RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Zelfs als ik wist dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik toch mijn appelboom planten." - Maarten Luther


de preek van zondag 27 juli 2014

E-mailadres Afdrukken

Gemeente, voor vandaag had ik een dienst voorbereid over de zomer, loslaten, vertrouwen en je minder zorgen maken. Na alle gebeurtenissen van de afgelopen anderhalve week was mijn eerste reactie dat alle lof en prijs er maar uit moest, uit deze dienst. En dat een heel ander thema meer gepast zou zijn. Maar bij nader inzien lijkt me dat toch niet goed. We moeten elkaar blijven vertellen dat het anders kan en moet, het is van wezenlijk belang dat we elkaar blijven bepalen bij hoe de schepping bedoeld is. Daarom in een iets aangepast vorm toch de teksten die ik van plan was vandaag met u in de dienst aan de orde te stellen. En de liederen waarin we God danken voor zijn onmetelijke goedheid, gebed om er voor elkaar te kunnen zijn en een overdenking over leren loslaten wat ons in de greep houdt.

 

Schriftlezing

Het eerste Testament Jesaja 49-13-18

 

Schriftlezing

Epistel 1 Petrus 4: 12-19

 

Evangelielezing Mattheus 6: 19-33

 

Lezing: Mattheus 6: 19-33

 

 

Uitleg en verkondiging

 

Zoals ik in de inleiding zei was mijn plan om vandaag een overdenking te houden over loslaten en vertrouwen, minder bezorgd zijn. In de evangelietekst staat het letterlijk: “Maak u dus geen zorgen, zeggend: wat moeten we eten? Of  wat moeten we drinken? Of wat moeten we omdoen? Want naar dat alles zoeken de volkeren, Uw hemelse Vader wéét immers dat ge dit alles nodig hebt. Maar zoek eerst het koninkrijk en zijn gerechtigheid en dat alles zal u worden toegevoegd.“ en een stukje verder in hoofdstuk zeven staat ‘Vraagt en er zal aan u gegeven worden; zoekt en ge zult vinden; klopt en er zal voor u worden opengedaan; want al wie vraagt mag aannemen en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan’.

In het licht van de ramp met het vliegtuig van Malyasian Airlines en deze week met het vliegtuig in Mali maar ook van het oplaaien van het conflict tussen Israël en Hamas, de angstaanjagende activiteiten van Isis en met nog zoveel meer brandhaarden in de wereld zinnen waar je vraagtekens bij zet. Mooie woorden in het oude en nieuwe testament, maar wat moeten we er mee? Zijn ze nog van toepassing als mensen zo over elkaar heen walsen? Je zou bijna geneigd zijn ze af te doen als teksten uit vroeger tijden die toen misschien betekenis konden hebben maar nu niet meer. Met de ramp met het Maleisische vliegtuig komt al deze diepe ellende ineens heel dichtbij. Het gaat om veel landgenoten, de oorlog in de Oekraïne is ineens niet meer ver van ons bed maar heeft effect in onze eigen levens hier en nu.

En toch staat het er, in het evangelie dat de bodem onder ons geloof is. Moeten we dan maar selectief zijn en een andere tekst lezen vandaag of is het juist nu ook nodig om alles wat Jezus in de Bergrede heeft gezegd van toepassing op ons eigen leven te achten? Omdat het om Gods waarheid gaat denk ik dat we ook nu deze tekst moeten lezen en voor waar aan moeten nemen, hoe moeilijk en misschien op het eerste gezicht ongeloofwaardig ook.

Na de overdenking zullen we het lied zingen dat u is uitgereikt. Het is een lied van Huub Oosterhuis met als titel Lied van de Vrede. Het gaat over onze eigen verantwoordelijkheid en over het opnieuw ontwaken van het licht in ons geweten. Het zegt ook dat mensen mensen doden en dat wij die mensen zijn. Een heftige zin, maar overdrachtelijk gezien helaas misschien wel waar. Hoe wij in het leven staan heeft een uitstraling die verder reikt dat ons eigen leven. Dan denk ik aan de chaostheorie, die zegt dat wanneer een vlinder e op een eiland in de Stille Zuidzee een vleugel beweegt dat hier effect kan hebben. Aan de situaties op het grote wereldtoneel kunnen wij zoals we hier zitten weinig toe of af doen. Daar gaan anderen over. Maar we hoeven niet zo ver te kijken om te zien dat wij ook reden hebben tot bezorgdheid.  Over gezondheid, de kinderen, werk, financiën en vooral voor ouderen regelmatig ook over de toekomst. Hoe zal het gaan, is er straks als ik hulp nodig heb nog wel een organisatie die dat kan bieden? En dan maakt het uit hoe we ons daarin opstellen, dat heeft invloed net als het bewegen van de vleugel van een vlinder ver weg.

In de participatiemaatschappij moeten we meer verantwoordelijkheid gaan nemen voor elkaar en ons niet te gemakkelijk verlaten op de overheid die alles wel regelt en voor ons zorgt van de wieg tot het graf. Hoe wij met deze ontwikkelingen omgaan heeft effect, op onszelf, op de mensen om ons heen, via onze politieke keus op het beleid van ons land en zo verder.

 

 

Het is niet moeilijk je lam te laten slaan door de realiteit van het dagelijks leven ook in ons eigen land, waar we gelukkig wel zonder directe oorlogsdreiging, met goede medische zorg en in vrijheid kunnen leven. We kennen allemaal wel de schrijnende verhalen van mantelzorgers die al zwaar belast zijn en steeds maar meer  taken op hun bord krijgen, die liegen er niet om. Ouderen die weg moeten uit hun vertrouwde omgeving omdat het verzorgingshuis waarin ze wonen failliet gaat, de vele ontslagen die vallen in de thuiszorg en jeugdzorg alsof al die mensen tot nu toe niets nuttigs gedaan hebben, je wordt er niet vrolijk van. 

Dat in ons land in 2013 35000 huishoudens een pakket van de voedselbank nodig hadden is Godgeklaagd, het gaat dan om 85.000 mensen, bijna drie keer de hele bevolking van Meppel. 1,3 miljoen landgenoten, waarvan ruim 375000 minderjarige kinderen leven in armoede. Dat is 1 op de 9 kinderen, indrukwekkende getallen.

 Als we ons perspectief vergroten en op Europees of zelfs op wereldniveau kijken naar de moeite die mensen vaak moeten doen om in leven te blijven of een acceptabele levensstandaard te bereiken maakt ons dat niet vrolijk en is het soms moeilijk te blijven geloven in dat het anders kan.

 

En dan hebben we de boodschap van het Evangelie, de grondslag van ons geloof, waarin staat dat we niet bezorgd moeten zijn voor onze ziel over wat we moeten eten en niet voor ons lichaam over wat we moeten aantrekken. En dat we moeten vertrouwen op God die wat we dit nodig hebben. Daar zegt Jezus nogal wat. Met die boodschap kunnen we niet aankomen bij mensen die een pakket afhalen bij de voedselbank. Ze schamen zich vaak enorm over hun afhankelijkheid van deze vorm van particuliere steun, het zou te gek zijn als we er een briefje met deze tekst uit Mattheüs bij zouden doen.

En ook voor onszelf, ook als we geen zorg hoeven te hebben over eten of kleding, dan nog zijn er zoals gezegd genoeg andere dingen waar we ons terecht druk over maken, zo gemakkelijk is het leven niet.

Verantwoordelijkheid weegt vaak zwaar, en juist als je aan de omstandigheden niet veel kunt veranderen kun je  je geweldig machteloos voelen. En wat dan? Dan lijkt er vaak geen uitweg meer behalve het neerzitten in wanhoop.

Jezus zegt in dit stuk van de Bergrede dat we eerst naar het koninkrijk en zijn gerechtigheid moeten zoeken en dat alles ons dan zal worden toegevoegd. Dat betekent dat we mogen en moeten vertrouwen dat God voor ons zal zorgen. Dat klinkt gemakkelijker dan het is.

Niet omdat we niet zouden kunnen weten hoe Gods Koninkrijk er uit ziet, Jezus heeft ons rijkelijk voorzien van verhalen en met zijn leven laten zien welke kant we op moeten. Maar er op vertrouwen dat God ons liefheeft en voor ons zorgt en dan leven als de leliën van het veld, die groeien en mooi zijn zonder dat ze er iets voor hoeven te doen.  Lukt ons dat?

Leven vanuit het weten dat er onvoorwaardelijk voor ons mensen gezorgd wordt, als we dat zouden kunnen, dan geeft dat een basis waarop we durven te dromen over hoe het allemaal beter zou kunnen. Als we ons werkelijk overgeven aan Gods liefde voor ons en voor de wereld kunnen we ontspannen en hebben we meer ruimte om er voor de ander te zijn.

In de brief van Petrus aan de gemeentes in Klein-Azië zijn de opdrachten die hij geeft helder: Heb elkaar voor alles lief, wees gastvrij, gebruik je gave om anderen te helpen, laat Gods woorden doorklinken in wat je zegt.

Als we dat allemaal willen doen moeten we innerlijk veel hobbels nemen. In oorlogen trekken mensen zich van deze boodschap weinig aan. Maar ook in onze maatschappij is het niet meer vanzelfsprekend keuzes te maken die in gaan tegen het eigenbelang. Gastvrijheid is aardig, maar zoals het in vroeger tijden helemaal ingebed was in de cultuur om een ander met alle egards te ontvangen in je huis en hof, zo gaat dat tegenwoordig niet meer. Mensen die een ander willen helpen worden soms argwanend tegemoet getreden. En als je zo hard gewerkt hebt dat je uitgeput bent geraakt keert dat soms als een boemerang naar je terug. Je krijgt te horen dat je het jezelf hebt  aangedaan door niet goed je grenzen in de gaten te houden. En de vredesbeweging zoals we die in de jaren 80 van de vorige eeuw kenden was toch wel een beetje naïef. Zo wordt er naar gekeken.

Natuurlijk heeft dat deels ook goede gronden, al te goed is buurmans gek, maar heeft het niet ook te maken met angst die niet altijd zo groot zou moeten zijn? Angst dat er misbruik van je goeiigheid wordt gemaakt, dat je risico loopt als je iemand te dichtbij laat komen of angst om als naïef of niet van deze wereld gezien te worden.

In mijn werk ontmoet ik  veel met mensen die niet lang meer te leven hebben. Het valt me op dat bij het naderen van de dood vaak een innerlijke rust over hen komt. In de weken voor het sterven is er soms de worsteling van het moeilijk kunnen aanvaarden van het afscheid moeten nemen, van het definitieve van de dood. En dan ineens kan er een kanteling komen, overgave aan wat niet anders is dan het is.  Het is alsof ze dan zorgelozer worden, niet meer verscheurd door gedachten en gevoelens over dat het anders zou moeten zijn. Ze zijn verdrietig, natuurlijk, maar het gevecht is voorbij. Kortgeleden zij een terminale patiënt vlak voor hij in slaap gebracht zou worden: Ik ben gelukkig, het is goed zo. Dan rij ik naar huis en moet daar echt op kauwen, verwonderd over hoe iemand dat kan zeggen, nog volop in het leven tot hij zo ernstig ziek werd.

Gelovige mensen geven dan aan dat ze vertrouwen ervaren, dat ze niet anders kunnen vallen dan in Gods hand. Dat ze zich geborgen weten, in leven en in sterven. Ze hebben niks meer te verliezen, laten in het stervensproces hun zorgen los.

Dat is geen goedkoop doekje voor het bloeden, nee, dat is overgave aan de ontferming van God die zichtbaar wil worden in het leven van alle mensen.

Kunnen wij dat ook, niet terminaal ziek en min of meer op commando? Als we de Bergrede zo zouden lezen, als radicale oproep tot verandering en afwijzing van hoe we gewend zijn te leven, dan wordt het een bijna bovenmenselijke keus, die alleen voor een zeer selecte groep mensen mogelijk is.

Maar als we de tekst nu eens anders lezen? Als een aansporing om te kiezen waar we in ons leven het accent op willen leggen. Waardoor willen we gegrepen worden? Leven we door in de beklemming van angst en zorgen of durven we ook een beetje los te laten, iets over te laten, niet steeds controle proberen te houden? Richten we ons op de zorgen en moeiten van ons bestaan of proberen we te vertrouwen op Gods aanwezigheid in ons leven en leven we vanuit die basis?

Als we ons daar op richten komt er energie vrij, voor onszelf om vrijer te leven en voor echte solidariteit met mensen die om welke reden dan ook onze steun en liefde nodig hebben. Dan kunnen we delen, dan geven we in ons doen en laten door wat we zelf toegelaten hebben in ons bestaan: Gods inspiratie en het visioen van een wereld waarin iedereen tot zijn of haar recht kan komen.

Op internet circuleert regelmatig de spreuk van Loesje: als je loslaat heb je twee handen vrij. Ik werd altijd wat nijdig als ik die tekst las en dacht dan: dat is mooi, maar zo kan er ook van alles uit je handen vallen en wie raapt dat dan weer op?

Maar misschien zit er toch wel meer in die tekst dan ik eerst dacht. Als we los kunnen laten wat ons in de greep houdt en wat niet in Gods Geest is, dan krijgen we onze handen vrij om aan te pakken wat moet gebeuren. Dan komt er energie beschikbaar om te troosten bij een groot verlies, voor een nieuwe vredesbeweging of voor acties voor de voedselbank. Niet ten koste van onszelf, nee juist niet, op deze manier komen we ook zelf dichter bij hoe we ten diepste bedoeld zijn.

Amen