldheid in de wereld, -arm versus rijk, kansarm versus kansrijk en tegelijkertijd stelt zij ons als westerlingen in staat te helpen waar dat nodig is. Dat staat ons dan ook te doen: helpen. Niet uit liefdadigheid of misplaatst paternalisme Maar opdat ook voor mensenogen zichtbaar mag worden wat voor Gods ogen allang zichtbaar is: dat de wereld één ongedeelde wereld, één oecumene is

Dat is onze roeping. Maar wij moeten het voorlopig met deze wereld doen. Want het is God om déze wereld te doen. Wij zijn geroepen het lijden van de wereld mee te voelen met hen die de zwaarste lasten dragen. Want het lijden van de rest van de wereld, van het Midden Oosten en Afrika gaat ook ons aan. Want God heeft de wereld bedoeld als bewoonbare wereld voor allen, een wereld als een huis waarin velen samen wonen en met elkaar delen.

Wij mogen erop vertrouwen dat God dat lijden Zélf meedraagt. Hij heeft het laten zien door zelf onder ons, in de wereld te komen, als een mensenzoon, als een Woord dat roept tot navolging. De magiërs, mensen van ver weg hebben dat begrepen. Laten wij het tot uitdrukking brengen als wij straks onze gaven geven. Om de wereld bewoonbaar te maken, een huis voor velen. Omwille van de oecumene.