RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Oorlog is de grootste plaag die de mensheid teistert. Het vernietigt religie, het vernietigt staten, het vernietigt families." -

Maarten Luther




De preek van zondag 30 maart 2014

E-mailadres Afdrukken

Vandaag lazen we hoe David als koning wordt gezalfd door Samuël, nadat Saul de gunst van God heeft verspeeld door God niet geheel en al te gehoorzamen. Daarom heeft God het koningschap over Israël los gescheurd van Saul. Saul is dus uit de gratie en Samuël moet op zoek naar een nieuwe toekomstige koning. Die zal hij zalven, ten teken van Gods uitverkiezing. Dat moet allemaal in het geheim gebeuren, want voor het oog van de wereld is Saul nog de koning.

God stuurt Samuël naar de stad Bethlehem en daar moet hij uit het huis van Isaï een zoon uitkiezen en zalven. Maar de een na de ander valt af en uiteindelijk wordt het de laatste, de jongste, de schapenhoeder. Die wil God tot koning zalven. De gezalfde zal een herder zijn. Die zal vol zijn van Gods geest.

De gezalfde, dat is de messias, want dat is de letterlijke betekenis van het woord messias: gezalfde. Wie zich naar bijbels besef als koning werkelijk door God gezegend wil weten, moet dus iets hebben van de gezindheid, die God in deze herdersjongen Davind herkende.

Dat moeten we ook in gedachte houden als we Jezus in gesprek zien met de farizeeën. Hij heeft hen dit keer zelf een vraag voorgelegd:

"Wat denkt u over de messias? Van wie is hij een zoon?"

Het antwoord luidt: "Van David".

Tot in Jezus'dagen geloofde men, dat de messias van Davids geslacht zou zijn. Die naam maakte bij de mensen de hoop wakker dat wij niet hoeven berusten in het recht van de sterkste, maar dat God zou zorgen voor een leiderschap waarin het, net als bij het herderschap gaat het om zórg. Daarom is het beeld van het herderschap zo kritisch ten opzichte van alle vormen van leiderschap waarin niet de zorg, maar de handhaving van de eigen positie of de economische macht op de eerste plaatskomt.

Jezus wil de farizeeën aan het denken zetten. Wat voor messias zien zij voor zich? Wat betekent het, dat hij een zoon van David is, een koning die een beperkte tijd en met beperkte middelen regeerde? Voor Jezus gaat het in de figuur van de messias om meer dan alleen maar: familie zijn van David, hoe groot die als koning ook was. De messias, de Christus dus, is iemand, die niet vast te leggen is op wat mensen van hem verwachten. Messiasschap is geen zaak uit het verleden die zomaar over te dragen is op hier en nu. Geen erfelijk koningschap zonder meer. Het gaat om een messiaanse beweging. En zo neemt Jezus de vrijheid om het messiasschap op zichzelf te laten slaan. Hij zegt het nog net niet, maar de farizeeën voelen het wel aan en dat ergert hen mateloos.

De kerk belijdt dat Jezus de messias, de Christus is. Hij is degene die doordrongen is van Gods Geest, net als over David bij zijn zalving wordt gezegd. In Jezus Christus herkennen wij hoe God deze wereld wil regeren: niet vanuit de macht, dat het recht van de sterktse garandeert, maar juist vanuit de zorg voor wie het zwakst staan. Jezus belichaamt het herderlijke, messiaanse leiderschap namens God. Jezus staat staat als een herder in voor zijn schapen en is daarin Davids Zoon. Maar hij is nog meer. Hij ís Gods trouw en hij ís Gods ontferming over mensen. Hij gaat heel de weg, die zijn schapen moeten gaan en pas dan wordt duidelijk dat hij de messias is, waartoe hij gezalfd is.

Als christen dragen wij de naam van de gezalfde met ons mee. Wij zijn 'Christus-mensen', zoals Luther dat zo mooi uitdrukte. God geeft ook ons dat herderlijke en zorgzame mee, om eruit te leven met onze naasten.