RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God als vriend te hebben is fijner dan alle vriendschap van de wereld." - Maarten Luther


De preek van zondag 26 januari 2014

E-mailadres Afdrukken

De macht van het woord is groot. Het kan tot vrijheid oproepen en tot het neerslaan daarvan. De revoluties van de laatste jaren begonnen met woorden van verzet, met leuzen en zetten bewegingen in gang, die soms met geweld de kop worden ingedrukt, maar vaker nog veroorzaken ze vuren die niet meer te doven zijn. Egypte, Syrië en nu ook Oekraïne zijn grote en huiveringwekkende voorbeelden, maar het gebeurt ook in onze eigen politieke wereldje. Wat soms hoopwekkend begon, verkeert in een onontwarbare chaos. En het woord dat met macht de chaos moet onderdrukken makat het vaak nog erger.

En nog dichterbij huis gonst het van woorden op allerlei manieren. In onze eigen gesprekken, op opdringerige billboards en in eindeloze stromen op de radio of de t.v. en laten we facebook, whatsapp en twitter niet vergeten.

Zo heeft het woord macht over ons: het nestelt zich in ons hoofd en beïnvloedt onze meningen en ons doen en laten:  "Doe dit, koop dat, fluistert het ons toe..." En  mensen kunnen elkaar met één woord onderuit halen. Het hoeft niet eens waar te zijn, maar het kan veel schade aanrichten. Het woord, al is het ons éigen woord, kan ons maken en breken.

En zelfs de bijbel is wat dit betreft niet altijd veilig. Vandaag horen we hoe Jezus zegt datde erfgenamen van het konkrijk bverbannen zullen worden, terwijl de volken er wel bij zullen horen. Dat is harde taal, die we moeten begrijpen in het licht van de contekst waarin ze werd opgeschreven. Kleine groepen christenen tegen een grote meerderheid van joden, die ook weer zeer verschillend waren en waarvan een deel vijandig stond tegenover die nieuwe secte. De vijandige taal die dan opklinkt uit dit verhaal sluit voor ons aan bij en bijna 2000 jaar lange geschiedenis van antisemitisme, die verbonden is met de geschiedenis van het christendom. Zelfs de evangelieën laten hiervan iets zien. Moeilijk, maar we moeten dat aanvaarden.

Maar gelukkig is de macht van het woord niet alleen maar negatief. Mensen kunnen ook een goed woord voor elkaar doen. In de diplomatie, de advocatuur, op het gebied van de mensenrechten, inde literatuur, de muziek. En dat is iets om dankbaar voor te zijn.

De Bijbel spreekt ons over de macht van een ánder woord: de macht van het Woord van God. Als God spreekt, kan dat in de Bijbel nooit zonder gevolgen blijven: Gods Woord is een woord met scheppingskracht. Gods Woord is woord en daad inéén.

Vandaag hoorden we het verhaal een Romeinse commandant, een centurion (gaf leiding aan 100 soldaten) die de macht van Gods Woord in zijn leven ervaart.

Jezus is nog maar net de berg afgedaald na het uitspreken van de bergrede, aangekomen in Kapernaum, of er komt een militair aangelopen. Foute boel, zou je denken: een Romein aan de deur. Geen welkome gast ook, zou je denken, in die dagen van de Romeinse bezetting van Israël... Maar nee, deze man komt met een noodkreet:        "Heer, mijn jongen ligt verlamd op bed neergesmeten en lijdt

verschrikkelijke pijn!"

Meteen zijn we ervan doordrongen dat deze man ook maar een mens is. Ze kennen hem ook wel: hij woont in hun dorp, hij heeft er de leiding over het Romeinse garnizoen. Maar hij is wel een mens met macht. Een macht van het woord, ook. Met zijn bevelen bepaalt hij hoe hun leven eruitziet. Uiteindelijk ligt hun leven daarmee in zijn handen. Maar de centurion beseft heel goed, dat die macht niet van hem zélf is, dat hij die macht heeft gekregen van de Romeinse Keizer.

"Want ook ik ben een mens onder gezag, ik heb soldaten onder mij en ik zeg     tot de een 'ga heen' en tot de ander 'kom' en hij komt en tot mijn dienaar 'doe       dit' en hij doet het",

Hij kent de betrekkelijkheid van de macht. Hij weet dat hij maar een schakel is in de keten van de macht.            En dat is een groot goed, dat hij de betrekkelijkheid van de macht kent, want daardoor durft hij meer dan menig Romein in zijn trots zou durven. Hij durft naar Jezus te gaan, die Joodse leraar, waarover hij heeft horen zeggen dat die een andere macht heeft. Een hélende macht. Een macht die nog iets meer te zeggen heeft dan "doe dit" en "doe dat!"

Bij Jezus durft hij zijn wanhoop om zijn knecht, zijn jonge slaaf, te laten zien. En Jezus biedt meteen aan, met hem mee naar zijn huis te gaan.

Maar de centurion weet dat dat niet kan: een vrome jood in het huis van een heidens Romein, dat kan toch niet, in de ogen van de omstanders. Al is hij nog zo hoog in rang, hij kent zijn plaats, temidden van dit dorp.

"Heer, ik ben niet waard, dat u onder mijn dak binnenkomt, nee, zeg het alleen met een woord en mijn jongen zal beter worden!"

Hieruit spreekt een enorm vertrouwen in de kracht van Jezus en daardoor een enorm geloof in het Woord van God. Met zijn woorden over zijn eigen ondergeschiktheid aan de Keizer verwijst naar Jézus. Hij wil zeggen: zoals ik als ondergeschikte mijn macht uitoefen over mijn soldaten, zo zijn Uw krachten U gegeven door God. Hij gelooft in de zeggingskracht van deze man, voor wie spreken en doen één zijn. Eigenlijk zegt hij, net als Maria ooit: "mij geschiede naar uw woord"

En zo gaat het. Eén enkel woord uit Jezus' mond is al evangelie, dat geneest.

Kunnen wij hem dat nazeggen? Ervaren wij de macht van Gods Woord in ons leven ook als zo groot? Zo'n groot geloof in de macht van Gods Woord roept natuurlijk vragen op. Het blijft toch altijd een bitter raadsel waarom niet alle mensen, voor wie wij bidden, genezing vinden. Het blijft ook een vraag, wat geloof nu eigenlijk is, wat zijn werkzaamheid is. Waarom gelooft de een wel, de ander niet?

Ik denk dat het hier gaat om de vraag naar Gods aanwezigheid in het Woord, in de woorden van de Bijbel maar ook in de woorden en daden van Jezus Christus, Gods Woord in het vlees. Zo beschouwd is een enkel woord dat van God komt al evangelie.

Van dat woord mogen wij grote verwachtingen hebben. Wij kunnen osn erop richten, erop afstemmen, om zo te zeggen. Daarom heeft de Reformatie altijd zo gehamerd op de openbare bediening van het hoorbare Woord en de Sacramenten als het tastbare Woord. Het moet gehoord en dus gelezen, vooral voorgelezen worden en verkondigd worden, in woord, daad en muziek, want daardoor kan zijn werk doen in ons en in ons leven.

Het Woord van God is levend Woord, dat ons op het hart drukt, dat welke woorden ons ook als kogels om de oren vliegen: kwetsend, kleinerend, ontmenselijkend, er is één woord, dat dat eerst komt, het Woord van Gods liefde. Al de rest komt daarna.

Dat Woord roept ons. Waar het klinkt, kan het in óns weerklank vinden. Het vraagt om ons vertrouwen op God, die Zijn Woord in ons wil laten wonen. God gaat met ons en in ons zijn weg als een helende kracht, die ons leven draagt, die ons doorgloeit, die ons bemoedigt en die alles doen wil, waartoe God het zendt.

In Christus wil Gods Woord onder ons dak komen. In Gods ogen zijn wij dat waard.

Wij krijgen niets anders onder onze voeten dan Gods Woord. Om ons leven richting te geven, om ons toekomst te geven, temidden van alle wanhoop.  Dat Woord neemt ons in dienst, wij krijgen van God het ambt van alle gelovigen. Dat is zo voor ieder van ons. Vandaag hernieuwen Beitske de Jager en Berend Tiesinga in het bijzonder hun dienstwerk in de kerk. Moge Gods Woord hen sterken en bewaren en opklinken in wat zij doen voor kerk en wereld.