RSS feed voor het nieuws van www.elkz.nl

plus minus gleich
"Vergeving is Gods gebod." - Maarten Luther


de preek van zondag 14 december 2014 Derde advent

E-mailadres Afdrukken

U kent misschien wel die rabbijnse parabel die het verschil tussen hemel en hel uitlegt: op het eerste gezicht lijkt er geen verschil, maar zodra de mensen gaan eten, onderscheidt zich de hemel- van de helbewoner door zijn hulpvaardigheid. Wie elkaar met stijve armen te eten geven, omdat het niet lukt om het voedsel naar hun eigen mond te brengen, die leven in de hemel, waar het goed is en wie ondanks de overvloed op tafel niet op het idee komt te delen, die is in de hel.

Zo ongeveer lijkt het ook met de nieuwe hemel en de nieuwe aarde te zijn volgens de schrijver van Jesaja 65. In wezen lijken die sterk op wat al bestaat: er zijn mensen en dieren, jonge en oude, er zijn ook huizen, er zijn wijngaarden, er zijn dieren. Maar de mensen sterven niet voor hun tijd en leven lang en ze wonen in de huizen die ze zelf hebben gebouwd en hoeven niet alleen verlekkerd te kijken hoe de rijken uiteindelijk in het werk van hun handen trekken, ze zullen niet langer zwoegen om de machtigen van ten te voorzien, maar zelf de vruchten van het land genieten. En de dieren zullen dieren zijn als in den beginnen: etend van de groene planten (Genesis 1) en zelfs de slang zal niet langer symbool zijn voor het kwade, zoals Genesis verhaalt.

Kortom: dat visioen uit Jesaja 65 gaat over het leven, dat lijkt op wat wij kennen, maar dan zoals God het in wezen bij de schepping heeft bedoeld: een wereld die bestaat in vrede en heelheid, sjaloom, waar niemand nog kwaad doet.

Je zou kunnen zeggen: God maakt binnen zijn eigen grenzen mogelijk wat voor mensen misschien onmogelijk is: hij herschept de wereld door de verhoudingen tussen de mensen te herstellen naar zoals Hij ze bedoeld heeft. Hij wil dat de mensen blij zijn en jubelen en sterker nog: God zal zelf jubelen over Jeruzalem en zich verblijden over zijn volk. Geen gewelddadige heerschappij van het ene volk over het andere meer, geen uitbuiting meer.

Het is ook een beeld van een gelijkwaardig partnerschap tussen God en zijn mensen, zoals bedoeld in de schepping, zoals bevestigd in het verbond in de woestijn. Ja, Er wordt hier een nieuw verbond in het vooruitzicht gesteld.

Het is een mooi beeld, een hoopvol beeld en niet eens zo'n heel spectaculair beeld, omadt het uitgata van het voortbestaan van wat we al kennen.

Het kwam op tijdens de periode na de val van het Rijk van Babel, waarna de joodse ballingen terug konden naar hun land en ze aan een nieuwe toekomst konden gaan denken. Daar ontdekken ze hoe moeilijk hun leven nog steeds is, ook al zijn ze terug op voorouderlijke grond. Ze kunnen dan wel terug zijn, maar hoe moet het nu verder? Uit waar we nu beland zijn inde tekst, klinkt de verzekering op, dat God zelf bij hen zal zijn en het land met hen zal opbouwen en vanaf de berg Sion de wereld zal herscheppen. Dat wil zeggen: in de wereld zoals die bestaat, zal een nieuwe wereld worden gevormd, waarin de verhoudingen worden rechtgezet. De vernieuwing wordt door God gebracht, zo gelooft men, maar heeft een door en door sociale, intermenselijke en mensvriendelijke, vorm.

Maar van meet af aan heeft deze profetie verder voor zich uitgewezen dan het hier en nu waarin men toen leefde en nu leeft. Zoals God uiteindelijk de belofte had waargemaakt dat de ballingen zouden terugkeren en het land zou wederopbouwen, zo zal de wereld uiteindelijk door zijn kracht werkelijk veranderen. En dat geeft ook ons te denken en te geloven. Het is uit dit soort profetieën dat zowel joden als christenen hun geloof in Gods grote vernieuwing halen, hun hoop op een messiaans rijk, een wereld die niet langer wordt verstoord door onrecht en kwaad, maar die zal bestaan naar Gods eigen maatstaven. Het is tegen deze achtergrond, dat wij Advent en Kerstmis vieren. Dat we ons niet neerleggen bij het bestaande, maar blijven geloven dat de wereld werkelijk nieuw en geheeld, gaaf kan worden. Bijbelschrijvers als die van het boek Jesaja reiken ons als het ware de 'verderkijkers'aan, waarmee we inderdaad verder leren kijken dan ons vaak moedeloos makende hier en nu. Ze geven ons brandstof voor het geloof, dat het zin heeft om nu reeds te leven met hoop en verwachting op een wereld, waarin vrede werkelijk mogelijk is. Alle beelden uit deze tekst zijn brandstof voor ons geloof en ze willen ons aanmoedigen te geloven in de waarde en de zin van van een leven volegns de principes van recht en gerechtigheid, zelfs als om ons heen die verhoudingen zo vaak verstoord zijn en ze bijna onmogelijk te realiseren lijken. Maar met het geloof dat ons de ogen ervoor opent dat God zélf ernaar verlangt te kunnen juichen en jubelen over een wereld naar zijn wil, mogen we niet opgeven daar ook zelf naar te streven. Geloof is niet alleen een overtuiging, ook niet alleen vertrouwen, het is ook léven vanuit die overtuiging en dat vertrouwen. Er mag aan ons als christenen te merken zijn, dat wij leven met een verwachting, dat wij niet alleen rekenen met wat hier en nu bestaat en dat wij dat hooguit een beetje kunnen proberen te verbeteren, maar dat wij leven vanuit Gods kracht die de wereld herschept naar zijn wil.

Zo leven we de messias tegemoet. Hoe de messias komt, of, christelijk gezegd, wéderkomt, dat is aan God. Met een beroep op Jesaja zou je best kunnen zeggen dat hij komt als een werkelijkheid die niet zozeer meer in een mens in het bijzonder komt, maar zich realiseert in al die mensen die samen de nieuwe werkelijkheid zullen belichamen. En dat is al bezig is te gebeuren.