RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Onze naaste is ieder mens, in het bijzonder die onze hulp nodig heeft." - Maarten Luther


De preek van zondag 2 februari 2014

E-mailadres Afdrukken

Vandaag, op 2 februari vieren wij 'de opdracht van de Heer in de tempel'. Van oudsher ook 'Maria reiniging' of 'Maria Lichtmis' geheten, in de Roomskatholieke traditie. Het feest gedenkt het joodse rituele reinigingsoffer dat Maria in de tempel brengt, volgens de reinheidswet uit Leviticus 6.

In de Rk-traditie is het Lichtmis gaan heten, omdat de viering met een kaarsenprocessie begint, waarvoor de kerkgangers een brandende kaars uitgereikt krijgen, die verwijst naar het licht dat in het kind Jezus  geopenbaard wordt aan de volken, zoals Simeon zingt.

Maria als moeder van de Heer heeft dat licht als een kind ontvangen. Zij  vertegenwoordigt zijn toebehoren aan het volk Israël, het joodse volk, het volk van God. Haar lied dat klinkt bij de aankondiging door de engel Gabriël zingt over Gods barmhartigheid aan zijn volk. Lucas zegt als het ware: kijk, een zoon van Israël, wiens ouders trouw de wet volbrengen: hij wordt net als alle joodse jongetjes besneden, hij wordt in de tempel opgedragen aan God, zodra zijn moeder daar weer mag komen. De messias die komen zou is er één van Israël: een joodse man, geboren uit een joodse vrouw.

Maar Lucas wil van meet af aan óók duidelijk maken, dat het heil dat in Christus aan Israël geschiedt voor héél de wereld bestemd is. De scène van Maria en Jozef in de tempel verbreedt zich en we zien een andere gestalte naar voren komen, die het kind in zijn armen neemt en op zijn beurt een lofzang aanheft. Het is Simeon, die in dit kind Gods licht, Gods troost herkent, waar hij met zijn volk zo lang naar heeft uitgezien. Het is niet alleen goed nieuws voor zijn eigen volk, maar voor alle volken, ook de niet-joden. Simeon is zo een soort brugfiguur in het evangelie van Lucas. Hij pakt zo de draad uit  heel de bijbel op, die stelt dat God weliswaar met Israël in het bijzonder handelt, maar als het erop aan komt altijd met het oog op alle volken. Hij ziet meer dan een politiek leider, die de Romeinen wel eens even zal verjagen. Hij ziet zelfs meer dan alleen de verlosser van het ook toen al veelgekwelde volk Israël. Hij ziet het heil der mensheid. En daarmee is hij de gestalte van de geduldig wachtende gelovige mens bij uitstek, net als Abraham, die ondanks alles blijft hopen, waar vele anderen al afgehaakt zijn. Een mens die in zijn leven steeds zichzelf en anderen weet te motiveren om op God te blijven rekenen, om te blijven hópen en zo de toekomst open te houden, zelfs al stelt veel in ons leven ons teleur. Nu hij Gods heil gezien heeft, kan hij sterven, zo zegt hij.

Wij denken misschien: ziet hij niet teveel? Het is toch nog maar een kind?

Maar Simeon ziet, dat God kléin begint met wat ooit gróót zal uitgroeien en alle volken zal omvatten. Wat Simeon ziet in dit kind, is als het ochtendgloren. Als de nacht ten einde loopt, zo tussen vijf en zes, in de winter tussen half acht en acht, dan weet je ook: nu wordt het licht. Het licht zal doorbreken.

En daarmee is Simeon ook voor ons een geloofsvoorbeeld, een 'exempel'. Wij worden ook uitgenodigd om zo te kijken als Simeon. Christus komt uit het licht van God vandaan, in onze duisternis. Hij is een licht dat ons laat zien wat in de wereld goed is en wat niet, wat toekomst heeft en wat dood loopt, wat ons perspectief biedt en wat niet. Een licht, dat tot val en opstanding leidt. "Hij is een teken", zegt Simeon tegen zijn ouders, "dat betwist wordt". En: "Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen".

Christus is een licht en hij brengt nog meer aan het licht. Goed en kwaad, recht en onrecht, heil en onheil. Heel concrete dingen die we ook kennen uit de wereld zoals die vandaag de dag is.

Om dat concreet te maken, is het goed terug te keren naar Maleachi, die profeteert tegen allen die onrecht doen. Ook hier komt dat steeds weer herhaalde verwijt terug, dat de hele bijbel als een refrein doorklinkt en dat ons inpepert dat het ánders moet in de wereld, ook bij ons: "Ik zal niet aarzelen te getuigen tegen ... mensen die hun dagloners uitbuiten en tegen allen die weduwen en wezen onderdrukken en vreemdelingen geen plaats gunnen, want geen van allen hebben zij ontzag tegen mij – zegt de Heer van de hemelse machten."

Het messiaanse licht van God, dat tot ons komt in Christus, is niet alleen troostrijk, het is ook ontmaskerend. Het onthult ook wat fout is in onze samenleving, in onze levens. Het legt het onrecht bloot. Het is zo duidelijk, dat het niet meer te ontkennen is.

Zo is het ook nu. Wat Maleachi noemt komt nog altijd voor: onze wereld is ontwricht en al lijkt op het oog onze eigen leefwereld aardig op orde, wij zijn er zelf met allerlei draden mee verbonden. We kunnen ons er niet van afkeren, ook al kunnen de heel grote conflicten en het enorme onrecht ons het gevoel geven dat we machteloos staan.

Maar uit wat Simeon ons laat zien door te wijzen op dit kleine kind dat hij in de armen neemt, blijkt nu juist dat ieder van ons in zijn eigen leven al kan meeveranderen met Christus. We mogen ons leven in zijn licht bezien. Dat licht begint zo klein als een baby,  maar het schijnt in een donkere wereld, waarin de kleinste vlam al verschil maakt. En we mogen erop vertrouwen dat God zijn licht steeds duidelijker en voller zal laten schijnen.

Voor de gemeente van Christus, die wij zijn, betekent dat elk van onze bijdragen aan recht en vrede ertoe doet. Dat gebeurt in het concrete leven: met ogenschijnlijk kleine keuzes voor duurzamer, milieu- en diervriendelijker, door in ieder mens een medemens te willen zien, ook al komt die van ver en zijn we niet meteen onder de indruk van wat hij of zij ons te bieden heeft, ook al boezemt hij ons door zijn anders-zijn misschien wel angst in, ook al vinden wij hem of haar teveel in ons leven of in ons land. Als we die keuzes met elkaar delen en bespreken, vallen ze ons minder zwaar. En aan het Evangelie laden wij de kracht op, om te leven met de hoop en de verwachting, dat het mogelijk is zo te leven.