RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"

Ons leven is een leven midden in de dood. En toch blijft ook midden in de dood de hoop op het leven aanwezig.

" - Maarten Luther


de preek van zondag 26 oktober 2014

E-mailadres Afdrukken

Als er een ding is dat ouders voor hun kinderen willen, dan is dat geluk. Niet zozeer een permanente staat van je prettig voelen, maar wel je als mens aanvaard en gewaardeerd weten, ervaren, dat jouw bestaan ertoe doet. Dat is het voornemen voor de opvoeding van de meeste mensen als ze een kind krijgen. Zo gaat het ook bij de doopouders van vandaag. In de gesprekken werd dat heel duidelijk. Darvoor hoef je ook niet in God te geloven. Je wens je kind levensgeluk toe en doet er je best voor, om daaraan bij te dragen.

Maar de doopouders zijn ook zo reeël dat zij beseffen dat zij het levensgeluk van hun kinderen niet geheel en al in eigen hand hebben. De opvoeding die zij geven, is geen afdoende bescherming voor gevaren, die in deze wereld een mens kunnen overkomen. En zelfs een liefdevolle opvoeding garandeert nog niet, dat een kind zo volwassen wordt als wij het ons wensen.

En de doop dan, biedt die wel garanties? Net zo min als een goede opvoeding, garandeert de doop dat een kind gelukkig wordt. Wel mogen we de doop zien als een bezegeling van Gods onvoorwaardelijke liefde voor elk mens en van ons geloof daarin. Vanuit het geloof bezien, voegt de doop dus wel degelijk iets toe aan onze kijk op het leven. We zeggen ermee; er kan van alle gebeuren, maar in alle gevallen blijf jij een mensenkind, dat door God bedoeld is en bemind wordt. Dat is de belofte die God ons in de doop geeft, of je de doop nu vroeg of later in je leven ontvangt.

In de lutherse traditie benadrukken wij, dat de doop boven alles Gods gave is en niet in de eerste plaats de keuze van de mens. Maar natuurlijk blijft het belangrijk, hoe wij met de doop en het geloof omgaan. Net zoals een goede opvoeding van levensbelang is in het leven van iedere mens, is geloofsopvoeding ook van wezensbelang voor het leven met geloof. En dat is niet alleen een zaak van de ouders, maar van de hele kerkelijke gemeenschap. Bovendien is het niet alleen iets voor de kindertijd of de jongvolwassenheid, waarin sommige kinderen nog catechisatie volgen, maar het is van belang voor ons hele christelijke leven. Wij blijven aangewezen op leren. En daarom is een klimaat van leren, vooral van leren gericht op het leven, het leven van God met ons en wij met God en elkaar, van levensbelang voor de kerk. En dat leren, daar zijn we samen verantwoordelijk voor, dat doen we samen. We zijn aangewezen op elkaar. Het gaat niet om een proefwerk, waar je in je eentje voor gaat zitten blokken.

En wat is de lesstof, waarin we ons vanaf de doop een leven lang zullen moeten blijven verdiepen en die wij vooral al doende moeten leren?

Dat is precies wat wij hier vandaag hooorden uit de mond van Jezus:

"Heb de Heer, uw God lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand

Dit is het grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat".

Met dit antwoord wijst Jezus het hart van de Bijbel aan, het joodse midden van de Schrift. Hij legt als het ware de hand, de 'jad' bij de belangrijkste woorden van de Schrift. Want het liefhebben van God en het liefhebben van je naaste als jezelf, dat zijn de twee dingen die God ons op allerlei verschillende manieren vraagt. Alles wat geschreven staat heeft op de een of andere wijze hiermee te maken: de liefde tot God en liefde tot de medemens, de medemenselijkheid. Het hart van de Schrift is eerbied voor God en humaniteit. Die horen bijeen, volgens Jezus, volgens de Bijbel, volgens God zelf. Daarmee struikelt Jezus niet over wat hem door de farizeeër wordt gevraagd: een keuze te maken uit alle geboden die alle even heilig zijn. Aan de heiligheid van alle geboden kan Jezus niets afdoen. Maar hij kan wel aanwijzen in welke geboden de kern van wat God van mensen vraagt naar boven komt. En dat doet hij hiermee dus.

De kern van de geboden is liefde tot God en liefde tot de naaste. Het eerste deel hebben we vandaag gehoord bij het lezen uit Deuteronomium 6, waarin het sjema klinkt, wat wel de geloofsbelijdenis van het jodendom wordt genoemd: "Hoor Israel, de Heer onze God, de Heer is de enige. En meteen daarna: "Heb daarom de Heer uw God lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten." Hier door Matteus wordt dat iets anders weergegeven als: "Heb de Heer, uw God lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand"

Het tweede: heb uw naaste lief als u zelf, haalt Jezus ook uit de Torah, uit Leviticus 19, vers 18. Hij is zelfs niet de enige geweest, die de combinatie maakte tot de kernachtige samenvatting van heel Gods wet, de Torah: ook andere joden hebben van meet af aan een weg gezocht door de veelheid aan geboden en regels, waardoor ze als het ware een richtsnoer hadden.

Dat is wat God van mensen vraagt. Dat is ten diepste wat hij ons vraagt ons in te prenten. Niet alleen onze kinderen, ieder van wordt gevraagd dat te doen.

Dat klinkt als beknopte lesstof, maar die twee kerngeboden gaat een leven lang met ons mee. Steeds weer zullen we ontdekken, dat we ons ertoe moeten zetten echt te begrijpen wat ermee bedoeld wordt en het toe te passen en te leven.

Voor wie zoekt te leven met geloof, het liefhebben van God en van de medemensen niet twee verschillende dingen, maar twee dingen die zozeer met elkaar verbonden zijn, dat ze niet te scheiden zijn. Waar het liefhebben van God wordt losgemaakt van het liefhebben van de naaste gaat het zeker mis, dat zien we elke dag gebeuren in de wereld. Godsdienst zonder mensenliefde verwordt tot star fundamentalisme, zoals het islamitisch fanatisme laat zien en zoals ook de kerk meermalen heeft laten zien of nog kan laten zien.

De belijdenis in God te geloven is voor christenen onopgeefbaar en geeft een bodem onder hun mensenliefde. Onze liefde tot onze medemens kan niet enkel afhangen van onze persoonlijke voorkeur, maar moet gegrond zijn in Gods liefde tot elk mens.

Wijzelf wórden bemind, door God. Daarvan hebben wij een zeker onderpand in de Bijbel en in Christus. De doop van Lola en Lisanne prent ons dat vandaag bijzonder duidelijk in. Hoe klein ook, het is een teken, een vooruitwijzing naar de vrede die heel de wereld beloofd is.