RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Onze Heer heeft de belofte van de wederopstanding niet alleen in boeken geschreven, maar in elk blad van de lente." - Maarten Luther


de preek van zondag 24 september 2014

E-mailadres Afdrukken

“God straft onmiddellijk” zeggen wij wel eens, als ons iets gebeurt, meteen nadat we iets doms of verkeerds gedaan hebben. Meestal bedoelen we dat als een grapje, natuurlijk.  En we zeggen het ook alleen als er iets onbenulligs gebeurt, zoals iets laten vallen of je niet al te hard aan iets stoten.

Maar als we in ons hart konden kijken, zouden we toch wel graag willen, dat God onmiddellijk in actie komt. Dat God onmiddellijk de boosaardigheid van IS afstraft en van zovele anderen die medemensen op gruwelijk manier het leven onmogelijk maken.

Tegenover al dat kwaad dat ons te groot is, wensen wij ons het onmiddellijke ingrijpen van God. Er zijn wel verhalen in de bijbel die ons voorhouden dat God de menselijke zonden bestraft en dat ook nog kort nadat ze begaan zijn. Maar er zijn verrassend meer teksten die beschrijven hoe God daarmee juist wacht. Niet omdat hij het kwaad niet erg genoeg vindt. Ook niet zozeer om de mens ooit bij verrassing te kunnen straffen, wanneer hij hierop het minst rekent, maar om hem tijd van bekering, ommekeer te geven. We zagen dat prachtig in het verhaal van Jona vorige week: de stad Nineve, dat eerst het oordeel over haar kwaad krijgt aangezegd, krijgt van God de tijd om zich te bekeren. En ook hier, bij Exodus, is dat aan de hand: God dreigt zijn eigen volk te straffen voor het aanbidden van het stierenbeeld, en waar hij tegen Mozes, zijn vertrouweling zegt: “Houd mij niet tegen, mijn brandende toorn zal hen verteren.”

Het toont ons God als een hartstochtelijke God, tot in het diepst van zijn binnenste gekwetst door de mensen die hij gered heeft uit de onmenselijke slavernij in Egypte. Maar Mozes krijgt voor elkaar, dat God terugkomt op zijn dreiging. Hij herinnert God fijntjes aan zijn eigen beloften, ja, hij pint God vast op de beloften die hij eerder gedaan heeft. Nogal vrijpostig van Mozes. Maar Mozes kan bij de Eeuwige wel wat wagen, zo blijkt keer op keer. “Toen zag de Heer ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.”

God ziet ervan af. Je zou kunnen zeggen, dat God inconsequent is. Hij zegt eerst het ene en doet het dan toch niet. Een God, zou je kunnen zeggen, die over zich laat lopen, die zich wel kwaad maakt, maar daar vervolgens niet naar handelt. Zo is er ook vaak over gesproken, door de denkers van de Verlichting.

Maar de bijbel predikt ons, dat we daar juist blij mee moeten zijn, dat wij leven dankzij Gods geduld. In klassiek Nederlands ‘lankmoedigheid’.

Maar de bijbel spreekt er ook zo over, dat God dat geduld slechts ternauwernood lijkt op te kunnen brengen. Mozes kan God met veel moeite afhouden van het onheil, dat hij eerst dreigde te doen. Het kost God nogal wat, dat geduld, met zijn mensen, die keer op keer de fout in gaan. En ook al zeggen de filosofen en ook veel theologen, dat het niet kan: God líjdt aan het kwaad dat mensen doen, vooral het kwaad dat mensen elkaar aan doen. En misschien ook wel aan zijn eigen keuze om níet meteen korte metten te maken met het kwaad.

Maar nog sterker dan zijn geduld en ingehouden verontwaardiging zijn zijn ontferming over mensen die vastgelopen zijn in hun schuld en zijn hartstocht hen op een ander spoor te brengen.  Die ontferming komt bij God van heel diep, vanuit zijn binnenste. De bijbel gebruikt daar woorden bij die dat heel plastisch duidelijk maken: het komt bij God vanuit zijn ingewanden...

Dat spreekt zeker uit wat het evangelie ons vandaag brengt. De heer, die zijn slaaf zijn onvoorstelbaar hoge schuld kwijtscheldt. Ik las ergens dat die tienduizenden talenten tegenwoordig het equivalent van miljarden zouden zijn ... Zodra die slaaf smeekt om hem, zijn vrouw en kinderen niet te verkopen, voelt de heer die omntferming in zijn binnenste en handelt daarnaar en niet naar de strikte letter van de wet, die hem het recht geeft dat vreselijke te doen.

Dat Jezus met die Heer God bedoelt, wordt duidelijk aan het slot, als wij inmiddels weten, dat die slaaf heel wat minder gendig heeft gehandeld met zijn medeslaaf en hem in de gevangenis laat werpen voor een schuld die een fractie is van wat hem zelf werd kwijt gescholden. Vanwege die onbarmhartigheid en dat totale gebrek aan vergevingsgezindheid stoot hij uiteindelijk toch nog op de grenzen van Gods geduld.

Maar toch moeten wij ons niet laten afleiden door die straf, hoe wreed die ons ook klinkt. Waar het om gaat, is dat wanneer een mens zich eenmaal realiseert dat hij zelf leeft vanuit de ontferming en de vergeving van God, ook zelf geroepen is tot vergeving. Eerst en vooral is Gods liefde aan ons geschied en daarvanuit leven wij, met God en met elkaar.

Deze gelijkenis begon immers met vraag van Petrus:

“Hoeveelmaal mag mijn broeder tegen mij een zonde begaan en moet ik hem vergeven: tot zevenmaal? Jezus zegt tot hem: niet tot zevenmaal maar tot zeventig maal zeven.”

Mensen leven vanuit Gods ontferming en zijn zelf geroepen elkaar te vergeven. Dat er grenzen zijn aan wat een mens kan opbrengen, dat weet God wel. God zelf heeft heeft zijn grenzen, die alleen Hij zelf bepaalt en kent. Maar God laat zich aanspreken op iets dat dieper zit dan zijn verontwaardiging over het kwaad, op iets dat huist in zijn binnenste: zijn barmhartigheid, zijn ontferming.

In Christus komt dat alles samen: Gods geduld, Gods ontferming en ook de grenzen aan dat alles, zijn hartstochtelijke verontwaardiging over het kwaad, ook dat wat mensen elkaar aandoen. In de dood aan het kruis is dat alles tegelijkertijd aan de orde, al hoeven wij het niet te snappen.

Maar uiteindelijk komt het er dus op neer, hoe wij daar hier en nu mee leven, met elkaar, met onze medemensen van allerlei slag en geloof.

Een inspireren voorbeeld van het feit dat je je moet inspannen om de voorwaarden voor vergeving mogelijk te maken, kwam afgelopen week  uit de liberaal joodse gemeenschap. Door een inititiatief om scholieren van allerlei gezindte samen te brengen, werden vooroordelen van met name islamitische jongeren ten aanzien van joden aanzienlijk minder, toen ze in de synagoge inhoudelijk te horen kregen wat jodendom eigenlijk is, als geloof. Ze ontdekten dat het hier om mensen ging, die in God geloven en daarnaar willen leven. Dat maakte het mogelijk naar de ander te kijken als medemens, die, net als jijzelf ook een levensovertuiging, een geloof heeft. Een ander geloof, maar net als jij een geloof van waaruit hij leeft als mens temidden van de mensen. Dat dringt pas door, als je met elkaar in gesprek gaat, als je elkaar in de ogen kijkt.

Ik las een toespraak van de orthodoxe rabbijn Raf Evers over de joodse visie op vergeven: “Echte vergeving is een combinatie van aardse inspanning en Hemelse genade. De functie is de eenheid tussen de mensen te bevorderen. Sjalom staat hoog op de prioriteitenlijst van de Bijbel. Verzoening wordt bewerkstelligd door ootmoed, ook in de relatie tussen mens en medemens ...

... Zonder vergeving zou de aarde een doorlopende strijd worden, zonder einde. En dat was niet de bedoeling van de Schepper.”

In deze roerige tijden, zeker op interreligieus gebied, staat ons dat te doen: elkaar op te zoeken en met elkaar in gesprek te gaan. Het werk van SLAG is nodiger dan ooit, hoe moeilijk ook. En volgende week, tijdens de vredesweek hopen we na de vredesviering in de Oosterkerk in gesprek te gaan met mensen van allerlei geloof, om onze zorgen te delen om de ellende in deze wereld. Ik hoop dat u daarbij aanwezig wilt zijn vanuit deze gemeente en dat u bereid bent te delen wat op uw hart ligt. En wat we het meest nodig zullen hebben, is geduld. Laat het geduld van God en zijn vergevingsgezindheid ons daarbij tot inspiratie dienen.