RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"God schrijft het evangelie niet in de bijbel alleen. Ook op bomen en in de bloemen en wolken en sterren." - Maarten Luther


de preek van zondag 25 mei 2014

E-mailadres Afdrukken

Kees bouwt een huis voor God, in het boekje waaruit ik aan de kinderen vertelde. Het boekje werd ongeveer tien jaar geleden geschreven en geïlustreerd door de lutherse predikante Trinette Verhoeven, de huidige presidente van de Evangelisch-Lutherse Gemeente.

Een boekje dat geboren is uit vragen van kinderen en uit het spreken en zich verdiepen in kinderen en hun weg in het geloof. Ik heb het altijd een prachtig en zeer geloofwaardig boekje gevonden. Omdat de onbevangen kijk op de wereld en op het geloof van kinderen er zo goed in tot leven komt. En omdat het boekje op een zeer fijnzinnige manier duidelijk maakt, dat het geloof en de vraag naar God steeds weer op weerstand stuiten, zodra die ons wat te concreet wordt. Het antwoord: ‘dat kan niet’ ligt ons voor op de tong, als er ook maar iets klinkt dat God dichtbij ons brengt. Dat is vaak bij onszelf, kerkbetrokken mensen, al zo. Laat staan bij mensen buiten de kerk, in onze samenleving die steeds minder georganiseerd en samen de vraag naar God stelt. Eigenlijk kun je je afvragen: is er eigenlijk nog wel ruimte voor God, in onze hoek van de wereld, waarin wij leven?

Ik kwam erop, om dit boekje erbij te pakken, omdat ik bij de voorbereiding van de preek over de epistellezing uit I Petrus ook grasduinde in het boek van Rowan Williams, de voormalige Anglicaanse aartsbisschop van Canterbury. Hij schreef het boek: ‘Geloof in de publieke ruimte’.

Ik heb het nog niet helemaal gelezen, maar waar het bisschop Williams in elk geval over gaat is, dat de kerk ook in haar steeds groter wordende marginaliteit, zich moet blijven laten zien in de publieke ruimte en zich niet achter de voordeur moet laten terugdringen. En dat niet als een politiek orgaan met macht, maar als een levende geloofsgemeenschap, waarin het leven met geloof wordt geoefend. Daar horen volgens hem bij: karaktervorming van kerkleden, aanleren en inoefenen van empathie, je kunnen inleven in de ander, elkaar te herkennen als medemens, als christenen en als burgers van de wijdere samenleving. De kerk kan van daaruit de vragen stellen naar de verantwoordelijkheid die wij als mensen voor elkaar hebben, omdat zij weet dat die verantwoordelijkheid ons gegeven is door God en niet zozeer zelfgekozen. De kerk zal altijd een publiek taak hebben en die publieke rol op zich moeten durven nemen, anders dan vroeger, toen ze machtig was, maar toch. Ze moet een lichaam zijn en blijven, waarin mensen meer dan alleen privé geloofsopvattingen koesteren of uitwisselen.Tegelijkertijd zijn die individuele gelovigen wel heel belangrijk, omdat zij in een steeds sterker geïndividualiseerde samenleving het geloof gestalte moeten geven. We moeten als het ware zelf tot een plaats voor God worden. Met onze levens vormen we een verhaal, dat God ter sprake brengt en dat Hem in zekere zin belichaamt. We bieden zo onderdak aan God. Die beelden, die ik hier in mijn eigen woorden weergeef, ontleent Williams aan de dagboeken van Etty Hillesum. Zij was ervan overtuigt, dat God getuigen nodig heeft, die laten zien dat God in mensen leeft. Zij zelf nam die taak uiterst serieus, temidden van de grootste gruwelen van de Holocaust.

Is wat Kees doet niet net zoiets? Als God moe is, kan hij bij Kees en Rooie terecht. Hij maakt ruimte voor God en nodigt Hem uit, waar iedereen om hem heen zegt: ‘dat kan niet’. God is te groot, hij is ver weg, in de wolken of hii is onderweg. Maar Kees houdt vol en komt daardoor heel dichtbij waar het in ons geloof gaat: dat God bij mensen wil zijn, dat hij zo dichtbij komt, dat er misschien geen beter woord is voor hoe God bij de mensen wil zijn dan juist het woord ‘wonen’.

De schrijver van de eerste Petrus brief zegt: “heiligt de Heer, de Christus, in uw harten, altijd bereid tot verantwoording aan al wie u een woord vraagt over de hoop die in U is”.

Als het erop aan komt, als wij werkelijk in al onze vezels op de proef zouden worden gesteld, om ons geloof, om de zaken waarom het dan gaat: gerechtigheid, de overtuiging dat Gods liefde werkelijk voor iedereen bedoeld is - dat zien wij aan het voorbeeld dat Christus in de kracht van de Geest ging prediken tot de geesten in de gevangenis, die in de dagen van Noach de boot misten - dan is het beter dat dit gebeurt omdat wij goeddoen dan kwaaddoen. Met andere woorden: uit ons leven met geloof, moet blijken dat wij bij Christus horen, die leed, omdat hij trouw was en zo stierf als rechtvaardige voor onrechtvaardigen. De schrijver van deze brief zegt daarover dat dat een leven moet zijn, dat bereid is antwoord te geven op de soms lastige of brutale vragen van hen, die het misschien maar niks vinden

Wij kunnen ons in dit deel van de wereld misschien niet meer inleven in wat dat is: lijden omwille van ons geloof. Daarbij denken wij aan Noord-Korea of het Midden - Oosten. In elke geval kun je de nog steeds verdergaande secularisatie in ons deel van de wereld waarbij een zekere onverschilligheid hoort ten opzichte van het geloof en God, waarin geloof als privézaak wordt gezien waarmee je anderen niet moet lastig vallen, niet vergelijken met vervolging.

En natuurlijk leven wij als christenen zelf ook in de wereld. We kunnen ons er in elk geval niet helemaal van losmaken. Dat zou ook niet goed zijn. Wij zijn geen heiligen en hoeven het niet te zijn. Niet in de zin van bijzonder goede mensen.

Maar ook ons wordt gevraagd in ons leven mee te dragen en uit te dragen wat het betekent dat wij bij Christus horen, dat wij geloven dat er een God is die ons en de hele wereld hoop geeft op vernieuwing en bevrijding. Laten we tenminste altijd bereid zijn uit te leggen wat ons beweegt, laten we de verwondering delen over hoe goed God is, dat deze wereld niet uiteen hoeft te  vallen in de miljarden individuele levens, die aan zichzelf overgeleverd zouden zijn, maar laten we leven uit het besef dat God zelf ons tot mensen maakt, die bijeen horen, die een lichaam zijn. Dat kunnen we niet doen met de machtsmiddelen die de kerk ooit ter beschikking stonden. Dat moeten we ook helemaal niet willen. God zelf wil de wereld winnen door en voor zijn Woord. Een woord dat mens werd in een man die aan het kruis kwam en stierf, maar die ons nog altijd toespreekt vanuit de opstanding tot een nieuw leven, dat hij wil delen met iedereen die vastzit, onmachtig om ziczelf te bevrijden op eigen kracht.

God zelf heeft willen wonen bij ons. In Christus heeft hij zich in in zijn hart laten kijken. Dichterbij dan dat kunnen wij niet komen bij God, die voor ons inderdaad zo ver weg lijkt. Laat ons leven dan van Hem getuigen, die ons altijd hoop geeft, ja, laten we onderdak bieden aan de hoop op een nieuwe wereld, die zeker komt. Laten wij ruimte bieden aan God.