RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God is niet een God van nijd, maar van genade" - Maarten Luther


De preek van Witte donderdag 2014

E-mailadres Afdrukken

Jezus en zijn leerlingen liggen aan tafel aan.

Ze vieren Pesach.

Op tafel staan het eten en het drinken: het paaslam en daarbij ongedesemde broden, met daarbij bittere kruiden en zoete moes en er is wijn, die ze zullen drinken uit een kelk die vier keer onder hen zal rondgaan.

Ze zullen gedenken, dat God zijn volk heeft gered uit Egypte, uit de greep van de dood, dat God naar mensen in hun lijden omziet. Hij heeft zijn volk gered en door de beproevingen van de woestijn, naar de vrijheid gebracht, naar het leven.

Zo heeft God zijn liefde betoond aan zijn volk. Dat wil Jezus voor ogen houden. Juist nu hij vorvoelt wat komen gaat: verraad, door een van zijn leerlingen, die zijn brood met hem indoopt in de kom. Dat kan dus ieder van hen zijn.

Jezus kijkt naar wat op tafel staat.

Hij neemt brood en deelt het rond. "Neemt, eet, dit is mijn lichaam."

En dan neemt hij een beker, sprak het dankgebed uit en geeft hun de beker met de woorden:

"Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden."

Het verbond. Dat gaat over het verbond dat God met Israël sloot. Het is altijd van kracht gebleven. Aan Gods trouw doet niemand iets af.

Het menu en de woorden van Pesach de woorden over brood en wijn worden tot een nieuw verbond, een testament met geldigheid. Een testament van vlees en bloed. Zíjn vlees en bloed. Dat verbond is in wijn geschreven. Het wijst vooruit naar de toekomst. Hier wordt de wijn van Gods koninkrijk geschonken.

Door de maaltijd te vieren als een teken - hier en nu - van Gods bevrijding en liefde, kan Jezus vérder zien dan wat aan dreiging op hem afkomt. Want deze maaltijd blikt niet alleen terug, maar ook vooruit, naar de toekomst. Gods toekomst, waarvan ook zij die lijden en sterven zullen, deel uit zullen maken. Ja, ín het vieren van deze maaltijd, zullen hij en zijn leerlingen Gods toekomst al ervaren.

Zo, hier bij elkaar, is het goed. Deze maaltijd zal zich zo niet meer herhalen. Niet eerder dan in Gods Rijk zelf.

Jezus gaf ons het Heilig Avondmaal om hem ermee te gedenken. En let wel, gedenken is geen herdenken! Het gaat om veel meer dan ons iets herinneren, veel meer dus dan denken aan Jezus' dood of aan de laatste keer dat hij de paasmaaltijd at met zijn leerlingen. Als we een dodenmaal zouden willen vieren, dan zouden we maar beter op Goede Vrijdag avondmaal vieren, zoals in sommige gezindtes nog altijd gebeurt. Maar we vieren geen dodenmaal. Bij het gedenken, gaat het om iets dat gebéurt, hier en nu, met ons, voor Gods aangezicht en dat toch ook al voorgoed begonnen is én dat ons laat uitkijken naar de toekomst. In het gedenken van wat toen gebeurde, uitgesproken in de woorden van toen, gaat het erom, dat wij deel krijgen aan het handelen van God in wat Jezus deed en dat wij naar het heden halen, door te doen waartoe hij ons opriep: brood delen en wijn drinken en laten rondgaan.

Jezus ging de weg van overgave aan zijn roeping, van niet mijn wil, maar uw wil geschiede. Jezus hield koers op die weg. Met de toekomst voor ogen.

Van ons wordt gevraagd Jezus' godsvertrouwen te delen.

Het vertrouwen, dat de liefde van God, meegaat op onze eigen weg in het leven, waar die weg ook gaat, door grote vreugde en diep verdriet, waarschijnlijk beide. Dat vertrouwen wordt ons gevraagd, tegen ons eigen ongeloof en onvermogen in. Want waar is die toekomst van God voor onze ogen zichtbaar?

Die vraag blijft, ook voor wie gelooft.

Maar wij blijven op koers naar Gods Rijk, als wij het Heilig Avondmaal vieren, vanavond en alle dagen, als een feest van tastbaar opnieuw mogen beginnen, met vergeving en hoop in onze handen en in onze mond gelegd.

Brood en wijn zullen ons sterken en bewaren, het is manna uit de hemel, waarmee wij voort kunnen, van dag tot dag. Totdat hij komt. Maranatha.